Over Michael Jackson en mijn eerste boek

Met bijzonder grote vreugde kondig ik de geboorte aan van mijn eerste boek – als ghostwriter voor Patricia van Lingen van de School voor Relaties. De School veranderde mijn leven en de methodiek die in het boek beschreven staat hopelijk ook het jouwe!

Ergernissen als bron van zelfreflectie

Het boek heet ‘Wat je zegt, ben je zelf. De kracht van spiegelen.’ Spiegelen is een methode die ik ondertussen al meer dan zes jaar dagelijks gebruik wanneer ik me erger. Ergernissen zijn een belangrijke bron van energie- en tijdverlies, en in de zoektocht naar medestanders van mijn zogenaamde gelijk, vind ik ook tegenstanders, wat voor nog meer ergernissen, meer energieverlies en nog meer tijdverlies zorgt. Bovendien voelt het helemaal niet goed. Je ergeren lost ook niks op als je er niks meer mee doet dan gelijkgestemden zoeken die je bevestigen in die ergernis. Wanneer je die ergernissen gaat spiegelen, blijken ze gelukkig ook een fantastische bron van zelfinzicht én zelfmotivatie én zelfverantwoordelijkheid. Met andere woorden: door te spiegelen krijg je inzicht, energie en de moed om eindelijk echt iets te veranderen. En dan draag je bij tot een mooiere wereld, in de eerste plaats voor jezelf.

Spiegelen, schrijven en het juiste liedje

Ik leerde de methode van Patricia tijdens de trainingen die ik volgde in de School voor Relaties. Al jaren begeleid ik oefengroepen van vrouwen en mannen die het spiegelen onder de knie willen krijgen. Ik doe het zo ongelooflijk graag! Mijn liefde voor het spiegelen gecombineerd met dat andere dat ik graag doe, schrijven, maakte mij de juiste persoon op de juiste plaats om dit boek te schrijven. Bijzonder dankbaar ben ik voor deze kans en deze opdracht! Ik hou ook heel erg van muziek en ik zocht op Spotify nieuwsgierig naar een passend liedje voor dit boek. En ik heb het gevonden! Man in the mirror. De tekst is zo mooi, en past ook bij mijn verhaal dat ik met Joba’s Ideale Wereld wil brengen:

I’m starting with the man in the mirror

I’m asking him to change his ways

And no message could have been any clearer

If you want to make the world a better place

Take a look at yourself, and then make a change

 

Wederom: moed versus moet

Toch is het met enig schroom dat ik het deel, want het is bijna niet meer politiek correct om nog naar muziek te luisteren van… Michael Jackson. Heel veel twijfel dus of ik dit liedje zou delen op deze blog. Want ‘moet’ ik niet hem niet mee veroordelen, zoals de rest van de wereld? Of zou ik de moed hebben om er anders naar te kijken? Zonder zijn daden goed te praten, want doe ik absoluut niet. Maar zoals ik probeerde uit te leggen in mijn vorige blogpost: niemand is ooit ‘alleen maar’ dader, slachtoffer, goed, slecht, zwart, wit, man, vrouw, de job die je uitoefent, de partner die je bent. We zijn allemaal meer dan alleen dat.

Ik zag een aflevering van Grey’s Anatomy (Yep, ik beken, dit is mijn een guilty pleasure, wat is de jouwe?) waarbij de spoedgevallendienst overdonderd werd door het hoge aantal slachtoffers van een schietpartij in een school. Op een bepaald moment bleek dat de beste specialisten van het ziekenhuis alles op alles zetten om het leven van een gewonde te redden. En die bleek de dader te zijn: de moordenaar van 10 mensen, en die er nog eens 10 ernstig verwond heeft met een machinegeweer. Eén arts weigerde te operatie verder te zetten, ondanks zijn eed. De specialist was ervan overtuigd dat hij onmogelijk het leven van een moordenaar kon redden. In de wachtzaal sprak hij toevallig met de moeder van de dader. Hij kwam tot inzicht: ook een moordenaar is iemands zoon of dochter. Ook de moeder van een moordenaar wil niets liever dan dat haar kind blijft leven. Want voor haar is die dader boven alles haar kind. Wie is die arts om te oordelen? Aan zijn eed te verzaken? Loodzwaar is het sowieso, dat verandert helaas niet en dat zal het ook nooit.

Dus vandaar: Michael Jackson is vermoedelijk/allicht/misschien een dader en dat is helemaal niet oké en valt absoluut niet goed te praten, wat hij verder ook in zijn leven gerealiseerd heeft. Maar hij was ook een muzikant die een aantal heel erg goeie nummers gemaakt (of toch minstens gezongen) heeft. En daar is Man in the Mirror één van. Misschien is dit liedje en de tekst die ik zo mooi vind, die het spiegelen en mijn droom van een mooiere idealere wereld zo mooi onderschrijft, tegelijk ook een voorbeeld van hoe uitdagend en contradictorisch en loodzwaar het leven kan zijn. Dit liedje delen op mijn blog is dan ook een beetje met de moed in mijn schoenen omwille van de controverse rond zijn persoon. En toch. Toch wil ik altijd het mooie en positieve ook willen blijven zien in de ander. Het enige wat we vervolgens kunnen doen, is ons eigen stuk onderzoeken en daar verantwoordelijkheid voor nemen. En het boek ‘Wat je zegt ben je zelf’ kan je daarbij helpen!

PS: Het boek kost 19,99 € en je kan het bestellen bij bol.com, Standaard Boekhandel, bij Lannoo, je eigen lokale boekhandelaar of bij mij.

PPS: Hier kan je het Man in the Mirror beluisteren op spotify en hier kan je de originele videoclip beluisteren/bekijken op youtube. Oh ja en een wist-je-dat-je met dank aan wikipedia: In de videoclip komt geen enkel beeld voorbij waarin Michael Jackson het nummer zingt (slechts wat foto’s van de zanger worden afgebeeld). De clip laat grotendeels beelden zien van historische gebeurtenissen in de wereld van geweld, wat uiteindelijk leidt tot een nucleaire explosie, waarna het nummer verandert met daarbij beelden die hoop en vrede uitdrukken.

PPPS: Tot slot, de tekst van het liedje:

Man in the mirror

I’m gonna make a change,
For once I’m my life
It’s gonna feel real good,
Gonna make a difference
Gonna make it right
As I, turn up the collar on
My favorite winter coat
This wind is blowing my mind
I see the kids in the streets,
With not enough to eat
Who am I to be blind?
Pretending not to see their needs
A summer disregard, a broken bottle top
And a one man soul
They follow each other on the wind ya’ know
‘Cause they got nowhere to go
That’s why I want you to know
I’m starting with the man in the mirror
I’m asking him to change his ways
And no message could have been any clearer
If you want to make the world a better place
Take a look at yourself, and then make a change
I’ve been a victim of a selfish kind of love
It’s time that I realize
That there are some with no home, not a nickel to loan
Could it be really me, pretending that they’re not alone? 

A willow deeply scarred, somebody’s broken heart
And a washed-out dream
They follow the pattern of the wind ya’ see
‘Cause they got no place to be
That’s why I’m starting with me!

wat je zegt ben je zelf

Advertenties

Het is toch zo erg niet.

Ik zit in een aantal vrouwennetwerken, levensechte maar ook online community’s. Regelmatig worden daar vragen gesteld als: ‘De feiten zijn verjaard. Hoe kan ik toch grenzen stellen?‘, ‘Kan ik dit naar buiten brengen en willen jullie me hierbij ondersteunen?‘, ‘Die klootzak moet boeten!’.

Wat ruik jij lekker!

Deze week zei ik spontaan en oprecht en zonder bijbedoelingen tegen een man die niet de mijne is: ‘Wat ruik jij weer heerlijk!‘. Ik weet niet of het echt zo was maar ik merkte dat hij een beetje schrok. Ik voegde eraan toe dat het fijn is om zoiets te kunnen zeggen zonder meer en zonder bijbedoelingen, juist omdat die man veilig voelde voor mij om het te kunnen zeggen. Punt. Meer niet. Maar hij schrok. Denk ik. Misschien overschreed ik wel een grens. Misschien was het voor deze man om wat voor reden dan ook, echt niet comfortabel om te horen wat ik zei. Hoe onschuldig het ook was.

Voor mij begint het hele #metoo debat daarover: waar liggen mijn grenzen en die van een ander? Wat is de ruimte die ik mag innemen en wat is de ruimte van de ander? Mogen we in elkaars persoonlijke bubble komen en hoever? Of net niet? En dat zou betekenen, dat uit zoiets eenvoudigs als een onschuldig compliment een gesprek zou kunnen volgen over diepere onderliggende behoeften en gevoelens over persoonlijke en intieme grenzen. Een gesprek tussen mij en die man. Maar hoe doe je dat? Over zoiets onschuldigs als een gemeend compliment? En wil ik dat wel met die man met wie ik verder niets heb? Is dat niet een hoop tijdverspilling? En jij denkt misschien: ‘Allee joba, dat is toch niet erg, waar jij nu over begint.’. Ja, dat denk ik soms ook. Maar ik wil niemand doen schrikken of ongemakkelijk doen voelen. Dat wil ik echt niet. En als we het over de kleine dingen niet kunnen hebben, hoe moeten we dan de grote grenzen aangeven?

Onze eerste grenzen

Als een blanco blad wordt een kind op deze wereldbol geboren. Een baby heeft geen idee van goed of slecht, juist of fout, zwart of wit. Dat moet het van ons, volwassenen, leren. En zoals elk van ons ervaart een kind op één of andere manier ‘pijn’. En pijn kan heel erg pijn doen. En dan huilt een kind, soms heel hard, want het was heel erg. Voor het kind. En dan zeggen wij om hen te kalmeren de magische toverwoorden: ‘het is niet erg‘.

Stel je de schok voor die een kind ervaart als het die woorden hoort. ‘Wat ik voel en ervaar doet pijn… het is de ergste pijn want ik ken geen ergere pijn want dat heb ik nooit eerder andere pijn ervaren. Hoe kan het dan dat wat ik voel zo pijn doet, en dat dat niét erg is?‘ Maar dat is het wel. Dat is het écht wel. Voor het kind. Wanneer volwassenen (diegenen aan wie de zorg voor dit kind is toevertrouwd) die pijn niet erkennen en proberen weg te wuiven,  dan leert een kind dat het zichzelf en de ervaringen die het heeft (pijn) niet kan vertrouwen. Alsof het niet echt is. Er niet mag zijn. Minimaal is. Het leert van ons dat het niet erg is. Maar dat was het wel. Wanneer we dan als volwassene een (naar ons gevoel ongepast) compliment krijgen, of (naar ons gevoel ongewenst) aangeraakt worden door iemand van wie we dat niet willen, dan is er een stem in ons die die magische vloekwoorden weer opnieuw uitspreekt: ‘het is niet erg‘. We slikken het gevoel weg en slaan het op in ons lijf. We zwijgen onszelf emotioneel dood. We glimlachen en huilen diep vanbinnen ongekende, onbeminde ziekmakende tranen.

Ik geloof dat ik 8 was, toen ik een volstrekt onschuldige situatie van verstoppertje spelen door een oudere jongen ineens in mijn onderbroek betast werd. Niks ergs. Objectief gezien. En toch heel erg. Emotioneel dan. Want ik bevroor van angst, omdat ik dacht: het is niet erg. Gelukkig werden we op dat moment gevonden en verdween die hand zo snel als hij gekomen was. Dus het was ook echt niet erg.

Het is wel erg. Het is heel erg.

Als een volwassen man mij vandaag aanraakt op een manier die ik niet wil, ook al is die manier onschuldig, dan verstijf ik nog steeds. Het gesprek aangaan over mijn grenzen wordt steeds overruled door dat innerlijke gonzen in mijn hoofd: ‘Het is niet erg. Stel je niet aan.

Maar als ik die kleine nee’s niet kan aangeven, hoe moet dat dan met de grote nee’s? Laat ik dan nu toch minstens voor mezelf erkennen: ja, het is erg. Ja, het was inderdaad echt wél erg. Voor dat kleine kindje in mezelf was het erg. En als die tranen geheeld en gedroogd zijn, en een alternatief is aangeboden van hoe het wel zou moeten, ja dan, dan kunnen we naar de ander stappen. Niet voor schuld en onschuld, niet voor zwart en wit, en goed en fout. Maar voor nog meer heling. Van alle partijen.

Is dat geen onmogelijke opdracht?

In onze maatschappij is het beter om slachtoffer te zijn dan dader. Vele daders durven zich niet te outen. Begrijpelijk ook. In een wereld die zwart-wit denkt en handelt. Dat is waar het hele #metoo debat over struikelt. Zolang we daders afschilderen als monsters geraken we geen stap verder. Zou ik het durven schrijven: dat een dader ook alleen maar de andere kant is van de medaille? Als kind van 8 en betast door een jongen niet veel ouder dan ik was ik ‘slachtoffer’ (ik zet het tussen aanhalingstekens want het was inderdaad niet zo erg en ik voel me hierover allang geen slachtoffer meer) en durfde ik mijn grenzen niet aan te geven, durfde ik niet te zeggen: ‘stop daarmee, dat vind ik absoluut niet leuk’. Ik wist niet hoe.

Maar als dader heeft die jongen ergens op één of andere manier niet geleerd hoe hij de grenzen van een ander kan respecteren, bijvoorbeeld door ze te bevragen. Ook hij moet ergens geweten en gevoeld hebben: ‘wat ik doe, is niet oké‘. Er was niemand die mij toonde hoe ik nee kon zeggen, er was niemand die hem toonde wat hij wel en niet mocht doen. We zwegen allebei. We hebben er nooit met een woord over gesproken. en niet omdat we slechts kinderen waren. Het ‘hoe’ ontbrak. We willen allemaal dat onze persoonlijke en intieme grenzen niet overschreden worden. En daarbij de dubbelzinnige boodschap dat het niet erg is. We leerden niet hoe we daarover moeten praten, over wat we niét willen. Doodeng is dat, voor mij ook. En misschien zijn we ook wel vergeten wat daaronder zit, datgene dat wél willen. Zou het verbinding en liefde en erkenning kunnen zijn?

Dat heling en vergeving een aartsmoeilijke opdracht is, ja dat weet ik. En ik weet ook dat het kan, door diezelfde vrouwennetwerken bijvoorbeeld. Omdat daar gelukkig ook de mooie verhalen zijn. Het is mogelijk. Er is de waanzinnig moedige en inspirerende TedTalk van Thordis Elva en Tom Stranger. Over hoe zij, slachtoffer en dader, na een verkrachting tot heling en vergeving zijn kunnen komen van zichzelf en elkaar. Geen zwart-wit, geen wegduwen van wat er is, maar wel erkenning: ja, het was erg. Heel erg. En we zorgen er samen voor dat het nooit meer opnieuw zal gebeuren, dan is het tenminste niet voor niks geweest.

 

Verlenging

‘Hoe is’t?’, een eenvoudige vraag, gemakkelijk gesteld, vaak ook onbewust voorwaardelijk. Want wil een mens wel werkelijk weten hoe het echt met de ander is? Bleek en vermoeid weiger ik ‘goed’ te antwoorden wanneer dat zo niet is. Maar ik merk de ongemakkelijkheid bij de ander als ik zeg: ‘niet goed’. Ik voel een plotse angst opduiken bij die ander, dat ik mijn miserie bij hem of haar zou afgeven, en dat die er dan mee zit opgescheept. Ach, was het maar zo simpel. Dus ik hou het meestal op varianten: ‘Vandaag? Goed!’ of ‘Niet goed, maar ik praat er liever niet over.’ Die laatste is een vrijgeleide voor de andere om te reageren met waarheden als koeien: alles komt goed, na regen komt zonneschijn, lalala.

Al een aantal weken kreeg ik de melding van mijn blogaccount dat ik mijn domein diende te verlengen. Anders zou deze blog verdwijnen. Ik twijfelde en twijfelde. Iemand zegt: als je twijfelt, beslis dan niet. Iemand anders zegt: als je twijfelt, kies dan voor datgene waar je meest weerstand voor voelt. Nog meer twijfel. Ik heb helemaal niet zoveel geschreven dit jaar. Zal ik meer schrijven in 2019? Misschien wel. Misschien niet. Vandaag gaat het goed. Dus ik besloot op het laatste nippertje om mijn blogdomein met nog een jaar te verlengen. Vandaag voelt als een écht goede dag!

Rebelse meisjes

Vandaag is het vrouwendag. De uitstekende gelegenheid om een zeer bijzonder boek aan te prijzen. ‘Bedtijdverhalen voor Rebelse meisjes’. (*)

Bij ons is het de gewoonte dat ik ’s avonds een verhaal voorlees voor de kindjes. Eerst voor onze zoon Bas van 3,5 jaar, daarna voor de dochters van 9 en bijna 7. Ooit las 1-minuut-sprookjes voor. Omdat ik vond dat ik dat ‘moest’ doen, maar eigenlijk geen zin in had. Omdat ik verlangde naar ploffen in de zetel en wat tijd met mijn man. Het was écht verschrikkelijk hoe je een verhaal kunt ontdoen van alle lagen: ‘Er was eens een prinses, haar stiefmoeder was boos, ze vluchtte naar de zeven dwergen, ze at van de appel, ze ging dood, toen kwam een prins die haar kuste, en ze leefde nog lang en gelukkig.

Het kon echt niet meer zijn, met die belachelijk korte verhaaltjes, ontdaan van alle essentie. De sprookjesbundels van Thé Tjong Khing kwamen in de plaats: 6 à 8 pagina’s per sprookje! Na meer dan vier jaar zijn de boeken van deze schrijver nog steeds de favorieten van onze dochters. Maar ondanks de gelaagdheid en de engheid van die verhalen, het blijven verhalen die oud zijn. Over prinsen en prinsessen, en weinig inspirerend en toepasbaar voor hun eigen leven. Ik wens mijn dochters geen passief prinsessenleven toe.

Tot ik dus online ‘Bedtijdverhalen voor Rebelse meisjes’ tegen kwam. Ik heb lang getwijfeld om het te kopen want het was nog niet verkrijgbaar in de boekhandel. Ik kon het toen nog niet vastgrijpen en erin bladeren en objectief vaststellen dat het de moeite zou zijn om dit kopen. Dus het was toch wat een risico om dit te kopen, want ik kende niemand die het ook had gekocht. Maar nu ken jij mij en ik zeg jou: Maar mensen, wat een AANRADER!

Moderne sprookjes over échte meisjes en vrouwen, van over de hele wereld en over allerlei thema’s en sectoren. Het verhaal van Astrid Lindgren, Maya Angelou, maar ook over Coco Chanel, en Malala Yousafzaï. Dat laatste las ik gisterenavond voor. De monden van onze dochters vielen open van verbazing: mocht Malala niet naar school!? Omdat ze een méisje is? Overleefde ze een kogel in haar hoofd? En ze won al een Nobelprijs! We lazen ook het verhaal over Brenda Chapman. Zij is een tekenares die overal geweigerd werd, maar bleef doorzetten. Uiteindelijk maakte ze de film ‘Brave’. Dat is dé lievelingsfilm van onze tweede dochter Noor. En Noor houdt ongelooflijk veel van tekenen. Dat was zo fijn om te lezen en te ontdekken!

Maar liefst 100 verhalen over bijzondere meisjes en vrouwen. Vlot geschreven en bij elk verhaal geef ik mijn dochters de onderliggende inspirerende boodschap mee: als je ervan kan dromen dat je het doet, dan kan je het! Mijn dochters hoeven geen nobelprijs te winnen en ook niet zelf ooit in zo’n boek te verschijnen. Maar wat ik wel graag voor ze wil is dat ze hun dromen achterna gaan.

Oké, eerlijk is eerlijk: soms hebben de verhalen wat teveel 1-minuut-gehalte. De kritische lezer zou daarover kunnen vallen. Maar deze verhalen zijn zo verfrissend. De passieve prinsessen die dromen van een prins, daar heb ik het wel even mee gehad. En bovendien, dan lezen we er gewoon 5 op een avond. Het mooiste is hoe mijn dochters elke avond in koor vragen om deze verhalen. ‘Toe mama, nog één! Toe, toe, toe, nog ééntje!’

Aan alle ouders met dochters: koop dit boek!

Rebelse meisjes

(*) Ik krijg geen geld voor het aanprijzen van boeken. Dit boek is gewoon zo fantastisch en een écht “moet-je-hebben” voor in je bibliotheek. Dat is de enige reden waarom ik er hier over schrijf. En omdat het boek meehelpt om meisjes te doen dromen én die dromen waar te maken. Zo realiseren ze voor zichzelf hun ideale wereld.

Avaritia (hebzucht – gierigheid) #ouderzonden

Wat zou je nooit delen met je kinderen? Of kind? 

Ik kan werkelijk niks bedenken. Niks. Behalve uit mijn bord eten. Daar kan ik niet tegen. Ieder kijkt in zijn eigen bord. Maar uit elkaar bord pikken, nee. Mijn eten delen daarentegen, ja. Tuurlijk wel. Als ze het eerst mooi vragen. Maar verder? Ca va.

Is dat niet de essentie van ouderschap, dat je alles wie je bent, alles wat je hebt, deelt met je kinderen? Ik heb liefde te delen, een huis om te delen, een man om te delen (als hun papa dan). Ik neem wel af en toe een joba-dag, een mama-moment, een papa-&-mama-dag. Maar zelfs dan, als ze dat nu echt zouden willen en vooral nodig hebben, dan deel ik dat met hen. Dan mogen ze er bij zijn. Niet te vergeten, er zijn ook ‘mama-dagjes’ met elk kind. Daar genieten ze heel, heel erg van. Alhoewel ik moet toegeven dat het met drie kinderen inmiddels mama-uurtjes geworden zijn. Momenten van exclusieve aandacht van mij voor elk kind afzonderlijk. Familiegeheimen, dramatiek, de dingen die voor volwassenen zijn, die deel ik nu niet met hen maar dat komt nog, naar mate ze groter worden. Dat is een kwestie van tijd. Ik ben benieuwd naar de andere blogs over deze deugd. Ik vraag me af of ik hier op een grote blinde vlek gestoten ben wat betreft deze ouderzonde, maar ik zie het echt niet.

Aha!

Ik zou wel nooit mijn kinderen willen delen. Ík ben de mama. Niemand anders. Ieder ander betrokken in de opvoeding van onze kinderen heeft zijn eigen rol. Hun papa op de eerste plaats, en verder nog de grootouders, tantes en nonkels, peters en meters, leerkrachten, babysits, noem maar op. Waarvoor ik hen allen ongelooflijk dankbaar ben, want alleen zijn zou ik het niet kunnen. Maar ik ben de mama. Mijn mama-zijn delen? Nee. Misschien is dat wel een ouderzonde, dat ik mijn moederschap alleen wil dragen. Terwijl het eigenlijk niet hoeft. Ik ben de moeder, ik kan die rol niet delen zelfs al zou ik het willen.

Dubbele aha

Deze blogpost raakte niet op tijd online. En toen werd duidelijk waarom. Dit weekend waren twee van drie kindjes ziek (griep) en begrijpelijkerwijs hangerig en met nood aan extra moederliefde. Dat ik dan ook graag geef: knuffelen en op mijn schoot en lang in de zetel blijven zitten. Allemaal geen probleem. Maar dan. Toen kwam het moment waarop ik aan tafel neer zijg (is dat een woord? Zijgen?) om te eten. Dat moment. Het moment dat ik vijf minuten in alle rust voedsel tot mij wil nemen, brandstof en energie om nog eens een paar uur verder te kunnen. ‘Mamaaaaaaaaaaaa!!! Ik wil NUUUUU knuffeluhhhn!’. Dat moment is mijn schoot niet beschikbaar voor knuffels en kussen. Dan moet iedereen even van mij blijven en mij. gewoon. laten. ETEN.

Gevoelig blind vlekje van mij!

 

Volgende week: Luxuria (onkuisheid – lust – wellust) 

Meeschrijven aan #ouderzonden doe je hier.

Ouderzonden.

Onlangs nog complimenteerde iemand mij met dat ik er uitzie alsof ik alles onder controle heb, en altijd de rust en kalmte zelve ben. Nou, controle, schrap dat maar. Ik voel me vaker out-of-control dan in-control. De rust en kalmte zelve is een masker dat ik me al lang geleden heb aangemeten om de storm in mezelf te verbergen. Hoe zich dat dan allemaal uit binnen de vier muren van ons gezin? Ik geef je de komende 7 weken een inkijk, want ik geef mijn #ouderzonden bloot. Ouderzonden is een initiatief van twee moeders waarbij je als blogger zeven weken lang een hoofdzonde beschrijft, en vooral dan de toepasselijkheid van die zonde op je eigen (mijn eigen) ouderschap. Ouderzonden. Het woord alleen al! Deze challenge wil ik aangaan.

Elke week is wel heftig. Ik vond twee keer per maand iets posten op mijn blog al redelijk realistisch, in combinatie met het schrijven van een boek (twee deadlines per maand) en een opleiding tot kindertolk (elke maand een deadline). Maar ik doe het zo graag. Het combineert alles wat ik graag doe: schrijven over kwetsbaarheid en verbinding en over hoe we de wereld een beetje idealer kunnen maken. Is het niet voor onszelf, dan toch zeker voor onze kinderen. De enige manier waarvan ik ondervind dat ze écht werkt is door grondig aan mezelf te werken. Oh, wat een mottige uitdrukking. ‘Werken aan mezelf.’ Grondige verbouwingen doorvoeren, de fundamenten stutten en zorgen voor voldoende riolering overal. Enfin. Ouderzonden dus, en kwetsbaarheid, walk the talk joba, en schrijf. Ik ga schrijven en open en eerlijk zijn over mijn moederschap. Deze biecht ik alvast op:

A_20171210_3

Bovenstaande foto is één van de enige twee geslaagde foto’s na meer dan 50 keer klikken met mijn camera. Alle andere foto’s tonen boze kindjes die geen zin hebben in een fotoshoot. Niet alles is wat het lijkt! Vanaf 1 februari volgen hier: hoogmoed, hebzucht, onkuisheid, jaloezie, gulzigheid, gramschap en traagheid. Oh, waar ben ik aan begonnen!

Meedoen? Check de blog van Romina voor meer info en inschrijven.

Mens erger je niet

Ik schrijf een boek! Samen met de fantastische Patricia van Lingen van de School voor Relaties schrijf ik een boek over ergernissen en hoe ergernissen je heel veel vertellen over jezelf. Wie de moed heeft om daar naar te durven kijken, heeft meteen alles in handen om zijn of haar leven te veranderen. Heel veel meer kan ik er nog niet over zeggen, de bedoeling is dat alles in het boek komt en niet op mijn blog. Maar wat ik wel kan zeggen: het boek moet tegen de zomer af zijn om vervolgens echt geboren te worden in het najaar. Het staat in de sterren geschreven, al schrok ik behoorlijk toen ik mijn horoscoop de eerste keer las:

Een boek is ook een beetje een kind, nietwaar?

Ondertussen ben ik op zoek naar veel voorkomende ergernissen om het over te hebben in het boek. Waar erger jij je aan? Op je werk, in het verkeer, bij je familie, onder vrienden, op tv, …? Maakt niet uit, spuw je gal! Laat het me weten hieronder of via een bericht of telefoontje. Ik bezorg je een antwoord, hopelijk ook in het boek! Anonimiteit en privacy zijn verzekerd, uiteraard. Dankjewel!