Citaat 3


Ooit ben ik begonnen aan het pad van zelfontwikkeling, mijn motivatie om er mee te beginnen, waren en zijn nog altijd: mijn kinderen. De dag dat ik stond te roepen tegen mijn dochtertjes van 3 en 1 jaar oud, wist ik: dit is niet de beste moeder die ik kan zijn. Ik wist dat ik beter kon maar ik wist niet hoe. In het verbeteren van de relatie tussen mij en mijn kinderen (tussen mij en iedereen eigenlijk) moest ik eerst en vooral de relatie met mezelf aanpakken. Daaruit volgde vanalles, waaronder deze blog en ook de dag dat ik aanraking kwam met het boek ‘Fluisterkind’ van Janita Venema. Ik vond de titel van het boek zo zweverig dat ik er nooit zelf spontaan in zou bladeren in de boekhandel. In mijn zoektocht naar hoe ik de allerbeste mama kon zijn voor mijn kinderen, bleek dit echt een aanrader. Zo zweverig als de titel in mijn oren klinkt, zo praktisch en concreet en confronterend is de inhoud. Mijn kinderen? Die zetten me keihard met mijn voeten terug op de grond. En daar ben ik ze zo dankbaar voor!

Als mama wil ik niets liever dan dat mijn kinderen gezond en gelukkig zijn en wil ik dat ze de beste versie van zichzelf kunnen zijn. Door de manier waarop ik ze opvoed probeer ik er alles aan te doen om dat ook te realiseren. Dat doen wij ouders allemaal, toch? Het boek Fluisterkind vertelde me dat het omgekeerd precies hetzelfde is. Kinderen willen net zo goed dat hun ouders gezond en gelukkig en de beste versie van zichzelf kunnen zijn. Alleen voeden ze ons niet op, hebben ze niet de woorden of de volwassen hulpmiddelen om ons dat duidelijk te maken. Dus doen ze het maar op hun manier. Door aanhoudend onhebbelijk gedrag raken ons daar in ons onderbewuste. Ze drijven ons schijnbaar tot het uiterste tot we niet meer weten welke truuk we uit welk opvoedboek nog halen kunnen. Het helpt allemaal niks en de frustraties stapelen op. Maar… Onze kinderen proberen ons op die onmogelijke momenten op alle mogelijke manieren te helpen om wat we voor onszelf onzichtbaar proberen houden, zichtbaar maken. Zodat we het kunnen zien, zodat we het kunnen aanpakken. Zodat we ons leven kunnen leven, gezond en gelukkig en als de beste versie van onszelf, voor onszelf en voor onze kinderen. 

Ik ben ondertussen kindertolk in opleiding. Als kindertolk maak ik de vertaling van wat je kind je onbewust wil duidelijk maken. Het is een verrijkende maar confronterende manier om aan de slag te gaan met je eigen pijn. Het is ook de mooiste en meest motiverende manier om onze oude onbewuste weggeduwde pijn bloot te leggen, zodat ze kan genezen. Zodat onze kinderen onze onopgeloste shit niet hoeven mee te dragen. 

Benieuwd naar een kindertolkconsult? Vanaf juli 2018 kan je bij mij terecht. Ondertussen verwijs ik je graag door via http://www.presentchild.com 

Advertenties

Boos! In mijn ideale wereld doe ik dat zo…

Na 6,5 jaar mama, word ik sinds deze maand uitgedaagd in mijn ouderlijke competenties door huiswerk. Vorige week kwam onze oudste dochter thuis met een taakje waarvan ze niet begreep wat de bedoeling was. Ik hielp haar uit de nood, en kwam tot de pijnlijke vaststelling dat ik het ook niet helemaal begreep. Ik dacht het zó was en zij zei dat het ánders was waardoor ik twijfelde en zij hysterisch reageerde: “het eerste leerjaar is vééél te moeilijk mamaaaaa”. O jee, dacht ik. Ik heb toch gestudeerd? Hoe moeilijk kan dit zijn? We spraken af dat we het de volgende ochtend samen aan de meester zouden vragen. Dat was goed, knikte ze.

Onze dochter bleef boos (maar niet lang)

Maar ze bleef boos zitten. Ik vroeg haar of ze de boosheid er even in de tuin wou gaan uit roepen. Ze knikte opnieuw maar bleef wat twijfelend staan aan het schuifraam. Wil je dat ik met je mee ga gillen?, vroeg ik. Ze knikte. Dus dat deden we dan. Midden in de tuin telden we af:

‘3, 2, 1… Aaaaaahhhhh!’

We deden het tot drie keer toe. Ik genoot er zelf ook van, even alles eruit krijsen. Nog meer genoot ik hoe ik haar boosheid zo zag verdwijnen. Lachend duwde ze me al knuffelend in het gras. Héérlijk!

Mijn man, haar papa kwam thuis, bekeek het huiswerk, zei dat ze het moest doen zoals ik het ook al zei maar hij deed dat zonder twijfel, zonder aarzeling. Ze maakte de taak en eind goed, al goed. Mijn kind had behoefte aan duidelijkheid en zekerheid, een leidende hand die haar ondersteunt in haar twijfels en verwarring van alles wat nieuw is, in die eerste weken van september. Haar vader en ik, wij zijn een fantastisch team.

En toen werd ík boosBoosKrijsenBlij

Later die avond las ik dit artikel met als titel ‘leer je kinderen dat krijsen niet helpt’. Ik verslikte me verschillende keren in mijn kopje thee tijdens het lezen van dit stuk. Psycholoog Lester Hoekstra beschrijft een vakantie op een camping met krijsende kleuters en ouders die niet ingrijpen. Hij adviseert:

‘Meteen duidelijk laten weten dat hij zijn gekrijs moet staken. Desnoods met een corrigerende tik. In ieder geval zonder uitleg maar “omdat ik het zeg”.’

Ik werd boos, bozer, boost. Bloggen is voor mij soms ook een beetje krijsen. Meneer Hoekstra, u bent gewaarschuwd. Hier ga ik: 3, 2, 1… Aaaaahhhh!

Een kind krijst niet zomaar. 

Een baby wordt geboren en als alles goed gaat, werkt alles perfect. De baby kan nog niet praten, het kan het nog niet zeggen als het iets nodig heeft. Dus als de baby iets nodig heeft, dan weent het. Krijst het! Een baby huilt omdat het honger heeft, een droge pamper nodig heeft, zich eenzaam voelt, ziek is. Bij baby’s zijn oorzaak en aanleiding vrij gelijklopend. Ik onthoud me uitdrukkelijk over huilbaby’s, die heb ik gelukkig nooit gehad.

De aanleiding om te krijsen is (bijna) nooit de oorzaak.

Zodra de baby leert praten, wordt het makkelijker om het te kunnen geven wat het kindje nodig heeft. Maar ook kinderen kunnen niet altijd de woorden vinden voor het vervelende gevoel in hun lijfje. En al helemaal niet als het kookpunt al bereikt is. Als ouder moet je op zoek gaan naar wat het nodig heeft. Maar bij jonge kinderen kan de aanleiding (geen choco krijgen op de boterham) om te gaan krijsen vaak wel iets anders zijn dan de oorzaak. Als ik mijn dochters even laat uithuilen, stoom afblazen en het kookpunt laat zakken, komt daarna meestal wel naar boven wat er écht aan de hand is. Dan gaat het nooit over choco maar wel over de kleine en grote verdrietjes van kleine kindjes.

Het uiten van je emoties maakt van kinderen écht geen ettertjes.

Maar goed, daar zit je dan, met een krijsend kind en het schaamrood op de kaken ergens op een openbare plaats naar keuze. Wat moet je dan? In mijn ideale wereld zijn alle volwassenen volledig in balans met hun eigen emoties en weten ze perfect om te gaan met boze krijsende kindjes. In mijn eigen kleine ideale wereld lukt het me elke dag beter en beter. In al mijn werelden, ideaal en reëel, is een ‘corrigerende tik’ uitgesloten. Onbestaand. No way.

Advies!

Alstublieft, lezers, ga zelf eens krijsen als je de boosheid voelt opkomen. Vraag een momentje de tijd, ga even naar buiten en laat je even gaan. Krijs even mee met de kindjes op de camping. Ga even voelen en ervaren hoezeer het oplucht. Laat mij weten hoe het ging en wat het met je deed. Ik wacht je alvast met open armen op voor een hele dikke knuffel.

Moed’ers

Ik schrijf deze blogpost verspreid over twee dagen. Stukjes in mijn bureau, in bed, in de zetel, fragmentjes op mijn telefoon, de pc en de ipad. ’s Morgens wanneer ik verplicht te bed blijf in afwachting van het verrassingsontbijt. ’s Middags wanneer ik inspiratie vind tussen de bezoekjes aan mijn moeder en schoonmoeder door. In de late namiddag wanneer ik in de zon geniet van mijn spelende kinderen en mijn klussende man. ’s Avonds wanneer ik in de zetel plof met mijn baby op schoot. ’s Nachts wanneer ik opsta voor diezelfde baby en hij mij inspireert.

Het me niet gelukt om deze blogpost te posten op Moederdag. Ik ben een dag te laat en dat is ok, gezien mijn functie mag ik mij dat permitteren. Ziehier mijn bescheiden staat van dienst:

CV als moeder

Als moeder ben ik kunstenares. Moederschap is immers kunst in haar meest pure vorm. Met slechts één zaadje per stuk creëerde ik flinke baby’s van 3,750 kg, 4,040kg en 4,600 kg. En ze blijven groeien, veranderen en transformeren, net als ikzelf. Als moeder ben ik ook CEO van mijn gezin (duobaan met mijn man). Moeder zijn is een topjob. Ik leerde het van de allerbesten: mijn eigen moeder, mijn grootmoeders en mijn schoonmoeder deden het me glansrijk voor. Als moeder ben ik ook topsporter op het hoogste niveau. Cf.drie bevallingen en daarvan recupereren met onderbroken nachten. Ik won elke keer goud en ben voor altijd nummer één voor mijn kinderen. Zoals mijn moeder dat ook voor mij is. Concurrentie is onbestaand, of blijft mijlenver achter. Als moeder ben ik moedig, want dat er voor moederschap moed nodig is, staat in het woord zelf geschreven.

Moed’er

Moeders gebruiken elke dag opnieuw hun moed om door te gaan en te blijven staan. Moed om op te staan of om juist te blijven liggen, te struikelen en weer recht te krabbelen. Moed om te het verdriet te dragen als je geen moeder mag zijn als de natuur of omstandigheden anders hebben beslist. Moed om te kiezen om geen moeder te worden (ook dat kan moederliefde zijn). Moed om te zorgen voor kinderen wiens moeders er niet of niet meer zijn. Moed om de zorgen te delen met de echte moeder, de plusmoeder, de pleegmoeder, de onthaalmoeder. Moed om die kwetsbaarheid te tonen of om ze juist doeltreffend te verstoppen.

Kwetsbaar

tijgerNooit waren mannen zó attent, beschermend, aangenaam of charmant onbeholpen als toen ik zwanger was. Mannen lijken mij dan instinctief te willen beschermen alsof ik breekbaar was.

Als ik terugdenk aan die charmante voorzichtigheid met mijn kwetsbaarheid ontroert het me nog steeds. Eens het kindeke geboren is, stopt die kwetsbaarheid niet, integendeel.

Als je mij wil raken, dan kan je dat het snelst en effectiefst via mijn kinderen. En het geldt ook omgekeerd. Raak je mij en dat heeft gevolgen voor mijn kinderen, dan schakelt de ratio uit. Vreselijk kwetsbaar. Als een kat in het nauw zal ik snauwen en klauwen, blazen en krabben. Vluchten. Vechten als het moet.

Van moed blijft er dan even niet veel meer over. Ook dat is moeder zijn.

courage

Brene Brown

De lessen van mijn zoon

Ik hou mijn baby vast: hij lacht en hij huilt en kraait en knort. Hij kan niet zeggen wat hij zo grappig vindt of wat het is dat hem verdrietig maakt. Hij kan het niet zeggen omdat hij niet kan praten. Hij kent de woorden nog niet. Mijn lieve kleine baby denkt nog niet. Hij denkt niet maar hij ís wel. Helemaal!

Je pense donc je suis? Mijn zoon leerde mij al heel veel lessen. Onder andere dat je zelfs grote filosofen niet altijd moet geloven. Ze deden ook maar wat. Ik leerde, voelde en ervoer dat gedachten zoveel bepalend zijn en dat ik ze te vaak meer gewicht geef dan ze verdienen. Dat ik slaaf word in plaats van meester van mijn gedachten.

Er is de dwingende ‘moet moet moet’. Er zijn de lijstjes ik dan schrijf om mijn dreinende brein even gerust te stellen. Alles wat mijn brein wil dat ik doe, zal ik doen, kijk maar: daar staat het op een keurig lijstje neergeschreven. En oh, wat is dat brein bóós als het –zoals zeer vaak- niet gelukt is om het volledige lijstje af te werken. Hey! Ik ben de baas! Niet jij, jij dreinend brein.

Mijn baby schrijft geen lijstjes. Hij heeft er ook geen behoefte aan. Hij huilt als hij verdrietig is of pijn heeft en hij lacht en kirt als zijn maagje gevuld en zijn pamper proper is. Hij lacht nog meer als hij aandacht krijgt. Hij wordt niet boos als het niet gelukt is om in bad te gaan. Voor mijn baby is alles altijd precies goed. En anders laat hij zich wel horen.

Mijn moedige vrienden #2

Ik wil er geen gewoonte van maken om reclame te maken voor VTM-programma’s. Maar ik stel vast dat net VTM het kanaal is die mijn vrienden met moed een duwtje in de rug geeft. Jonas & Fee deze keer! Fee is familie, om precies te zijn. Samen met Jonas vormt ze een piepjong koppel met een ondernemerszin waar ik chapeau! tegen zeg.

Op de website van Mijn Pop-Up-Restaurant lees ik apetrots:

“Fee (22) en Jonas (23), een jong koppel uit Eeklo, zijn al zes jaar samen en kochten onlangs een boerderij in hun geboortestad Eeklo. Ooit willen ze daar een bed & breakfast openen en hun zaak volledig laten draaien via zelfvoorziening, met eigenkweek dieren en eigenteelt groenten. (…)Fee is lactose- en glutenintolerant. Hun pop-upmenu zal dan ook gebaseerd zijn op de voedingsstijl ‘paleo’, het eetpatroon van onze voorouders toen zij nog joegen. “Onze omgeving is veel sneller geëvolueerd als ons eigen lichaam”, vertelt Fee daarover. “Paleo is geen dieet, het is een levensovertuiging om goed voor je lichaam te zorgen en daarbij hoort pure en eerlijke voeding.” Het idee ‘back to the stone age’ is volgens Fee en Jonas gastronomie met verse vis, lekker vlees en sappige groenten, maar vooral zonder geraffineerde suikers. (…)”

Ik bewonder de durf die ze hebben, hoe goed ze het doen, de complimenten die ze mogen ontvangen van elkaar en van anderen. Jurylid Sepideh over Fee in de zaal: “Wat een naturel”. Jonas over Fee voor gans Vlaanderen: “Ik vind dat echt fantastisch hoe zij dat doet”. De oprechtheid en de liefde waarmee hij het zegt bezorgt me tranen in de ogen. Maar het is geen naïeve zeemzoeterige romantiek. Ze zijn competitief en willen winnen! Meneer Kritiek Maestro Himself ziet in Jonas een “kleine Sergio”. Die Sergio staat niet op mijn lijstje favoriete mannen. Maar hij heeft zijn sterren. En hij ziet ze ook in het restaurant van Jonas & Fee.

In mijn ideale wereld is een TV-programma niet nodig om mijn ondernemende moedige vrienden te steunen. In mijn reële wereld ben ik voor mijn moedige vrienden blij dat dergelijke programma’s bestaan. Ik steun Mike en nu dus ook Jonas en Fee: ik ga binnenkort in hun restaurant eten, ik mis geen enkele aflevering van Mijn Pop Up Restaurant (ik kijk als opwarmer ook naar de laatste vijf minuten naar Familie, meer dan 20 jaar geleden was dat! Nonkel Jan doet nog stééds mee!) en Belgium’s Got Talent. Als er gestemd moet worden, dan doe ik alles wat ik ik kan dat daarvoor nodig is. Want in mijn ideale wereld, daar steunen wij elkaar!

Go go go Jonas & Fee!

Steun Jonas & Fee op facebook!

PS: Ze doopten hun restaurant de naam “Origó”, Latijns voor oorsprong. Hun beloftes: organisisch, oergondisch en origineel. Oergondisch. Die zet ik op mijn lijstje ‘woorden van het jaar’!

Origo

6 lessen die ik leerde toen mijn zus een maagverkleining liet doen

Mijn zus liet in november vorig jaar een maagverkleining doen.

Laat ik maar meteen moedig zijn en eerlijk bekennen: er was veel onbegrip van mijn kant. Alleen maar onbegrip, zo moet dat gevoeld hebben voor haar, denk ik. Maar onder al dat onbegrip zaten mijn zorgen verborgen. We voelden ons allebei onbegrepen en daar schoten we allebei niks mee op. Ik leerde bij en ik wil dat met jou delen, lezers van mij. Voor als ook jij iemand in je omgeving hebt die worstelt met zichzelf en/of de kilo’s.

Les 1 Praat?

Zij was dik en ik ben slank. Ik vind mezelf ook tien kilo te zwaar. Drie baby’s later en mijn buik-billen-borsten-zone lijkt nergens meer op. Vind ík. Zij vindt dat ik niks te klagen heb. Over mezelf praten met haar kon ik niet. En zij al helemaal niet met mij.  Praten over mijn bezorgdheden over haar plannen was extra moeilijk. Dacht ík. Dus praten deden we niet rechtstreeks, maar via via. Niet doen. Nooit. Het zorgde voor nog meer onuitgesproken zorgen bij mij, onbespreekbare spanning tussen ons beiden, en zij voelde zich ondertussen nog meer onbegrepen én ongehoord. Ik geloof dat ik de eerste les niet goed gesnapt heb.

Les 2 a. Informeer je.

Een zorg van mij was: er wordt gesneden in je lijf, je laat een stuk wegsnijden, en dat is dan voor altijd weg. Ik las dat er bij een ‘gastric-bypass’ niks wordt weggesneden. Ik las dat het omkeerbaar is, mocht dat nodig zijn of mocht mijn zus dat willen. Aha. Diepe zucht en een oef. Informeer je. Google dient daar voor!

Les 2 b. Informeer je heel precies.

Ik slaagde erin mijn zus een vraag te stellen over haar “gastro” bypass. Nu kan ik er mee lachen. Ik hoop zij ook. Maar ik kon wel door de grond zakken van schaamte toen ze me erop wees dat het “gastric” bypass is. Net nu ik een nieuwe poging deed om erover te praten. Nu ik dit schrijf klinkt het zelfs helemaal niet zo erg. Gastro-bypass zegt men in de volksmond wel vaker. Maar op het moment zelf vond ik het zo belangrijk om te kunnen praten en blijven praten en vond ik deze malheur van mezelf bijna onvergeeflijk. Zij gaf er niet om, integendeel!

Les 3. Praat opnieuw. Luister. En steun!

Yep, dat waren we aan het doen. Opnieuw praten. We probeerden het eerst voorzichtig via mail. De ijsbreker die we nodig hadden. En wat een opluchting toen we eindelijk rond tafel zaten en praten. Ik kon vragen stellen en luisteren en zij kon vertellen en voelde zich gehoord. Ik vertelde niet over mijn eigen worstelingen met twee, vijf of tien kilo. Daar heeft ze niks aan. ’t Was een fijn gesprek. Een week of drie na de operatie vertelde ze me dat ze zo’n verse hamburger eigenlijk wel miste. Dat ze dat niet meer op kan wegens veel te groot! Ik ging die avond naar den Delhaize en vond daar dit:

9 ieniemienie hamburgers

9 ieniemienie hamburgers

Ik deed ze haar cadeau en zij voelde zich daardoor gehoord en gezien. Ze vond het grappig en lief. Terzijde: ze smaakten walgelijk. Ze kreeg er geen twee binnen en had last van ‘dumpingsyndroom’ (google!). Maar ze voelde zich wél gesteund.

Les 4. Oordeel niet.

In een ander leven was ik ongetwijfeld rechter. Koelbloedig, onvermurwbaar, keihard. Zeg niet: “Dat is wel gemakkelijk hé, zo’n operatie”. Zeg niet: “Dat is wel een vreselijke straf voor jezelf, voor altijd kinderporties”. Vraag niet: “Kan je niet beter de oorzaak aanpakken en in therapie gaan?” Vraag niet: “Waaróm eet je zoveel?”. Op het moment dat iemand zo’n beslissing neemt, zijn alle andere opties reeds overwogen, uitgeprobeerd en geen afdoende oplossing gebleken.

Vraag ook niet: “Waarom zou je aan je lichaam laten prutsen als dat niet écht noodzakelijk is?” Die vraag van mij is flinke zever. Want totdat ik een ooglensoperatie kan betalen, draag ik ook liever lenzen dan een bril. En zolang ik geen implantaten kan betalen schaam ik mij dood over die twee zwarte gaten in mijn gebit (die verder niemand ziet). En ja, ook ik overweeg nog altijd plastische chirurgie voor een litteken op een vervelende plaats waardoor ik niet altijd kan dragen wat ik wil. Dus nee. Ik oordeel niet (meer). Ik probeer het elke dag opnieuw niet meer te doen. Dat blijft dagelijks oefenen.

Les 5. Accepteer de keuze

Emmer geen algemeenheden als “maar ik vind dat je er nog goed uit ziet” of “ik vind dat helemaal niet nodig”. Opper geen goedbedoelde adviezen als “kan je niet nog eens de weight watchers proberen?”. Mijn oplossing voor mijn issues bleek therapie, en ik voel me sindsdien zoveel beter. Ik kan het iedereen aanraden. Ook mijn zus.

Kijk. Ik ben vreselijk bezorgd. Zo’n maagverkleining betekent dat je je moet laten opereren onder algemene verdoving. En ik heb de overtuiging dat elke operatie nog steeds niet zonder risico is. ’t is mijn zus. Ik heb er maar één, en zelfs als ik er twee had dan zouden mijn zorgen voor deze zus niet minder zijn. Ik zie ze graag en ik wil niet dat haar iets overkomt.

Maar mijn oplossing hoeft niet de hare te zijn. Het is haar beslissing, haar keuze. En zij heeft veel meer aan mij als ik haar keuzes accepteer dan als ik haar probeer te pushen naar iets wat zij niet wil.

Les 6. Respecteer

In mijn ideale wereld zijn er geen problemen, wel uitdagingen. De uitdaging was voor ons allebei om ons beter te voelen. Hoe kan ik deze beslissing van haar begrijpen, terwijl het nooit mijn keuze zou zijn om zoiets te doen? Alhoewel, nooit? Ik sta niet voor die keuze, ik hoef die niet te maken. We voelden ons allebei niet goed, we zochten en vonden een oplossing, elk op onze eigen manier. Dat vergt moed. En het is ons allebei gelukt. Respect, Zus!

Gewoon speciaal

Zaterdag wordt mijn mijn eerste kindje al 6 jaar. Ik zie in haar mijn kleine zelf, en soms zie ik haar vader, mijn man. Gelukkig zie ik meestal wie zij zelf is, precies zoals ze is, anders dan ik, anders dan mijn man, helemaal Reina. Helemaal uniek. Elk mens is uniek, er lopen hier in deze wereld geen twee precies zoals jij, of zoals ik. We zijn allemaal zo ongelooflijk bijzonder!

Maar ons Reina wil niet speciaal zijn. Soms eens onder commerciële rozige groepsdruk wil ze prinses zijn, zeker geen koningin zoals ze werd genoemd. Meestal zegt ze vol overtuiging, nadrukkelijk en klaar en duidelijk: “ik ben gewoon Reina”.

Ik toonde haar gisterenavond dit filmpje.  Voor je verder leest raad ik je aan om er even naar te kijken. Nog geen 2 minuten. Ja, écht, eerst filmpje kijken!

Reina keek actief en deed vrolijk mee, net als de kindjes in het filmpje. En bij het laatste kindje, terwijl ik al zat te snikken en snotteren van ontroering omdat ze reageerde zoals alle andere kindjes, vroeg ze stomverbaasd:

“Mama? Dat was het? Gewoon gekke bekken trekken?”

Mijn dochter leeft in een ideale wereld. Een wereld waarin we allemáál speciaal zijn. En dat is heel gewoon.