Rebelse meisjes

Vandaag is het vrouwendag. De uitstekende gelegenheid om een zeer bijzonder boek aan te prijzen. ‘Bedtijdverhalen voor Rebelse meisjes’. (*)

Bij ons is het de gewoonte dat ik ’s avonds een verhaal voorlees voor de kindjes. Eerst voor onze zoon Bas van 3,5 jaar, daarna voor de dochters van 9 en bijna 7. Ooit las 1-minuut-sprookjes voor. Omdat ik vond dat ik dat ‘moest’ doen, maar eigenlijk geen zin in had. Omdat ik verlangde naar ploffen in de zetel en wat tijd met mijn man. Het was écht verschrikkelijk hoe je een verhaal kunt ontdoen van alle lagen: ‘Er was eens een prinses, haar stiefmoeder was boos, ze vluchtte naar de zeven dwergen, ze at van de appel, ze ging dood, toen kwam een prins die haar kuste, en ze leefde nog lang en gelukkig.

Het kon echt niet meer zijn, met die belachelijk korte verhaaltjes, ontdaan van alle essentie. De sprookjesbundels van Thé Tjong Khing kwamen in de plaats: 6 à 8 pagina’s per sprookje! Na meer dan vier jaar zijn de boeken van deze schrijver nog steeds de favorieten van onze dochters. Maar ondanks de gelaagdheid en de engheid van die verhalen, het blijven verhalen die oud zijn. Over prinsen en prinsessen, en weinig inspirerend en toepasbaar voor hun eigen leven. Ik wens mijn dochters geen passief prinsessenleven toe.

Tot ik dus online ‘Bedtijdverhalen voor Rebelse meisjes’ tegen kwam. Ik heb lang getwijfeld om het te kopen want het was nog niet verkrijgbaar in de boekhandel. Ik kon het toen nog niet vastgrijpen en erin bladeren en objectief vaststellen dat het de moeite zou zijn om dit kopen. Dus het was toch wat een risico om dit te kopen, want ik kende niemand die het ook had gekocht. Maar nu ken jij mij en ik zeg jou: Maar mensen, wat een AANRADER!

Moderne sprookjes over échte meisjes en vrouwen, van over de hele wereld en over allerlei thema’s en sectoren. Het verhaal van Astrid Lindgren, Maya Angelou, maar ook over Coco Chanel, en Malala Yousafzaï. Dat laatste las ik gisterenavond voor. De monden van onze dochters vielen open van verbazing: mocht Malala niet naar school!? Omdat ze een méisje is? Overleefde ze een kogel in haar hoofd? En ze won al een Nobelprijs! We lazen ook het verhaal over Brenda Chapman. Zij is een tekenares die overal geweigerd werd, maar bleef doorzetten. Uiteindelijk maakte ze de film ‘Brave’. Dat is dé lievelingsfilm van onze tweede dochter Noor. En Noor houdt ongelooflijk veel van tekenen. Dat was zo fijn om te lezen en te ontdekken!

Maar liefst 100 verhalen over bijzondere meisjes en vrouwen. Vlot geschreven en bij elk verhaal geef ik mijn dochters de onderliggende inspirerende boodschap mee: als je ervan kan dromen dat je het doet, dan kan je het! Mijn dochters hoeven geen nobelprijs te winnen en ook niet zelf ooit in zo’n boek te verschijnen. Maar wat ik wel graag voor ze wil is dat ze hun dromen achterna gaan.

Oké, eerlijk is eerlijk: soms hebben de verhalen wat teveel 1-minuut-gehalte. De kritische lezer zou daarover kunnen vallen. Maar deze verhalen zijn zo verfrissend. De passieve prinsessen die dromen van een prins, daar heb ik het wel even mee gehad. En bovendien, dan lezen we er gewoon 5 op een avond. Het mooiste is hoe mijn dochters elke avond in koor vragen om deze verhalen. ‘Toe mama, nog één! Toe, toe, toe, nog ééntje!’

Aan alle ouders met dochters: koop dit boek!

Rebelse meisjes

(*) Ik krijg geen geld voor het aanprijzen van boeken. Dit boek is gewoon zo fantastisch en een écht “moet-je-hebben” voor in je bibliotheek. Dat is de enige reden waarom ik er hier over schrijf. En omdat het boek meehelpt om meisjes te doen dromen én die dromen waar te maken. Zo realiseren ze voor zichzelf hun ideale wereld.

Advertenties

Citaat 3


Ooit ben ik begonnen aan het pad van zelfontwikkeling, mijn motivatie om er mee te beginnen, waren en zijn nog altijd: mijn kinderen. De dag dat ik stond te roepen tegen mijn dochtertjes van 3 en 1 jaar oud, wist ik: dit is niet de beste moeder die ik kan zijn. Ik wist dat ik beter kon maar ik wist niet hoe. In het verbeteren van de relatie tussen mij en mijn kinderen (tussen mij en iedereen eigenlijk) moest ik eerst en vooral de relatie met mezelf aanpakken. Daaruit volgde vanalles, waaronder deze blog en ook de dag dat ik aanraking kwam met het boek ‘Fluisterkind’ van Janita Venema. Ik vond de titel van het boek zo zweverig dat ik er nooit zelf spontaan in zou bladeren in de boekhandel. In mijn zoektocht naar hoe ik de allerbeste mama kon zijn voor mijn kinderen, bleek dit echt een aanrader. Zo zweverig als de titel in mijn oren klinkt, zo praktisch en concreet en confronterend is de inhoud. Mijn kinderen? Die zetten me keihard met mijn voeten terug op de grond. En daar ben ik ze zo dankbaar voor!

Als mama wil ik niets liever dan dat mijn kinderen gezond en gelukkig zijn en wil ik dat ze de beste versie van zichzelf kunnen zijn. Door de manier waarop ik ze opvoed probeer ik er alles aan te doen om dat ook te realiseren. Dat doen wij ouders allemaal, toch? Het boek Fluisterkind vertelde me dat het omgekeerd precies hetzelfde is. Kinderen willen net zo goed dat hun ouders gezond en gelukkig en de beste versie van zichzelf kunnen zijn. Alleen voeden ze ons niet op, hebben ze niet de woorden of de volwassen hulpmiddelen om ons dat duidelijk te maken. Dus doen ze het maar op hun manier. Door aanhoudend onhebbelijk gedrag raken ons daar in ons onderbewuste. Ze drijven ons schijnbaar tot het uiterste tot we niet meer weten welke truuk we uit welk opvoedboek nog halen kunnen. Het helpt allemaal niks en de frustraties stapelen op. Maar… Onze kinderen proberen ons op die onmogelijke momenten op alle mogelijke manieren te helpen om wat we voor onszelf onzichtbaar proberen houden, zichtbaar maken. Zodat we het kunnen zien, zodat we het kunnen aanpakken. Zodat we ons leven kunnen leven, gezond en gelukkig en als de beste versie van onszelf, voor onszelf en voor onze kinderen. 

Ik ben ondertussen kindertolk in opleiding. Als kindertolk maak ik de vertaling van wat je kind je onbewust wil duidelijk maken. Het is een verrijkende maar confronterende manier om aan de slag te gaan met je eigen pijn. Het is ook de mooiste en meest motiverende manier om onze oude onbewuste weggeduwde pijn bloot te leggen, zodat ze kan genezen. Zodat onze kinderen onze onopgeloste shit niet hoeven mee te dragen. 

Benieuwd naar een kindertolkconsult? Vanaf juli 2018 kan je bij mij terecht. Ondertussen verwijs ik je graag door via http://www.presentchild.com 

Over de liefde

Ik droom al heel lang van een leesclub maar ik heb het nooit aangedurfd. Ik vond zo’n leesclub maar wat voor nerds of seuten en dat wou ik niet zijn. No way. Nu ik al een tijdje bezig ben met het verwezenlijken van mijn dromen wilde ik dit toch van mijn bucketlist afstrepen.

Een toevallige (?) ontmoeting op de parking van de Delhaize met een vriend van vroeger gaf me het eerste duwtje dat ik nodig had. En er volgden nog duwtjes! Zoals deze blogpost van Kelly Blogboek Deriemacker boordevol goeie tips hoe je zoiets start. Ik had geen excuses meer. Ik was al zeker niet alleen. Maar omdat de vriend van vroeger en ik een clubje wilden in plaats van een date deed ik op goed geluk een oproep op facebook. We waren uiteindelijk met acht! Ons eerste boek: ‘Liefde. Een onmogelijk verlangen?’ van Dirk De Wachter.

Hoe het ging

De eerste samenkomst ging bij mij thuis door. Ik leidde in met mijn coming out als nerd; of seut om precies te zijn. Maar eigenlijk ben ik dat juist niet. Ik blijf niet meer op mijn eentje in de zetel met mijn boek onder een dekentje zitten in mijn eigen veilige gelijk. Door erover te gaan praten en gedachten uit te wisselen en ons met elkaar te verbinden, blijken wij geen eenzame nerds maar juist warme geesten met open harten.

Mijn baby woonde de leesclub bij en gaf een perfecte demonstratie van ‘ik voel dus ik ben‘. Ik legde uit hoe hij voelt, hoe ik hem woorden leer te plakken op die gevoelens. Ik leer hem taal, patronen, ik print hem die nu in. Ik legde uit dat hij daar als volwassene naar die vertrouwde patronen op zoek zal gaan. En dat hij daarom vermoedelijk verliefd zal worden op een vrouw die op zijn moeder, op mij, lijkt. Ik keek naar hem en hij naar mij en hij lachte en we lachten allemaal. De liefde van een moeder (of vader) van haar kind is toch wel iets heel speciaals.

Het boek Dirk De Wachter daarentegen beperkt zich in zijn boek tot de liefde voor die ene, the one and only. Terwijl liefde zoveel meer is. Hij bekritiseert dat onze maatschappij en wij allemaal teveel op gefocust zijn op die ene liefde die alles is. En hij heeft daarin gelijk. Het is jammer dat hij in een boekje van 90 pagina’s zichzelf herhaalt en op de vlakte blijft. Liefde is zoveel meer dan liefde voor die ene. En juist daarom zeker geen onmogelijk verlangen. Eén van de leden van onze leesclub is bewust vrijgezel, hij hoeft geen geliefde maar loopt wel over van liefde voor de wereld om zich heen. Die paradox van de liefde beschrijft Dirk wel heel herkenbaar.

Hoe dan, Dirk?

Is liefde een onmogelijk verlangen? Dirk geeft er geen antwoord op, hij weet het ook echt niet, schrijft hij. Hij noemt zichzelf de verdrietdokter en dat is precies waar het boek in baadt. In veel verdriet. Hij pleit voor gewonigheid en een beetje ongelukkigheid. Nergens geeft hij aan hoe je dat doet. Ergens rond pagina 100 heeft hij het over ont-moeten. Dat we zoveel moeten, we moeten minder moeten. Het viel me ook op hoe vaak hij zelf het woord ‘moeten’ gebruikt in zijn boek. Dat is voor mij bijvoorbeeld een heel klein “hoe’tje”, vervang ‘moeten’ door ‘willen’.

L’amour et l’ironie

In elk hoofdstuk vermeldt Dirk citaten en gedichten, soms ook fragmenten uit liedjes, in Engels, Frans en Nederlands. De meesten van ons vonden die inbreng soms interessanter dan de meandering van Dirk zelf. Zo komt het ook dat ik deze reflectie schreef bij een lang Frans citaat:

Ik ben gefrustreerd dat de Franse teksten in het boek van Dirk niet vertaald worden. Om eerlijk te zijn ben ik gefrustreerd dat ik niet begrijp wat er staat. Gefrustreerd in mezelf dat één van de schoonste talen op het Nederlands na niet machtig ben. Gefrustreerd dat ik daarvoor niet mezelf maar mijn leerkracht Frans verantwoordelijk hou. Het was de roddel van de school dat de leerkracht Frans met de leerkracht Nederlands aanhield. Het is één van mijn puberale zondes dat ik jaloers was. Het weerhield mij, oh ironie, om me de taal der liefde eigen te maken.  

Gelukkig is het nooit, echt nooit te laat en leer ik ondertussen Frans met Kapitein Winokio en mijn dochter.

Liefde

Het boek lijkt meer een commerciële zet waarvan we vermoeden dat het tegelijk niet voor iedereen een even toegankelijk boek is. Op één iemand na hadden we het boek niet (uit) gelezen zonder leesclub. En toch staat het in de non-fictie boeken top tien. We horen Dirk ook liever praten dan dat we hem lezen. Maar dit terzijde. Ik heb met volle teugen genoten van de fijne avond, heerlijk gezelschap en de inspirerende woorden. En dat is ook dankzij dit boek. Een hoopje vreemden werd toch door elkaar aangetrokken op onverklaarbare wijze. We bleken allemaal op één of andere manier wel een link te vinden met elkaar. Zou het liefde zijn, of god, of het universum? Dirk De Wachter weet het niet, wij ook niet, maar ik geloof echt dat er nog veel liefdevolle avonden zullen volgen.

Ons volgende boek: ‘Stoner’ van John Williams.

Durf jij te vragen?

Durf jij te vragen?

Ik durf niet altijd vragen wat ik nodig heb. Ik denk vaak dat ik iemand lastig val. Of ik voel me ongemakkelijk omdat ik niet meteen iets kan terug geven of doen. Soms weet ik niet wat ik concreet wil, mijn vraag is zelfs voor mezelf te vaag. Soms denk ik dat wat ik wil alleen in een ideale wereld realiseerbaar is. En tegelijk weet ik: we leven in een wereld van overvloed. We worden langs alle kanten wijsgemaakt dat het niét zo is. Dat er schaarste en tekort is, te weinig geld, te weinig tijd, te weinig liefde, te weinig vrede, te weinig rust, ga zo maar door. Hoe zou ik dan iets durven vragen aan een ander? Als alles zo schaars en kostbaar is?

Idea worth spreading: sociale overwaarde

In juni 2014 kwam ik op het jaarlijks event van TedXWomenFlanders in contact met de ideeën van Katrin Derboven en Kitty Weijn van Durftevragen. Hun visie in het kort: wie durft te vragen, benut sociale overwaarde. Say what!? Sociale overwaarde? Sociale overwaarde is “datgene wat over is of gemist kan worden op de plek waar het nu niet van waarde is.” Als je het ergens anders gebruikt, wordt het wel weer van nut. Het gaat niet om geld want dat is zelden ‘over’. Het gaat om materiële zaken, ideeën, toegang of vormen van hulp. Wat ik niet meer nodig heb, kan juist heel nuttig zijn voor iemand anders. Wat weinig moeite kost voor mij, kan iemand anders heel erg op weg helpen. Wat een inspirerend idee! Ik was overtuigd en wou meer. Vorige maand nam ik deel aan een Durftevragen-workshop.

Idea worth trying: de workshop!

Nadat we van Kitty een korte heldere uitleg en de spelregels kregen, mocht ik samen met de andere deelnemers meteen aan de slag. De deelnemers én hun vragen zijn erg divers: Hoe kan ik stoppen met mijn haar te verven zonder dat ik er maandenlang afschuwelijk uitzie? (M., gepensioneerd, bruin haar, van nature ondertussen grijs). Hoe kan ik de doelgroep van mijn ruilwebsite activeren? (K., 20, student multimedia start lokale freecycle community op). Hoe word ik professioneel zangeres? (B., 38 jaar). Hoe kan ik een ayurvedische praktijk starten? (L., 32, klaar voor een carrièrewending). En mijn eigen vraag: hoe kan ik het levensverhaal van mijn overgrootmoeder schrijven en vertolken? De deelnemers geven antwoorden, opties en mogelijkheden vanuit hun eigen unieke perspectief en ervaringen.

Wat je dan als vraagsteller ervaart is overheerlijk! De oudere dame met de gekleurde haren besloot op basis van alle tips en ideeën om zich radicaal kaal te scheren. Haren groeien snel terug. Ze schonk haar mooie haren aan Kom op Tegen Kanker. De ayurvedische praktijk gaat deze zomer van start. Je vindt de ayurvedische caravan op allerlei lokale festiviteiten. Over de zangeres zal ik een blogpost schrijven en we geven deze zomer samen een verjaardagsfeest met als cadeautip win-for-life-biljetten.

Mijn eigen vage vraag die ik nooit eerder aan iemand durfde vragen, werd dankzij deze workshop heel concreet en overzichtelijk. De tips die ik kreeg waren bemoedigend: begin vandaag! Inspirerend: maak een stappenplan en begin op het einde van je vertolking als het publiek applaudisseert. En concreet: ik heb het nummer gekregen van een professioneel tekstschrijver die wil nalezen. Mijn gedurfde vage vraag transformeerde in een concreet plan waar ik thuis onmiddellijk mee aan de slag ging.

De energie en de synergie die gecreëerd wordt, is aanstekelijk. Iemand met een vraag op weg helpen, voelt ongelooflijk fijn. Ik werd helemaal warm vanbinnen, vol verwondering en dankbaarheid voor de ideeën die mensen elkaar geven en de aanbiedingen die ze doen. Ik vind het fantastisch wat iedereen voor elkaar wil doen ook al zijn ze wildvreemden voor elkaar.

Durf jij ook te vragen?

durf-te-vragen-boek

Kijk hier voor een workshop in je buurt. De uitgebreide visie achter Durftevragen vind je in het gratis e-boek ‘Durf te vragen. De kracht van sociale waarde’ van Nils Roemen & Fanny Koerts.

PS: Durftevragen werkt met waardebepaling achteraf. Deze blogpost is één manier waarop ik het team van Durftevragen wil bedanken voor de fantastische workshop. Een andere manier is dat ik deze zomer zelf een Durftevragen-workshop organiseer. Wil je er bij zijn? Laat maar weten op mijn blog of via facebook!

In het bos daar staat een huisje

Ken je Brené Brown al? Haar speech over kwetsbaarheid staat in de top 10 van meest bekeken TED Talks ooit. Ik heb haar 18 minuten durend praatje op mezelf toegepast/geprojecteerd. Ik schraap mijn moed bijeen en deel het hier met jou.

Het begin: maak een lijst van al je goede en slechte kanten. Doe je mee?

Bij mijn eigen lijst stel ik vast dat het rijtje slechte kanten het langst is. Het is ook het makkelijkst om op te stellen. Ik heb het moeilijker om te praten over wat ik goed kan dan om te benoemen wat ik niet goed kan. Ik fop mezelf daarmee, want er is heel veel wat ik goed kan. Ik geef mijn ‘mindere kantjes’ gewoon veel meer aandacht. Ik ben bijvoorbeeld absoluut niet geduldig. Vreselijk ongeduldig, eigenlijk. En dat ene dingetje weegt zwaarder door dan dat ik empathisch en zorgzaam ben, en ook wel optimistisch en loyaal. Hoe zit dat bij jou, lieve lezer?

Van waar toch al die aandacht voor wat niet goed is? Brené zegt dat dit komt uit angst. Angst om niet goed genoeg te zijn: niet knap genoeg, niet smal genoeg, niet slim genoeg, niet vlot genoeg, niet rijk genoeg, niet interessant genoeg, niet geduldig genoeg. Waarom of waarvoor of voor wie niet genoeg?

Omdat ik doodsbang ben om het niet waard te zijn om geliefd te worden. Zegt zij. En dat maakt mij ongelooflijk kwetsbaar. Mechanismen in mezelf beschermen me door al die kwetsbare gevoelens door ze te verlammen. Ik verlam mijn gevoelens uit angst om als een klein konijn te worden neergeschoten, platgewalst, voorbijgelopen, achtergelaten in het bos. Laat mijn in uw huisje klein, ik zal u dankbaar zijn.

Die angst, die gevoelens, probeer ik te stillen door teveel chocolade te eten, een glas wijn teveel te drinken, te facebooken, te shoppen, me te focussen op de uiterlijkheden van ons huis, in plaats van te focussen op mijn innerlijke wereld. Want het is daar doodeng.

Ik kan het bijna niet geloven wat Brené zegt als ik het toepas op mezelf. Toch weet ik, voel ik dat ze gelijk heeft. Hoe kan dat nu? Ze gaat verder: als je die vervelende gevoelens stilt, dan stil je ook de heerlijke gevoelens van blijdschap, geluk en dankbaarheid. Je stilt al je gevoelens. Allemaal.

Samengevat: Als ik als klein konijntje me verstop in een huis, dan word ik beschermd tegen de enge jager, maar ervaar ik niet meer het plezier van leven in het bos.

Ik ben een gedomesticeerd konijn. Dat kan toch niet waar zijn!?

Ik schraap mijn moed bijeen en doe wat Brené deed. Ik ga in therapie.

Dat was twee jaar geleden. En nu ik dit schrijf weet ik: ze heeft echt gelijk. Ik heb veeeel gevoelens gestild, ook de goede. Ik kan niet liefhebben als ik niet kan haten, ik kan niet blij zijn als ik niet kan boos zijn. Dat is de definitie van leven, en van de dood,  van eb en vloed, op en neer, het één kan niet zonder het ander. Er is moed en durf nodig om het allemaal te durven toelaten.

Brené Brown spreekt én schrijft. Haar boek “De kracht van kwetsbaarheid” is één van mijn favorieten uit het departement non-fictie *slash* persoonlijke ontwikkeling. Ze begint haar boek met een fragment uit ‘The man in the arena’, een fantastische speech van president Roosevelt Franklin uit 1910.

‘Het is niet de criticus die telt; niet degene die ons erop wijst waarom de sterke man struikelt, of wat de man van de daad beter had kunnen doen. De eer komt toe aan de man die daadwerkelijk in de arena staat, zijn gezicht besmeurd met stof, zweet en bloed; die zich kranig weert; die fouten maakt en keer op keer tekortschiet, omdat dat nu eenmaal onvermijdelijk is; die desondanks toch probeert iets te bereiken; die groot enthousiasme en grote toewijding kent; die zich helemaal geeft voor de goede zaak; die, als het meezit, uiteindelijk de triomf van een grootse verrichting proeft, en die, als het tegenzit en als hij faalt, in elk geval grote moed heeft getoond…’

Wie de arena ingaat wordt bekeken en wordt gezien. Diegene die er durft te staan, is kwetsbaar. Het kleine konijn dat ik ben is kwetsbaar in het grote bos. Er zijn jagers die me heel makkelijk kunnen bekritiseren, beschimpen, platwalsen, neerschieten. Dat mag mij niet weerhouden om in dat bos te blijven. Om te blijven bloggen over mijn ideale wereld waarin we allemaal de moed vinden om ons kwetsbaar op te stellen. Een wereld waarin we allemaal konijntjes zijn samen in het grote bos.

Hoe zit het met jou, lieve lezer? Ben jij ook een gedomesticeerd konijn? Of leef je vrij en zonder angst in het bos? Heb je de moed om het veilige huisje uit te gaan?