Superbia (hoogmoed, hovaardigheid, ijdelheid) #ouderzonden

Gisteren is de dag dat ik voor het eerst mama werd. Negen jaar al ben ik de ongelooflijk trotse mama van Reina. En inmiddels ook van Noor (bijna 7) en Bas (3,5). Vandaag is daarom een heel goede dag om mijn ouderzonden van de voorbije jaren onder loep te nemen. Hier gaan we dan: ik buig me over hoogmoed, hovaardigheid en ijdelheid. Oftewel Superbia.

Waarom ben ik een goede moeder? Waar blink ik in uit? 

Ik luisterde naar de podcast van Oprah in gesprek met de Amerkikaanse schrijfster Maya Angelou. Oprah vroeg haar: ‘Op welke creatie ben je het meest trots?’ Ze antwoordde zonder twijfelen dat dat haar zoon was. “Zoals elke moeder zeggen zou”, voegde ze eraan toe. Maar de manier waarop Maya Angelou dit zei was anders dan andere moeders. Zoals zij alles anders zegt kon ik haar waarden voelen in mijn hart, ik voelde hoe ze die woorden werkelijk meende. Ik knikte hevig mee en er rolde zelfs een traan over mijn wang. Een kind op de wereld zetten. Ja, dat is ook mijn grootste prestatie in mijn leven. Meervoud. MAAL DRIE!!! Daar ben ik zo trots op. Ik blink uit in moederschap gewoon al omdat deze drie wondertjes er zijn!

Soms vind ik dat we te weinig stilstaan bij wat voor een prestatie dat werkelijk is. In ons vrouwenlijf laten we een kind groeien en we starten met alleen de ingrediënten van ons eigen lichaam. Het enige wat we nog moeten halen is een zaadcel. Eéntje! En kijk eens wat wij vrouwen daarmee kunnen doen! Dat is toch een wonder, dat je in je mensenleven nooit meer evenaart, wat je ook nog realiseren mag. Ik wil het met hoogmoed dus niet te ver gaan zoeken. Want ja, mijn kinderen zijn behoorlijk beleefd, vriendelijk, slim, lief, en ik lees ze (bijna) elke avond een verhaaltje voor. Ik gaf ze borstvoeding, of probeerde toch, enzovoort blablabla. Maar eigenlijk, gewoon, moeder zijn, dat is al een prestatie om gigantisch hoogmoedig over te zijn.

Ik heb niet één maar drie kinderen. Ergens in de afgelopen jaren tussen nummer één en twee, moet ik gedacht hebben: ik kan dit, laten we dit doen, nummer drie kan er ook nog bij. Ik kon me niet voorstellen dat ik al die liefde voor dat eerste kind zou moeten verdelen over een volgend en nog een volgend kind. Maar pas als het kind er is, begreep ik, dat de liefde voor dat kindje dat er al was niet vermindert of verdeeld moet worden. Integendeel, er komt gewoon NOG MEER liefde. En trots. Ik ben eigenlijk gewoon niet meer en niet minder gigantisch, wat zeg ik, GIGANTISCH trots op onze kinderen.

 

RNB

Hoe kan nu dat nu zonde zijn? 

Ik ben vrijzinnig opgevoed maar uiteraard niet vrij van de christelijke moraal die eigen is aan onze samenleving. En waar ook niets mis of fout aan is. Doe een ander niet aan wat je zelf niet wil, eert uw vader en uw moeder, enzovoort. Ja ook ik, een halve heidense hippieheks hang die waarden aan. Maar die hoofdzonden, daar heb ik toch zo moeilijk mee. Het woord zonde klinkt zo zwaarbeladen en dat is het ouderschap al genoeg. Bovendien, wat is werkelijk zonde? Dat ik trots ben op mijn kinderen? En dat ik trots ook tot uiting breng? Ik zie ze stiekem glunderen wanneer ik ze complimenten geef. Ik hemel ze niet op (behalve hier in deze blogpost) maar ik geloof echt, vanuit het diepste van mijn hart: je kan ze geen liefde of aandacht teveel geven. Wees trots, moeders en vaders, op je kinderen, en zeg het hen ook, hoe graag ze worden gezien. In mijn ideale wereld is dit geen zonde maar een deugd.

Ere wie eer toekomt

De resultaten van mijn moederschap spreken voor zich. Alleen, ik kan niet uitblinken in moederschap zonder het vaderschap van mijn man. Onze kinderen zijn er ook dankzij het gedeelde ouderschap en zijn grote betrokkenheid. Zonder hem? Geen van onze drie schatten was er geweest. En dat is veel veel ruimer dan alleen conceptiegewijs en dat ene zaadcelletje. Zonder het vaderschap van mijn man was ik geen moeder, of toch zeker geen goede. Dus minstens evenveel lof ook voor hem, echt waar.

 

 

Volgende week: Avaritia (hebzucht – gierigheid)

Meeschrijven aan #ouderzonden doe je hier.

Advertenties

Ouderzonden.

Onlangs nog complimenteerde iemand mij met dat ik er uitzie alsof ik alles onder controle heb, en altijd de rust en kalmte zelve ben. Nou, controle, schrap dat maar. Ik voel me vaker out-of-control dan in-control. De rust en kalmte zelve is een masker dat ik me al lang geleden heb aangemeten om de storm in mezelf te verbergen. Hoe zich dat dan allemaal uit binnen de vier muren van ons gezin? Ik geef je de komende 7 weken een inkijk, want ik geef mijn #ouderzonden bloot. Ouderzonden is een initiatief van twee moeders waarbij je als blogger zeven weken lang een hoofdzonde beschrijft, en vooral dan de toepasselijkheid van die zonde op je eigen (mijn eigen) ouderschap. Ouderzonden. Het woord alleen al! Deze challenge wil ik aangaan.

Elke week is wel heftig. Ik vond twee keer per maand iets posten op mijn blog al redelijk realistisch, in combinatie met het schrijven van een boek (twee deadlines per maand) en een opleiding tot kindertolk (elke maand een deadline). Maar ik doe het zo graag. Het combineert alles wat ik graag doe: schrijven over kwetsbaarheid en verbinding en over hoe we de wereld een beetje idealer kunnen maken. Is het niet voor onszelf, dan toch zeker voor onze kinderen. De enige manier waarvan ik ondervind dat ze écht werkt is door grondig aan mezelf te werken. Oh, wat een mottige uitdrukking. ‘Werken aan mezelf.’ Grondige verbouwingen doorvoeren, de fundamenten stutten en zorgen voor voldoende riolering overal. Enfin. Ouderzonden dus, en kwetsbaarheid, walk the talk joba, en schrijf. Ik ga schrijven en open en eerlijk zijn over mijn moederschap. Deze biecht ik alvast op:

A_20171210_3

Bovenstaande foto is één van de enige twee geslaagde foto’s na meer dan 50 keer klikken met mijn camera. Alle andere foto’s tonen boze kindjes die geen zin hebben in een fotoshoot. Niet alles is wat het lijkt! Vanaf 1 februari volgen hier: hoogmoed, hebzucht, onkuisheid, jaloezie, gulzigheid, gramschap en traagheid. Oh, waar ben ik aan begonnen!

Meedoen? Check de blog van Romina voor meer info en inschrijven.

Mens erger je niet

Ik schrijf een boek! Samen met de fantastische Patricia van Lingen van de School voor Relaties schrijf ik een boek over ergernissen en hoe ergernissen je heel veel vertellen over jezelf. Wie de moed heeft om daar naar te durven kijken, heeft meteen alles in handen om zijn of haar leven te veranderen. Heel veel meer kan ik er nog niet over zeggen, de bedoeling is dat alles in het boek komt en niet op mijn blog. Maar wat ik wel kan zeggen: het boek moet tegen de zomer af zijn om vervolgens echt geboren te worden in het najaar. Het staat in de sterren geschreven, al schrok ik behoorlijk toen ik mijn horoscoop de eerste keer las:

Een boek is ook een beetje een kind, nietwaar?

Ondertussen ben ik op zoek naar veel voorkomende ergernissen om het over te hebben in het boek. Waar erger jij je aan? Op je werk, in het verkeer, bij je familie, onder vrienden, op tv, …? Maakt niet uit, spuw je gal! Laat het me weten hieronder of via een bericht of telefoontje. Ik bezorg je een antwoord, hopelijk ook in het boek! Anonimiteit en privacy zijn verzekerd, uiteraard. Dankjewel!

Over mijn hartsvriendin

Hartsvriendin

Vriendin, metgezel, die niet meer en niet minder is
dan vader, moeder, minnares, kind
hetzelfde als ik, maar anders
onafhankelijk en toegewijd
ouder, jonger, van dezelfde tijd.
Trooster, die getroost kan worden
baken en verhanger van borden
zuster, maar van een andere moeder, zonder rivaliteit
met wie ik samenloop en die mij begeleidt.
Zij gunt mij om te leven en als ik dood
zou willen, geeft Zij mij gelijk.
Soms is het, dat ik om haar alleen
verdragen blijf, wat zonder haar ondraaglijk scheen.
Zonder een enkele verplichting
loop ik en altijd in Haar richting.

Gedicht geïnspireerd op het gedicht ‘Vriend’ van M. Vasalis.

Kristina en het kerstverhaal

Kristina

Kristina is een meisje van 11 jaar uit Eeklo, pardon, Armenië. Ze is hier terechtgekomen toen ze amper 2 jaar oud was. Ze gaat hier naar school, leerde de taal, vond hier vriendjes en vriendinnetjes. Haar familie is echter uitgeprocedeerd en zij en haar gezin werden tijdens de warmste week opgepakt en overgeplaatst naar een zogenaamd terugkeercentrum. Ze brengt er de feestdagen door tijdens een periode waarbij vele diensten gesloten zijn en nog meer personeel liefst verlof neemt. Het maakt me boos. De timing: kon dat niet anders? Vlak voor de kerstvakantie? In de warmste week? Na négen jaar!?

Haar leerkracht Geert Faes liet het niet bij boze emoties en verinnerlijkte verontwaardiging alleen. Hij schreef een pakkende brief en haalde met zijn aanklacht diverse kranten en journalen in binnen- en buitenland. Hij bracht Kristina ook haar rapport, want daar had ze tijdens die warmste week de kans niet meer toe gekregen. Dat ze goede punten had, zal Kristina zich later als ze hieraan terugdenkt misschien niet meer herinneren. Dat het geen warme maar een bittere week was, een koude week, een harde week, dat vermoedelijk wel. Ik deelde haar verhaal op mijn facebookpagina en ik kreeg daarop een reactie die ik niet had verwacht: “dat het de verantwoordelijkheid is van de ouders, dat het kind de dupe is, maar dat regels regels zijn en dat dat jammer is voor het meisje”.

Creativiteit in tijden van onbuigzaamheid

Wat een steek in mijn hart. Ik blijf blind geloven in de goedheid van de mens. Het is een radicale keuze, die me vaak achterlaat in ongeloof wanneer ik geconfronteerd word met mensen die het tegendeel aanhangen. De mensen die kiezen voor kwaad en koud en hard en ‘regels zijn regels’. Hoogstens een ‘dat dat jammer is voor het meisje‘, en vervolgens berusten en terugkeren tot de orde van de dag: kerstbomen versieren, cadeautjes kopen, en braspartijen houden tijdens kerst en nieuw. De onbuigzaamheid naar kinderen raakt me het allermeest. Als we de dingen niet meer veranderen willen, zelfs niet voor onze/de kinderen, voor wie dan wel? Wat zegt dat over onszelf? Ik blijf achter met zo weinig dat ik kan doén, behalve schrijven. Ik heb het kerstverhaal herschreven. Het kan geen toeval zijn dat Kristina Kristina heet.

Het Kerstverhaal

Lang lang geleden waren er eens een man en vrouw die heel veel van elkaar hielden. Ze leefden van de de liefde en hielden zoveel van elkaar dat ze niets nodig hadden behalve af en toe een maaltijd. Maar overal werden ze weggejaagd. In die tijd was zoveel liefde voor de mensen teveel om aan te zien. Dat kon niet waar zijn, dus joeg men de liefde weg. Maar de man en de vrouw lieten het niet aan hun hart komen. Uit één van hun bijzonder passionele vrijpartijen, ontstond een baby’tje.  De vader en de moeder hadden alleen maar liefde voor elkaar, en ze konden niet geloven dat hun liefde nóg groter werd naarmate de buik van de vrouw steeds boller werd. De liefde die de ouders voelden voor elkaar en voor hun kind, voedde het kind in moeders buik weldadig.

Omdat de toekomstige ouders rondzwierven, op zoek naar een plek om een kind op te voeden, sliepen ze op een nacht ergens in een stal. Geschrokken maakte de vrouw haar man wakker in het midden van de nacht: ‘ons kind komt! Ons kind komt!’ Drie koningen en drie koninginnen kwamen toevallig langs, aangetrokken door het licht dat uit de stal scheen. Ze zagen hoe de ouders sukkelden met al dat licht en alle praktische beslommeringen die bij een geboorte nu eenmaal horen. De koningen gingen jagen zodat er te eten was, ze brachten droog hout en ook een geit die het gezin voorzag van melk voor boter en kaas. De koninginnen zorgden inmiddels voor de barende moeder,  poetsten de stal, hielden het vuur gaande en kookten het eten. Het gevolg was dat toen het kindje uiteindelijk geboren werd, zo roze en rond was van geluk en gezondheid.  Maar bovenal straalde zij zoveel licht en liefde uit dat de ouders hun ogen moesten bedekken. De koningen gingen buiten met de kersverse vader en dronken bier en vierden zijn vaderschap. De koninginnen zorgden voor een warm deken voor de pasgeborene, wasten en verzorgden de kersverse moeder, zetten warme thee en vierden binnen het moederschap. Het waren nederige koningen en koninginnen, behulpzaam en praktisch. Tijdens de gemeenschappelijke maaltijd vierden de ouders, de koningen en de koninginnen en iedereen die erbij wou zijn, de geboorte van het kind. Ze besloten het kind, een meisje, Kristina te noemen. Het kindeke lag erbij te blozen, zo gelukkig van al die liefde en warmte waarin ze was geboren. De ouders waren vol dankbaarheid en waren inmiddels gewoon aan het licht van de baby.

De koningen en de koninginnen hoorden tijdens het eten het verhaal van de ouders aan. De man en de vrouw vertelden dat ze op de vlucht waren. Ze waren op zoek naar een plaats waar liefde en licht welkom was. Op zoek naar een nieuw begin en een nieuwe start, om al die liefde en al dat licht te kunnen delen met al wie zij ontmoeten zouden. De koningen en de koninginnen beraadden zich kort maar beslisten al snel, dat het gezin welkom was in hun land, het land der Belgen. Er was geen beter land waar zij zouden kunnen wonen, met niet minder dan het geschenk van al hun licht en liefde, dat ze zouden delen met ieder die ze ontmoetten. Ze vonden er een plek om te wonen, Kristina ging naar school. Ze leerden de taal en maakten snel vrienden. Kristina vertelde op een dag aan haar meester Geert het verhaal over de goedheid van de koningen en de koninginnen, dat ze het wonder vond. Meester Geert vertelde dat het geen wonder was, maar gewoon een zaak van alledag, een vanzelfsprekendheid en dat mensen in België met open armen worden ontvangen. Dat alles wist Kristina niet, maar ze was zo blij, zo blij dat ook zij hier mocht zijn. Zo blij dat België een land is waar licht en liefde heerst en haar licht ook welkom was. Kristina leefde nog lang en gelukkig samen met alle Belgen. Eind goed, al goed.

-Kerstverhaal geïnspireerd door het pakkende verhaal van Kristina uit Eeklo en de instagrampost van Marianne Willamson: 

christmas marianne williamson

 

 

 

 

 

 

Ik ben een vlinder, jij ook?

Voor wie snel wil gaan, voor wie wil uitbreken, voor wie wil ontpoppen, voor wie al wil vliegen maar nog kruipt, voor wie wil ont-wikkelen, voor wie groeipijnen heeft: give yourself time!

Ik denk aan de vlinder die ik in wezen ben, aan de vlinder die ik aan het worden ben. Dat elke fase waar ik doorheen ga, een nieuwe laag is waar ik doorheen breek. Stap voor stap ontpoppen, laag per laag ont-wikkelen, op weg naar loslaten, overgave en vliegen als een vlinder. Gedragen door de wind en de zon, gevoed door de bloemen en de aarde. Ik ben een vlinder, misschien nog een rups, maar ik ben echt ook een vlinder in wording. Het vergt een beetje moed om elke fase in te gaan, om niet te blijven waar het veilig en bekend is. En mee te bewegen met het leven, alles accepteren, te beginnen met mezelf en de staat waarin ik nu ben. Schoon, zo’n vlinder en de metafoor van evolutie en cyclus en dat alles altijd verandert en niks ooit hetzelfde blijft, al willen we dat soms zo graag.

Ben jij ook een vlinder?

Deze blogpost is er eentje in de reeks dieren. Ik schreef eerder al over de koe, de kikker en de olifant.

Sinterklaas met moed

‘Mama! Een kindje uit mijn klas zegt dat Sinterklaas niet bestaat!’ vertelt mijn dochter Noor  verontwaardigd aan de keukentafel. ‘Ik weet dat ook wel dat Sinterklaas hulpsinten heeft,’ gaat ze pienter verder, ‘hij toch onmogelijk overal tegelijk zijn!’. Noor is 6 en niet alleen slim maar ook zeer empathisch. Haar zus Reina van bijna 9 knikte hevig instemmend en voor mij voelde dat alsof ze ook nog steeds gelooft dat Sinterklaas echt is. Oh jee, dacht ik. Het jaar van de waarheid. Hulpsinten, dus. Er komt een moment dat onze dochters zullen begrijpen dat Sinterklaas misschien wel een verhaal is van vroeger, en dat het min of meer waar is. Maar dat de praktische uitvoering tegenwoordig door hun eigen ouders gebeurt, of door andere volwassenen die zich graag verkleden. Heel veel dank aan de buren voor deze ondertussen jaarlijkse traditie. Het is echt geweldig om eventjes weer net zo zenuwachtig te zijn als onze kindjes wanneer de deurbel gaat. Oh wie klopt daar kind’ren?

IMG_0591

Vanmorgen verliep het wonderwel. Hun geloof werd niet aangetast hoewel mijn man zweert dat Reina doet alsof. Ik betwijfel het, ofwel is ze aanstormend supertalent voor het betere toneelstuk. Wat als de dag komt en ze de waarheid weten? Stopt Sinterklaas dan met langskomen? Sinterklaas is een kinderfeest dat ik graag wil behouden in ons gezin, hoe oud onze kinderen ook zijn. Ze zijn en blijven onze kinderen en zelfs al zijn de 40 jaar, ik hoop dat we hen dan nog steeds ‘uldere kloas’ kunnen geven. Maar naarmate ze groter worden, wil ik de inhoud ervan toch wat anders invullen. De materiële cadeaus zijn ondergeschikt aan het verhaal en de moraal die ik wil meegeven. Wat ik wil meegeven is dat als je gelooft in iets, dat het dan ook bestaat. Als je het niet gelooft, dan kan het ook niet. Dat als je iets heel graag wil, dat je dat mag vragen aan iets of iemand mysterieuzer dan onszelf. Cadeautjes zullen we dus niet blijven geven, misschien wel een centje of snoepgoed, of allebei. Ik heb gelukkig nog tijd om dat uit te vissen.

Wat nu wel al kan, is brieven schrijven. Voorlopig nog met knip- en plakwerkjes erbij van het speelgoed waar ze naar verlangen. Maar Reina kan ondertussen al echte brieven schrijven, dus heb ik haar gevraagd om dat te doen voor Sinterklaas. Ze vroeg drie cadeautjes en voegde toe dat ze wist dat ze veel vroeg. Het was geen éénrichtingsverkeer, want Sinterklaas stuurde een brief terug. Hij antwoordde dat het voor hem niet zo duidelijk was: één cadeautje voor elk kind, of drie cadeautjes per kindje?

IMG_0556

Noor trok grote ogen toen ze de brief zag. Ik weet dat ze nu al niet kan wachten om volgend jaar ook een poging te wagen op een echte heuse brief, en dat ze tegelijk moet gedacht hebben: zie je wel dat Sinterklaas bestaat!

Wat nu gestart is als een kinderspelletje is ook een manier om op een andere manier in contact te zijn met wat onze kinderen werkelijk willen. Een kennis inspireerde mij om dit te doen en vooral om dit ook te blijven doen. Eén van die brieven van haar kinderen heeft haar ooit zo hard geraakt dat ze besloot het roer om te gooien. Ze ging door een zeer moeilijke periode op het werk, een periode van veranderingen en van besparingen en dat eiste zijn tol. Ze leed onder de situatie maar zag ook geen uitweg. Volhouden en tandenbijten, dacht ze bij zichzelf. Haar dochter was al een tiener toen ze in haar brief aan de Sint (goed wetende dat papa en mama het lezen en dat zij ook degene zijn die antwoorden) vroeg: ‘Sint, ik wil dit jaar geen cadeau, ik wil ook geen geld. Er is maar één ding dat ik wil. En dat is dat mijn mama terug gelukkig is.’ Kippenvel kreeg ik daarvan, en tranen in mijn ogen. Hoe glashelder kan een boodschap van je kind zijn? Welke motivatie heb je nog meer nodig om de moed te hebben om actie te ondernemen en te veranderen wat anders moet? Als kinderen aan de Sint hun diepste verlangens en hun grote wijsheid kunnen kenbaar maken, dan moeten we er vooral voor zorgen dat kinderen dat kunnen blijven doen. En daarvoor ben ik Sinterklaas en Zwarte Buurman Piet erg dankbaar. Ik kijk al uit naar volgend jaar!

Vieren jullie ook nog Sinterklaas?