Luxuria (onkuisheid – lust – wellust) #ouderzonden

Oh mijn ouderzonden. Misschien is mijn grootste ouderzonde wel dat ik teveel hooi op mijn vork neem en de vork vervolgens niet meer kan dragen. Zoals beloven om elke week een stukje online zetten. Het lukte me voorheen niet en nu zeker niet. Maar zachtheid en compassie, in eerste instantie voor mezelf, zijn de toverwoorden! Dus daarom veel later dan voorzien, toch nog iets over luxuria. Het voelt alsof Acedia (traagheid) nu beter zou aan bod komen maar dat is pas voor binnen twee weken. En zo is het ook nooit goed in Joba’s reële wereld. Hopla, onkuisheid, hier ga ik!

Wat doe je om jezelf graag te blijven zien en dit over te brengen aan je partner nu je in de eerste plaats vooral ‘ouder van …’ bent? 

Er was eens een keigoed boek en een bijhorende fantastische training die me erop wezen dat de natuur inderdaad voorziet dat ik bij elke baby in het begin inderdaad in de eerste plaats ‘ouder van…’ ben. Ik ben dan in de eerste plaats moeder. Niet Joba, niet vrouw van Lieven, maar MOEDER. Punt. In functie van het overleven van het kind is dat tijdelijk de weg. Maar daarna, daarna mag ik weer in de éérste plaats JOBA zijn, op de tweede plaats vrouw van Lieven, en dan pas moeder. Het klinkt gek in mijn oren dat het ooit anders voelde. Natuurlijk zijn onze kinderen cruciaal in ons leven en nemen mijn man en ik allebei de volle verantwoordelijkheid om onszelf en onze kinderen gezond en gelukkig te laten zijn. En daarin is exclusiviTIJD voor hem en mij de basis. Die basis is immers waar onze schatten uit voortkomen, dus het is in ons en hun belang dat die basis goed gevoed blijft.

Ik verkoop het aan de kinderen als papa&mama-dag maar op zo’n dagen zijn wij dan vooral Lieven & Joba, en geen papa en mama. We noemen elkaar ook niet papa en mama, nooit. We hebben ook de tv bewust niet afgeschaft. Want soms, ja soms, is dat écht de beste babysit. Denk aan koken, maar ook aan papa-mama-tijd. Ik moet er geen tekeningske bij maken, toch? 🙂 Het zou een onkuis tekeningetje zijn.

Naast het boek en de training en bergen boeken die ik over het onderwerp verslonden heb, volg ik nu ook een opleiding tot kindertolk en daarin wordt dit idee alleen maar bevestigd. Dat de natuur voorziet dat ik inderdaad bij de geboorte van elk nieuw kindje helemaal gefocust ben op dat wondertje. Om de overleving te waarborgen is dat zo door tienduizenden jaren heen gegroeid. Noem het instinct, de genen, whatever, het is zo. Maar op een bepaald moment moet die focus weer veranderen naar me en my hubby. De zogenaamde onkuisheid is eigenlijk het onderhouden van het uiten van de liefde tussen man en vrouw.

In mijn ideale wereld bestaat de heilige drie-eenheid niet uit drie generaties mannen – de vader, de zoon en dan een onstoffelijk wezen. Nee, de heilige drie-eenheid bestaat uit vader-moeder-kind. Het kind komt voort uit de liefde – of uit “onkuisheid” om precies te zijn. Onkuis vind ik dat niet, integendeel. Het is heilig! Als die focus en die verbinding goed is, dan heeft het kind alles mee dat het nodig heeft om zelf tot een gegronde gezonde gelukkige volwassene uit te groeien. Dus ja, ik ben drie keer al een hele tijd vooral ‘ouder van…’ geweest. Maar na negen jaar ervaring in het ouderschap leerde ik de essentie terug te zien. Ik ben vooral en in de eerste plaats Joba, partner van Lieven, en ook moeder. Als het goed gaat met mij, en vervolgens goed met mij en mijn man, dan gaat het goed met onze kinderen. Dan stroomt de liefde hier eindeloos over. Eerst me-time, dan us-time met mijn man, dan together-time met het hele gezin.

Er is ook us-time één op één met elk kind. Prioriteit is de me-time. Dat is vooral een enorme uitdaging. Maar dat hou ik voor een andere blogpost.

 

Advertenties

Superbia (hoogmoed, hovaardigheid, ijdelheid) #ouderzonden

Gisteren is de dag dat ik voor het eerst mama werd. Negen jaar al ben ik de ongelooflijk trotse mama van Reina. En inmiddels ook van Noor (bijna 7) en Bas (3,5). Vandaag is daarom een heel goede dag om mijn ouderzonden van de voorbije jaren onder loep te nemen. Hier gaan we dan: ik buig me over hoogmoed, hovaardigheid en ijdelheid. Oftewel Superbia.

Waarom ben ik een goede moeder? Waar blink ik in uit? 

Ik luisterde naar de podcast van Oprah in gesprek met de Amerkikaanse schrijfster Maya Angelou. Oprah vroeg haar: ‘Op welke creatie ben je het meest trots?’ Ze antwoordde zonder twijfelen dat dat haar zoon was. “Zoals elke moeder zeggen zou”, voegde ze eraan toe. Maar de manier waarop Maya Angelou dit zei was anders dan andere moeders. Zoals zij alles anders zegt kon ik haar waarden voelen in mijn hart, ik voelde hoe ze die woorden werkelijk meende. Ik knikte hevig mee en er rolde zelfs een traan over mijn wang. Een kind op de wereld zetten. Ja, dat is ook mijn grootste prestatie in mijn leven. Meervoud. MAAL DRIE!!! Daar ben ik zo trots op. Ik blink uit in moederschap gewoon al omdat deze drie wondertjes er zijn!

Soms vind ik dat we te weinig stilstaan bij wat voor een prestatie dat werkelijk is. In ons vrouwenlijf laten we een kind groeien en we starten met alleen de ingrediënten van ons eigen lichaam. Het enige wat we nog moeten halen is een zaadcel. Eéntje! En kijk eens wat wij vrouwen daarmee kunnen doen! Dat is toch een wonder, dat je in je mensenleven nooit meer evenaart, wat je ook nog realiseren mag. Ik wil het met hoogmoed dus niet te ver gaan zoeken. Want ja, mijn kinderen zijn behoorlijk beleefd, vriendelijk, slim, lief, en ik lees ze (bijna) elke avond een verhaaltje voor. Ik gaf ze borstvoeding, of probeerde toch, enzovoort blablabla. Maar eigenlijk, gewoon, moeder zijn, dat is al een prestatie om gigantisch hoogmoedig over te zijn.

Ik heb niet één maar drie kinderen. Ergens in de afgelopen jaren tussen nummer één en twee, moet ik gedacht hebben: ik kan dit, laten we dit doen, nummer drie kan er ook nog bij. Ik kon me niet voorstellen dat ik al die liefde voor dat eerste kind zou moeten verdelen over een volgend en nog een volgend kind. Maar pas als het kind er is, begreep ik, dat de liefde voor dat kindje dat er al was niet vermindert of verdeeld moet worden. Integendeel, er komt gewoon NOG MEER liefde. En trots. Ik ben eigenlijk gewoon niet meer en niet minder gigantisch, wat zeg ik, GIGANTISCH trots op onze kinderen.

 

RNB

Hoe kan nu dat nu zonde zijn? 

Ik ben vrijzinnig opgevoed maar uiteraard niet vrij van de christelijke moraal die eigen is aan onze samenleving. En waar ook niets mis of fout aan is. Doe een ander niet aan wat je zelf niet wil, eert uw vader en uw moeder, enzovoort. Ja ook ik, een halve heidense hippieheks hang die waarden aan. Maar die hoofdzonden, daar heb ik toch zo moeilijk mee. Het woord zonde klinkt zo zwaarbeladen en dat is het ouderschap al genoeg. Bovendien, wat is werkelijk zonde? Dat ik trots ben op mijn kinderen? En dat ik trots ook tot uiting breng? Ik zie ze stiekem glunderen wanneer ik ze complimenten geef. Ik hemel ze niet op (behalve hier in deze blogpost) maar ik geloof echt, vanuit het diepste van mijn hart: je kan ze geen liefde of aandacht teveel geven. Wees trots, moeders en vaders, op je kinderen, en zeg het hen ook, hoe graag ze worden gezien. In mijn ideale wereld is dit geen zonde maar een deugd.

Ere wie eer toekomt

De resultaten van mijn moederschap spreken voor zich. Alleen, ik kan niet uitblinken in moederschap zonder het vaderschap van mijn man. Onze kinderen zijn er ook dankzij het gedeelde ouderschap en zijn grote betrokkenheid. Zonder hem? Geen van onze drie schatten was er geweest. En dat is veel veel ruimer dan alleen conceptiegewijs en dat ene zaadcelletje. Zonder het vaderschap van mijn man was ik geen moeder, of toch zeker geen goede. Dus minstens evenveel lof ook voor hem, echt waar.

 

 

Volgende week: Avaritia (hebzucht – gierigheid)

Meeschrijven aan #ouderzonden doe je hier.

Kristina en het kerstverhaal

Kristina

Kristina is een meisje van 11 jaar uit Eeklo, pardon, Armenië. Ze is hier terechtgekomen toen ze amper 2 jaar oud was. Ze gaat hier naar school, leerde de taal, vond hier vriendjes en vriendinnetjes. Haar familie is echter uitgeprocedeerd en zij en haar gezin werden tijdens de warmste week opgepakt en overgeplaatst naar een zogenaamd terugkeercentrum. Ze brengt er de feestdagen door tijdens een periode waarbij vele diensten gesloten zijn en nog meer personeel liefst verlof neemt. Het maakt me boos. De timing: kon dat niet anders? Vlak voor de kerstvakantie? In de warmste week? Na négen jaar!?

Haar leerkracht Geert Faes liet het niet bij boze emoties en verinnerlijkte verontwaardiging alleen. Hij schreef een pakkende brief en haalde met zijn aanklacht diverse kranten en journalen in binnen- en buitenland. Hij bracht Kristina ook haar rapport, want daar had ze tijdens die warmste week de kans niet meer toe gekregen. Dat ze goede punten had, zal Kristina zich later als ze hieraan terugdenkt misschien niet meer herinneren. Dat het geen warme maar een bittere week was, een koude week, een harde week, dat vermoedelijk wel. Ik deelde haar verhaal op mijn facebookpagina en ik kreeg daarop een reactie die ik niet had verwacht: “dat het de verantwoordelijkheid is van de ouders, dat het kind de dupe is, maar dat regels regels zijn en dat dat jammer is voor het meisje”.

Creativiteit in tijden van onbuigzaamheid

Wat een steek in mijn hart. Ik blijf blind geloven in de goedheid van de mens. Het is een radicale keuze, die me vaak achterlaat in ongeloof wanneer ik geconfronteerd word met mensen die het tegendeel aanhangen. De mensen die kiezen voor kwaad en koud en hard en ‘regels zijn regels’. Hoogstens een ‘dat dat jammer is voor het meisje‘, en vervolgens berusten en terugkeren tot de orde van de dag: kerstbomen versieren, cadeautjes kopen, en braspartijen houden tijdens kerst en nieuw. De onbuigzaamheid naar kinderen raakt me het allermeest. Als we de dingen niet meer veranderen willen, zelfs niet voor onze/de kinderen, voor wie dan wel? Wat zegt dat over onszelf? Ik blijf achter met zo weinig dat ik kan doén, behalve schrijven. Ik heb het kerstverhaal herschreven. Het kan geen toeval zijn dat Kristina Kristina heet.

Het Kerstverhaal

Lang lang geleden waren er eens een man en vrouw die heel veel van elkaar hielden. Ze leefden van de de liefde en hielden zoveel van elkaar dat ze niets nodig hadden behalve af en toe een maaltijd. Maar overal werden ze weggejaagd. In die tijd was zoveel liefde voor de mensen teveel om aan te zien. Dat kon niet waar zijn, dus joeg men de liefde weg. Maar de man en de vrouw lieten het niet aan hun hart komen. Uit één van hun bijzonder passionele vrijpartijen, ontstond een baby’tje.  De vader en de moeder hadden alleen maar liefde voor elkaar, en ze konden niet geloven dat hun liefde nóg groter werd naarmate de buik van de vrouw steeds boller werd. De liefde die de ouders voelden voor elkaar en voor hun kind, voedde het kind in moeders buik weldadig.

Omdat de toekomstige ouders rondzwierven, op zoek naar een plek om een kind op te voeden, sliepen ze op een nacht ergens in een stal. Geschrokken maakte de vrouw haar man wakker in het midden van de nacht: ‘ons kind komt! Ons kind komt!’ Drie koningen en drie koninginnen kwamen toevallig langs, aangetrokken door het licht dat uit de stal scheen. Ze zagen hoe de ouders sukkelden met al dat licht en alle praktische beslommeringen die bij een geboorte nu eenmaal horen. De koningen gingen jagen zodat er te eten was, ze brachten droog hout en ook een geit die het gezin voorzag van melk voor boter en kaas. De koninginnen zorgden inmiddels voor de barende moeder,  poetsten de stal, hielden het vuur gaande en kookten het eten. Het gevolg was dat toen het kindje uiteindelijk geboren werd, zo roze en rond was van geluk en gezondheid.  Maar bovenal straalde zij zoveel licht en liefde uit dat de ouders hun ogen moesten bedekken. De koningen gingen buiten met de kersverse vader en dronken bier en vierden zijn vaderschap. De koninginnen zorgden voor een warm deken voor de pasgeborene, wasten en verzorgden de kersverse moeder, zetten warme thee en vierden binnen het moederschap. Het waren nederige koningen en koninginnen, behulpzaam en praktisch. Tijdens de gemeenschappelijke maaltijd vierden de ouders, de koningen en de koninginnen en iedereen die erbij wou zijn, de geboorte van het kind. Ze besloten het kind, een meisje, Kristina te noemen. Het kindeke lag erbij te blozen, zo gelukkig van al die liefde en warmte waarin ze was geboren. De ouders waren vol dankbaarheid en waren inmiddels gewoon aan het licht van de baby.

De koningen en de koninginnen hoorden tijdens het eten het verhaal van de ouders aan. De man en de vrouw vertelden dat ze op de vlucht waren. Ze waren op zoek naar een plaats waar liefde en licht welkom was. Op zoek naar een nieuw begin en een nieuwe start, om al die liefde en al dat licht te kunnen delen met al wie zij ontmoeten zouden. De koningen en de koninginnen beraadden zich kort maar beslisten al snel, dat het gezin welkom was in hun land, het land der Belgen. Er was geen beter land waar zij zouden kunnen wonen, met niet minder dan het geschenk van al hun licht en liefde, dat ze zouden delen met ieder die ze ontmoetten. Ze vonden er een plek om te wonen, Kristina ging naar school. Ze leerden de taal en maakten snel vrienden. Kristina vertelde op een dag aan haar meester Geert het verhaal over de goedheid van de koningen en de koninginnen, dat ze het wonder vond. Meester Geert vertelde dat het geen wonder was, maar gewoon een zaak van alledag, een vanzelfsprekendheid en dat mensen in België met open armen worden ontvangen. Dat alles wist Kristina niet, maar ze was zo blij, zo blij dat ook zij hier mocht zijn. Zo blij dat België een land is waar licht en liefde heerst en haar licht ook welkom was. Kristina leefde nog lang en gelukkig samen met alle Belgen. Eind goed, al goed.

-Kerstverhaal geïnspireerd door het pakkende verhaal van Kristina uit Eeklo en de instagrampost van Marianne Willamson: 

christmas marianne williamson

 

 

 

 

 

 

Stel je een vrouw voor

Als aanvulling op mijn blogpost eerder deze week, vond ik nog dit gedicht ergens op het internet.

Imagine a Woman, gedicht van Patricia Lynn Reilly. 

Stel je een vrouw voor die erin gelooft
dat het goed is dat ze een vrouw is.
Een vrouw die haar ervaringen eert 
en haar verhalen vertelt.
Die weigert de zonden van anderen 
in haar lichaam en leven te dragen.


Stel je een vrouw voor die zichzelf
vertrouwt en respecteert.
Een vrouw die luistert naar
haar behoeftes en verlangens.
Die ze ontmoet met zachtheid en gratie.


Stel je een vrouw voor die de invloed
van haar verleden op het heden erkent.
Een vrouw die door haar verleden heeft gelopen.
Die geheeld is naar het heden.


Stel je een vrouw voor die
baas is over haar eigen leven.
Een vrouw die uitblinkt, initiatieven neemt
en stappen maakt uit haar eigen naam.
Die weigert zich over te geven
behalve aan haar ware zelf
en haar wijste stem.


Stel je een vrouw voor die
haar eigen goden benoemt.
Een vrouw die het Goddelijke
in haar spiegelbeeld
en haar plezier voorstelt.
Die een persoonlijke spiritualiteit ontwerpt
om haar te informeren in haar dagelijkse leven.


Stel je een vrouw voor die verliefd is
op haar eigen lichaam.
Een vrouw die gelooft dat haar lichaam genoeg is,
gewoon zoals het is.
Die de ritmes en de cyclus als
een exquisiete bron viert.


Stel je een vrouw voor die
het lichaam van de Godin
in haar veranderende lichaam eert.
Een vrouw die de optellingen van haar jaren
en wijsheid viert.
Die weigert levensenergie te gebruiken
om de veranderingen in haar lichaam
en leven te verbergen.


Stel je een vrouw voor die de vrouwen
in haar leven waardeert.
Een vrouw die in vrouwencirkels zit.
Die wordt herinnerd aan de waarheid
over haarzelf wanneer ze het vergeet.


Stel jezelf voor als die vrouw.

 

 

Ik vind het zo mooi! Hoe zou de mannelijke versie van dit gedicht zijn? 


7009481331_70dd87eae3_z

Foto: Woman working on wing section, Boeing Aircraft Company, door Richie, Robert Yarnall, april 1943, via Flickr.

Is het liefde of is het angst?

Een prachtige mooie vriendin van mij zei ooit:’Waar ik als kind het meest spontaan mee bezig was, is zingen. Zingen, zingen en nog eens zingen, urenlang. Nu ik volwassen ben, heb ik er zoveel schrik voor, het maakte me doodsbang om te zingen voor een publiek. Omdat ik me dan helemaal open stel, omdat ik als ik zing, niet anders kan zijn dan wie ik werkelijk ben. Ik voel me dan zo kwetsbaar dat ik bijna gek zou zijn om ooit nog te zingen. Maar het is juist daarom dat ik zingen moet, omdat ik dan dat kleine meisje ben, zo kwetsbaar maar oh zo helemaal mezelf.’

Die vriendin van mij heeft gekozen voor het zingen, ze is er voor gegaan. Ze kiest voor acceptie van wie zij werkelijk is en ze zingt de pannen van het dak. Ze kiest niet voor gestolen momenten onder de douche als niemand haar hoort. Ze kiest niet voor opera’s in eenzaamheid. Ze kiest niet voor angst, niet voor tomeloos verdriet en al zeker niet voor eeuwenlang frustratie. Ze kiest voor liefde!

Bij mij was dat dus schrijven, of eigenlijk alsof. Letters schrijven kon ik nog niet dus vulde ik ruitjesschriftjes vol met bolletjes, hokje voor hokje. Nu ik volwassen ben, ken ik wel letters en kan ik écht schrijven, redelijk ça va zelfs, voor wie mij mijn sporadische dt-fouten vergeet. Maar doodsbang ben ik ook, want wie leest dat toch en wat heeft een ander daar nu aan en publiceer nu toch eens wat vaker. Dat stemmetje leg ik snel  het zwijgen op, ik geef het woord aan mijn hart en dat heeft reeds besloten:

Ik kies niet voor vergeten blanco notaboekjes onder in de kast, ik kies niet voor twijfel. ‘To be or not te be’ is bij mij ‘zou ik of zou ik nie’ en het antwoord is ‘ik zal’. Ik kies voor acceptatie van mijn verlangen, ik schrijf dat boek, ik publiceer het en leg het in de wereld. Ik kies niet voor angst, niet voor marineren in had-ik-maar, en al zeker niet in slachtofferschap. Het is onweerstaanbare drang en dwang, om te kiezen voor de liefde en nooit meer voor de angst.

Waar was jij als kind het meest mee bezig? Wat maakte dat jij de tijd uit het oog verloor en je ouders niet hoorde als je riepen voor het eten? Wat is dat?

Mannen en vrouwen in mijn ideale wereld

‘Weet je waarom ik vandaag helemaal in het zwart gekleed ben?’ vroeg ik aan mijn man. En hij antwoordde tot mijn grote opluchting: ‘omdat het internationale vrouwendag is’. En ik antwoordde: ‘Ja! Ik staak vandaag’. Enfin, staken. Mijn dag bestond uit mezelf en drie kindjes wassen-aankleden-eten-geven-boekentassen-vullen, keukenravage omtoveren, kindjes naar school voeren en halen, middageten maken, vieruurtje maken, avondeten maken, drie machines was tussendoor, opruimen-opruimen-opruimen, dochter van de dansles halen, en gelukkig ook nog tijd voor een theetje op mijn gemak en een fijne babbel met de mama die de beste vriendin van Noor kwam ophalen.

‘Aha, dus je staakt tegen mij?’ vroeg mijn allergrappigste man die niet wist wat ik hierboven dacht. Ik antwoordde fel: ‘Maar neen! Ik staak niet tégen de mannen en zeker niet tegen jou! Ik staak vóór de vrouwen.’ Zoals beschreven heb ik allesbehalve gestaakt en hield ik het bij een zwarte klederkracht en misschien nog een blogpost deze avond.

(Noot: En zo vloog maart voorbij. De blogpost pas meer een maand later afgeraakt)

Waarom dit signaal, dan? Waarom deed ik mee aan Vrouwendag? Waarom vind ik dit nodig? Het gaat niet om ‘tegen’ de mannen maar ‘voor’ de vrouwen. Maar waarvoor dan precies? Ik besluit om het bij de semantiek te houden. Waar staat dat dan eigenlijk voor, die vrouwen in mijn ideale wereld?

Ik typ duchtig ‘vrouw’ in op google en stel vast dat de vierde hit een definitie geeft van een ‘vrouw’ op Wikipedia. Ha, interessant! Doe ik meteen hetzelfde met ‘man’ en… euh. Niks. NIKS! Probeer het zelf eens. Rechtreeks op Wikipedia vind ik wel een concrete definitie van een man. Bij vrouw  wordt vermeld dat er ‘op het moment geen woord is voor een vrouw die door de overgang is gegaan.’  Moet dat dan? Is dat nodig, zo’n woord? Ik besef dat ik een zoektocht startte die me meer frustratie dan plezier verschaft. Ik geef het op en hou het daarom maar op een omschrijving die ik vond geschreven door Laura Wagenaar-Buit:

Een vrouw is wat mij betreft, net als een man, een sterrenstelsel van chromosomen, hormonen, neutronen, genen, koolstofverbindingen, chemische elektriciteit, culturele coderingen, identificeringen, hersenspinsels, kennis, proza en poëzie, waartussen de roteringen niet stabiel zijn, maar in ontwikkeling, die elkaar soms hier en soms daar kruisen in hun baan, die onderdeel zijn van een voortdurende conversatie met onszelf en met elkaar, die zich niet laat beteugelen door een definitie maar door verbindingen in het sterrengrind, die een tijdelijk beeld geven, een doorsnee, een bevriezing, totdat de kijker een ander punt inneemt, het stelsel weer verder draait en de oneindige combinatiemogelijkheden de observant nietig en groots tegelijk doen voelen.” 

Voila. Mannen en vrouwen in mijn ideaal universum hebben verder niet meer de behoefte of de noodzaak om verder te definiëren. We zijn verschillend en gelijkwaardig, we hebben elkaar nodig en we houden van elkaar. One love!

man woman one love

Mijn liefde voor de kikker ontmaskerd

Eén van mijn favoriete metaforen blijkt onwaar: als je een kikker in een pan kokend water gooit, springt die eruit. Maar leg je hem in koud water, en breng je dat langzaam aan de kook, dan zal de kikker uiteindelijk sterven. Dat blijkt een mythe, een kikker zou tóch het water uit springen zodra het hem te warm wordt. Oké, aanvankelijk was ik teleurgesteld, maar nu ik er verder over nadenk is het zo, maar echt zo heerlijk hoopgevend.

Waar gaat die metafoor eigenlijk over?

De gekookte kikker is een metafoor voor onze samenleving, ons bedrijf, onze gemeente, in feite zelfs onze familie, onze vrienden, kortom overal waar we deel uitmaken van ‘een gemeenschap’. Als veranderingen in die gemeenschap langzaam gaan, dan ondergaan we die kikkergewijs en uiterst lijdzaam. We pruttelen wat tegen, we morren een beetje, maar uiteindelijk is toch allemaal zo erg niet, en zo sussen we elkaar terwijl we zachtjes gaar gekookt worden. Net als de kikker gaan we ten onder.

Ook wij zijn kikkers?

Ik voel me ook zo’n kikker. Nooit eerder werkte ik onder een minister die zo’n diepdonkerblauw, keihard en ijskoud beleid voert. Ik werk godzijdank niet voor haar rechtstreeks, zelfs niet in de buurt, maar uiteindelijk hebben we allemaal een minister verantwoordelijk voor bepaalde prioritaire levensgebieden, ministers die ons rechtstreeks raken, op welke manier dan ook. Maar ‘mijn’ minister dus. Ze kookt ons allen langzaam, beetje voor beetje voert ze de ene na de andere besparingsmaatregel door. Van de meeste hebben we niet eens last omdat het eerst onderaan de pan warmer wordt.

Maar de druk wordt steeds groter, de grenzen worden steeds opnieuw en opnieuw en opnieuw verlegd, elke keer een beetje verder. En niet alleen zij. Ook haar collega’s peuteren hier 50 euro en daar 300 euro, en slaan dit op met 50 cent en dat op met 5 euro. En nog, en nog, en nog, en nog. Het is om depressief van te worden, maar ook een pilletje om het verder vol te houden in dat steeds warmer wordende water krijgen we ook niet meer. Misschien is dat nog positief, dat we daardoor héél goed voelen hoe warm of hoe heet het aan onze voeten en in feite al voorbij ons bekken wordt. We kunnen al niet meer bewegen, we zitten vast in het hete water. We pletsen nog wat met onze armen maar ik voel me zielig weggelachen. Langzaam gaan we ten onder.

Kikker’s ideale wereld

Wat hebben we nog meer nodig om eruit te springen? Hoe heet moet het worden? Wachten we op de kikkers die meteen het kokend water ingegooid worden? Het Trump-/Wilders-effect? Hebben wij dat ook écht nodig? Ik duim en hoop en bid en stuur liefde de wereld in dat het allemaal zover niet mag komen, dat we allemaal samen eruit springen, nee of stop zeggen. Hart in plaats van hard, ja, en ook dat we allemaal wonen op dezelfde plek, de aarde, dat we allemaal geloven in hetzelfde, de liefde. Noem mij wollig, newage of whatever, maar zoals het nu is, is het toch écht te gek voor woorden? Ik wil eruit springen, ik ben er klaar voor, ik weet alleen nog niet waarheen. Wie springt er met me mee?

boiling-frog-donkey-hotey

Foto: Donkey Hotey