Moed’ers

Ik schrijf deze blogpost verspreid over twee dagen. Stukjes in mijn bureau, in bed, in de zetel, fragmentjes op mijn telefoon, de pc en de ipad. ’s Morgens wanneer ik verplicht te bed blijf in afwachting van het verrassingsontbijt. ’s Middags wanneer ik inspiratie vind tussen de bezoekjes aan mijn moeder en schoonmoeder door. In de late namiddag wanneer ik in de zon geniet van mijn spelende kinderen en mijn klussende man. ’s Avonds wanneer ik in de zetel plof met mijn baby op schoot. ’s Nachts wanneer ik opsta voor diezelfde baby en hij mij inspireert.

Het me niet gelukt om deze blogpost te posten op Moederdag. Ik ben een dag te laat en dat is ok, gezien mijn functie mag ik mij dat permitteren. Ziehier mijn bescheiden staat van dienst:

CV als moeder

Als moeder ben ik kunstenares. Moederschap is immers kunst in haar meest pure vorm. Met slechts één zaadje per stuk creëerde ik flinke baby’s van 3,750 kg, 4,040kg en 4,600 kg. En ze blijven groeien, veranderen en transformeren, net als ikzelf. Als moeder ben ik ook CEO van mijn gezin (duobaan met mijn man). Moeder zijn is een topjob. Ik leerde het van de allerbesten: mijn eigen moeder, mijn grootmoeders en mijn schoonmoeder deden het me glansrijk voor. Als moeder ben ik ook topsporter op het hoogste niveau. Cf.drie bevallingen en daarvan recupereren met onderbroken nachten. Ik won elke keer goud en ben voor altijd nummer één voor mijn kinderen. Zoals mijn moeder dat ook voor mij is. Concurrentie is onbestaand, of blijft mijlenver achter. Als moeder ben ik moedig, want dat er voor moederschap moed nodig is, staat in het woord zelf geschreven.

Moed’er

Moeders gebruiken elke dag opnieuw hun moed om door te gaan en te blijven staan. Moed om op te staan of om juist te blijven liggen, te struikelen en weer recht te krabbelen. Moed om te het verdriet te dragen als je geen moeder mag zijn als de natuur of omstandigheden anders hebben beslist. Moed om te kiezen om geen moeder te worden (ook dat kan moederliefde zijn). Moed om te zorgen voor kinderen wiens moeders er niet of niet meer zijn. Moed om de zorgen te delen met de echte moeder, de plusmoeder, de pleegmoeder, de onthaalmoeder. Moed om die kwetsbaarheid te tonen of om ze juist doeltreffend te verstoppen.

Kwetsbaar

tijgerNooit waren mannen zó attent, beschermend, aangenaam of charmant onbeholpen als toen ik zwanger was. Mannen lijken mij dan instinctief te willen beschermen alsof ik breekbaar was.

Als ik terugdenk aan die charmante voorzichtigheid met mijn kwetsbaarheid ontroert het me nog steeds. Eens het kindeke geboren is, stopt die kwetsbaarheid niet, integendeel.

Als je mij wil raken, dan kan je dat het snelst en effectiefst via mijn kinderen. En het geldt ook omgekeerd. Raak je mij en dat heeft gevolgen voor mijn kinderen, dan schakelt de ratio uit. Vreselijk kwetsbaar. Als een kat in het nauw zal ik snauwen en klauwen, blazen en krabben. Vluchten. Vechten als het moet.

Van moed blijft er dan even niet veel meer over. Ook dat is moeder zijn.

courage

Brene Brown

Advertenties

In het bos daar staat een huisje

Ken je Brené Brown al? Haar speech over kwetsbaarheid staat in de top 10 van meest bekeken TED Talks ooit. Ik heb haar 18 minuten durend praatje op mezelf toegepast/geprojecteerd. Ik schraap mijn moed bijeen en deel het hier met jou.

Het begin: maak een lijst van al je goede en slechte kanten. Doe je mee?

Bij mijn eigen lijst stel ik vast dat het rijtje slechte kanten het langst is. Het is ook het makkelijkst om op te stellen. Ik heb het moeilijker om te praten over wat ik goed kan dan om te benoemen wat ik niet goed kan. Ik fop mezelf daarmee, want er is heel veel wat ik goed kan. Ik geef mijn ‘mindere kantjes’ gewoon veel meer aandacht. Ik ben bijvoorbeeld absoluut niet geduldig. Vreselijk ongeduldig, eigenlijk. En dat ene dingetje weegt zwaarder door dan dat ik empathisch en zorgzaam ben, en ook wel optimistisch en loyaal. Hoe zit dat bij jou, lieve lezer?

Van waar toch al die aandacht voor wat niet goed is? Brené zegt dat dit komt uit angst. Angst om niet goed genoeg te zijn: niet knap genoeg, niet smal genoeg, niet slim genoeg, niet vlot genoeg, niet rijk genoeg, niet interessant genoeg, niet geduldig genoeg. Waarom of waarvoor of voor wie niet genoeg?

Omdat ik doodsbang ben om het niet waard te zijn om geliefd te worden. Zegt zij. En dat maakt mij ongelooflijk kwetsbaar. Mechanismen in mezelf beschermen me door al die kwetsbare gevoelens door ze te verlammen. Ik verlam mijn gevoelens uit angst om als een klein konijn te worden neergeschoten, platgewalst, voorbijgelopen, achtergelaten in het bos. Laat mijn in uw huisje klein, ik zal u dankbaar zijn.

Die angst, die gevoelens, probeer ik te stillen door teveel chocolade te eten, een glas wijn teveel te drinken, te facebooken, te shoppen, me te focussen op de uiterlijkheden van ons huis, in plaats van te focussen op mijn innerlijke wereld. Want het is daar doodeng.

Ik kan het bijna niet geloven wat Brené zegt als ik het toepas op mezelf. Toch weet ik, voel ik dat ze gelijk heeft. Hoe kan dat nu? Ze gaat verder: als je die vervelende gevoelens stilt, dan stil je ook de heerlijke gevoelens van blijdschap, geluk en dankbaarheid. Je stilt al je gevoelens. Allemaal.

Samengevat: Als ik als klein konijntje me verstop in een huis, dan word ik beschermd tegen de enge jager, maar ervaar ik niet meer het plezier van leven in het bos.

Ik ben een gedomesticeerd konijn. Dat kan toch niet waar zijn!?

Ik schraap mijn moed bijeen en doe wat Brené deed. Ik ga in therapie.

Dat was twee jaar geleden. En nu ik dit schrijf weet ik: ze heeft echt gelijk. Ik heb veeeel gevoelens gestild, ook de goede. Ik kan niet liefhebben als ik niet kan haten, ik kan niet blij zijn als ik niet kan boos zijn. Dat is de definitie van leven, en van de dood,  van eb en vloed, op en neer, het één kan niet zonder het ander. Er is moed en durf nodig om het allemaal te durven toelaten.

Brené Brown spreekt én schrijft. Haar boek “De kracht van kwetsbaarheid” is één van mijn favorieten uit het departement non-fictie *slash* persoonlijke ontwikkeling. Ze begint haar boek met een fragment uit ‘The man in the arena’, een fantastische speech van president Roosevelt Franklin uit 1910.

‘Het is niet de criticus die telt; niet degene die ons erop wijst waarom de sterke man struikelt, of wat de man van de daad beter had kunnen doen. De eer komt toe aan de man die daadwerkelijk in de arena staat, zijn gezicht besmeurd met stof, zweet en bloed; die zich kranig weert; die fouten maakt en keer op keer tekortschiet, omdat dat nu eenmaal onvermijdelijk is; die desondanks toch probeert iets te bereiken; die groot enthousiasme en grote toewijding kent; die zich helemaal geeft voor de goede zaak; die, als het meezit, uiteindelijk de triomf van een grootse verrichting proeft, en die, als het tegenzit en als hij faalt, in elk geval grote moed heeft getoond…’

Wie de arena ingaat wordt bekeken en wordt gezien. Diegene die er durft te staan, is kwetsbaar. Het kleine konijn dat ik ben is kwetsbaar in het grote bos. Er zijn jagers die me heel makkelijk kunnen bekritiseren, beschimpen, platwalsen, neerschieten. Dat mag mij niet weerhouden om in dat bos te blijven. Om te blijven bloggen over mijn ideale wereld waarin we allemaal de moed vinden om ons kwetsbaar op te stellen. Een wereld waarin we allemaal konijntjes zijn samen in het grote bos.

Hoe zit het met jou, lieve lezer? Ben jij ook een gedomesticeerd konijn? Of leef je vrij en zonder angst in het bos? Heb je de moed om het veilige huisje uit te gaan?