Steek je verdriet in een pot

Wanneer mensen me aan de kassa, bij de kapper of na een toevallige ontmoeting met een collega prettige feesten toewensen, dan krimpt mijn maag flink samen. Ik heb dit jaar geen zin in hoera en gezellig samenzijn. Als er een gat geslagen is in je hart, is het een bijna onmogelijke uitdaging om dat gat terug op te vullen. En toch kan het. Er is zoveel om dankbaar voor te zijn. Gezonde en gelukkige kinderen, een warm huis en een warme douche, het feit dat ik hier geboren ben en niet in pakweg Aleppo. Het lijstje wordt makkelijk langer. En toch. En toch. Het gat dat geslagen werd, wil toch ook erkend worden, niet weggemoffeld of weggelachen worden. Ik stak daarom mijn verdriet (en al mijn andere niet-blije emoties) in een pot. Geen doofpot, maar een kijk-dit-is-er-óók-pot. Of ik de moed heb om de pot op kerstavond ook óp de tafel te zetten in plaats van eronder, weet ik nog niet. Het lijkt aangenamer voor mezelf en voor iedereen om de pot te negeren. Maar eigenlijk wordt die pot dan alleen maar groter. Merkwaardig hoe iets groeit als je het negeert. En hoe fijn is dat, voor mezelf en iedereen? Dus er is geen andere optie dan de pot mee te nemen, een plek te geven en te hopen op iemand die een mopje maakt, zo droog en flauw, dat ik kan huilen van het lachen de hele avond lang.

Fijne feesten, ik wens je veel moed om niks te moeten.

Een belangeloze aanrader: dit is toch echt een hele mooie instagrammer om te volgen: Eva Mouton en dan vooral deze post waarop deze blogpost geïnspireerd is.

Advertenties

Als de wereld kleiner wordt

Die keer dat ik niet meer kon autorijden.

14 september 2018

Ik heb afgesproken met een goede vriendin voor een lunch. We wonen ver van elkaar en we besloten elkaar halverwege te ontmoeten. De hele week al keek ik uit naar dit moment voor mezelf waarvan ik wist dat ik er ongelooflijk van zou genieten. Me-time, vriendinnentijd, opladen. Het zou zo’n deugd doen om bij te praten en niet zelf te moeten bezig zijn met koken en dienen. Gewoon bestellen, bediend worden, genieten. Ik was op dat moment aan het herstellen van een ziekenhuisopname en wilde niet teveel hooi ineens op mijn vork nemen. Ik had er zin in om haar te zien, de zon scheen, de kinderen alledrie gezond naar school, kortom alle voorwaarden waren voldaan om er een heerlijke namiddag van te maken. En van rusten en genieten, kan je sneller genezen en herstellen.

Maar het ging niet. Het ging echt niet. De hele ochtend liep ik te zoeken naar een mogelijkheid om er te geraken, maar ik liep éigenlijk weg van mijn gevoel en van mijn lichaam die me al dagenlang probeerden te zeggen: ik geraak er niet. Het lukt niet. Ik bel mijn vriendin op. Ze neemt op en ik begin te huilen. Het voelt alsof ik nooit meer ga kunnen stoppen. ‘Het gaat niet, ik kan niet… ‘, snik ik, ‘het lukt me niet om te rijden, het spijt me zo…’ waarop zij antwoordt met wat ik in mijn stoutste dromen niet had kunnen dromen: ‘ik kom naar jou!’. Nog meer tranen. Ze komt. Dat houdt me recht. Terwijl ik op haar wacht en uitsnotter, check ik gedachteloos mijn mail. Mijn baas stuurde me een to-do-lijst voor de rest van de maand en daarbij de vraag om duidelijkheid te geven over wanneer ik terugkom uit ziekteverlof. Nog meer gehuil. Op dat moment belt de buurman aan met de vraag om iets te lenen. Maar hij ziet mijn weggeveegde wanhopig weggeduwde tranen, en dat is genoeg opnieuw in huilen uit te barsten. Er volgt een stroom tranen die nooit meer lijkt op te houden. Ik kan niet meer. Ik besefte die dag: ik heb tijd en rust nodig. Het voelt als falen. Sterke Joba is gebroken.

Die keer dat ik naar het ziekenhuis moest

Eén maand eerder kon ik ook al niet meer autorijden.  Ik liep al weken met een zere keel en een vreemde hoest. Onze zoon werd 4 en dat werd gevierd met veel te veel familiefeestjes. Ik negeerde mijn fysieke en vooral mijn emotionele grenzen compleet. Ik overschreed ze radicaal. In naam van ‘de rust’. Tais toi en soi belle, dacht ik. In de buitenwereld lijkt Joba zo sterk. In mijn binnenste schreeuwde ik van woede en verdriet. Mijn keel deed inmiddels zoveel pijn dat mijn inmiddels jarenlange ‘koorts van onbekende oorsprong’ onvermijdelijk begon te stijgen. Ik spendeerde de hele zondag in mijn bed met 39 graden koorts. Ik droomde van een kuuroord waar ik mocht verblijven, waar ik verzorgd werd, waar ik bediend werd, waar de zon scheen, waar rust is. ‘Ik moet uitzieken en morgen genezen zijn, want morgen moet ik gaan werken.‘ Dat dacht ik.

De volgende dag word ik wakker en ik besef dat er van werken geen sprake is. Ik voel me te ziek om zelf naar de huisarts te rijden. Ik vraag aan mijn man om mij te voeren omdat ik het zelf niet meer kan. Het gaat niet meer, ik huil om deze ellende. Ik merk dat ik op een rare manier spreek. Mijn keel is zo gezwollen dat ik moeilijk kan praten, en al helemaal niet meer kan slikken. De huisarts wijst me meteen op de feiten: ‘Joba, ik heb je nog nooit zo ziek gezien. Ik denk dat we je beter laten opnemen.’ Ik huil, ik heb geen weerstand meer, ik weet dat een opname nu echt nodig is. Een vreemde droom die uitkomt ook: ik verblijf een week in het mooiste ziekenhuis van Vlaanderen. Het is er gloednieuw, proper, muisstil, met een inloopdouche, drie maaltijden per dag aan bed, geen rommel om op te ruimen, alleen maar ik en de rust en een fantastisch goed bed en het zonlicht op de ramen. Ik krijg mijn medicatie en pijnstilling intraveneus. De eerste dagen lijkt het alleen maar erger te worden, en de gezwollen klier wordt net geen abces. Op zaterdag kon ik weer slikken en besloot ik naar huis te gaan, omdat ik mijn kinderen zo hard miste.

Proberen genezen

Het is evident, dat ik te vroeg naar huis gekomen ben. Een moederhart zet steeds haar kinderen eerst. Ik kwam thuis nog steeds met keelpijn, die gelukkig veel verminderd was, maar ik breng ook bronchitis en sinusitis mee. De infectie is gezakt van mijn keel naar mijn longen. Ik hoest me te pletter. Na enkele dagen merk ik ook oorsuizen op aan mijn linkeroor. Ik word er helemaal gek van. De hoofdpijn is verschrikkelijk. Ik kom de dag door op neurofen, dafalgan en ontstekingsremmers. Ik probeer zo goed en zo kwaad als het gaat te rusten. We hebben drie schatten van kinderen maar nooit eerder snakte ik zo naar 1 september als dit jaar. Ik voel me schuldig dat ik dat denk: mijn kinderen zijn nu klein, het is nu dat ze me nodig hebben. Maar het gaat niet. De tijd vliegt voorbij. Ik heb het gevoel dat ik faal ten opzichte van iedereen: mijn man, mijn kinderen, mijn werk, mijn familie, mijn vriendinnen, en niet in het minst: mezelf. Iedere wens en iedere verwachting waar ik niet kan aan voldoen, doet me pijn in het diepste van mijn hart: ik doe mijn kinderen en mijn man tekort, ik laat mijn baas in de steek, ik denk niet meer aan mijn familie en mijn vriendinnen, en ik geef mezelf alleen nog maar op mijn kop. Het is door te schrijven, door deze tekst te schrijven dat ik me bewust word dat ik dit laatste zélf doe. En vooral: hoe onnodig. Stop, Joba, stop. Ik ben ziek, maar ik geef er niet aan toe. Ik wil genezen en maak een plan. Problemen moet je aanpakken bij de oorzaak, dat zeg ik zo vaak. En dat is wat mij te doen staat. Ik ga zoeken naar de oorzaak en vervolgens naar de oplossing. Koortsachtig ga ik aan de slag. Wat heeft mij hier gebracht? Hoe is het zover kunnen komen?

De oorzaak

De neus-keel-oor specialist vroeg me deze zomer naar de oorzaak van mijn uit de kluiten gewassen angine. Vermoeidheid door de vele warme zomernachten? Misschien. Zorgen en familiale problemen? Dat zeker. Ik ga met hem in gesprek van mens tot mens, in plaats van patiënt-arts. Door gelijkaardige omstandigheden voel ik me door hem begrepen en dat blijkt voor mijn keel een belangrijke factor om te verbeteren. Hij adviseert me om me te focussen op mezelf en mijn gezondheid. Het verwijderen van mijn amandelen is te overwegen waard, zegt hij, maar er zijn geen garanties als de oorzaak niet wordt aangepakt. Met andere woorden, zijn het wel mijn amandelen die het probleem zijn? ‘Bovendien’, zegt hij, ‘moeders worden vaak pas ziek als hun jongste kind 4 jaar geworden is’. Pardon, wat zegt u? Hij herhaalt dat moeders precies niet ziek mógen worden, tot hun jongste kind hen niet meer zo intens nodig heeft.  Dus als het jongste kind 4 geworden is, dan vraagt het lichaam dat de rekening betaald wordt. Ik kan me er wel iets bij voorstellen, en tegelijk denk ik: en wat moet ik daar nu mee? Ik voel me verschrikkelijk, ik wil weer blaken van gezondheid en energie! Mijn kinderen van 9, 7 en 4 hebben mij nog steeds nodig! Mijn gedachten protesteren en interpreteren deze stelling als volgt: is de oorzaak mijn derde kind? Eigen schuld, dikke bult? Dat kan toch helemaal niet?

Als ik rustiger word, en vervolgens terugdenk, zie ik wel een aantal situaties die een enorme impact op mij hebben gehad sinds mijn jongste kind. Maar daar heeft hijzelf helemaal niks mee te maken. Tijdens mijn zwangerschap kreeg mijn moeder kanker. Had ik ernstig bloedverlies na mijn bevalling. Kon ik mijn baby niet volledig borstvoeding geven. Voelde ik me gefaald als moeder. Werd ik weggeschoven op mijn werk. Vond ik ander werk. Van voltijds verderop naar halftijds bij de deur. Van goedbetaald naar net wel/net niet rondkomen. Worstelde ik met gezondheidsproblemen van mezelf (die koorts), mijn kinderen (de gewone dingen, niks ernstigs maar wel monsterlijk vermoeiend, dat is evident), mijn moeder (inmiddels bijna genezen verklaard!), mijn man (evenveel ziektebriefjes op zes maand als in de tien jaar die daaraan vooraf gingen), en tot slot familiale problemen in het voorjaar. Als ik het nu zo lees, was het veel, heel veel.

Maar… wat héb ik eigenlijk?

De angine-sinusitis is inmiddels onder controle, maar de bronchitis-tinnitus is nog steeds niet beter. Vandaag ben ik nog steeds niet klachtenvrij. Daarnaast is er ook die koorts van onbekende oorsprong. Sinds 2016 ervaar ik verschillende keren per dag dat mijn lichaamstemperatuur stijgt. Mijn normale temperatuur is 36,7 en stijgt dagelijks naar 37,8.  Het putte me zo erg uit dat ik op een bepaald moment huilend bij de huisarts stond: wat heb ik nu toch!? In juni 2017 belandde ik bij een longarts die op basis van mijn bloedanalyse vaststelde dat ik mycoplasma doormaakte. Een beetje rust in de zomervakantie zou me deugd doen, zei de specialist. Sprakeloos was ik. Met jonge kinderen is ‘vakantie’ een zeer relatief begrip als het doel uitrusten is. Maar oké, de zomerzon deed zoals altijd deugd en ik slaagde erin om ook de herfst door te komen. Ik blijf echter moe en ik ben ten einde raad. Via een collega kom ik bij een natuurarts terecht en zij schrijft me ravintsara voor. Dat is een etherische olie waarvan ik elke ochtend enkele druppels oraal inneem. Ik was zo wanhopig dat ik tot alles in staat was. Toeval of niet, ik voelde me een tijdlang weer helemaal de oude. Na de winter en in het voorjaar van 2018 sleep ik mezelf en mijn man door loodzware maanden heen. Ik voelde niet meer hoe erg mijn lichamelijke en emotionele grenzen overschreden werden. Na mijn ziekenhuisopname vertelt mijn huisarts me dat mycoplasma chronische vermoeidheid indiceert. Ik voel weerstand bij dit etiket. Ik heb drie kinderen, een man, een job, familie en vrienden, een never-ending-verbouwing. Ja, natuurlijk ben ik chronisch vermoeid, dat is toch evident! Ik zoek verder op het internet en tot mijn ontsteltenis lijk ik al die ziekten wel te hebben: CVS, fibromyalgie, maar vooral ook vage ziekten als lekkende darm syndroom en bijnieruitputting. En elke internet-test over burn-out is positief. Toch voelt het allemaal niet juist. Voor de koorts werd ik doorverwezen naar het UZ in Gent bij de dienst infectieziekten. Ik hoop op een diagnose waarvoor een pilletje bestaat en dat me weer de oude maakt. Maar de huisarts zette me met mijn voeten terug op de grond en zei de weinig hoopgevende woorden: ‘Bereid je erop voor dat ze niks gaan vinden.’ Wat daar al vastgesteld werd: dat ik bronchiolitis doormaakte in plaats van bronchitis, wat een groot verschil is én dat ik een allergie heb voor huisdieren en huisstofmijt.  Op basis van mijn verhaal en mijn symptomen wordt ook gedacht aan een stofje ‘interleukinen 8‘ die mijn hypofyse afgeeft omdat die als het ware denkt dat mijn lichaam ontsteekt en waardoor ik dus koorts krijg. Een alternatieve antibioticakuur werd opgestart en dat wordt nu verder opgevolgd. Een duidelijke diagnose, laat staan een bijbehorend pilletje, is er niet. In de afgelopen jaren heeft mijn huisarts vaak gezegd dat ik ‘gesurmenageerd’ was. Internetonderzoek leert me dat ‘surmenage‘ betekent dat ik zweef tussen overspannenheid en burn-out. Ook vertelt hij me dat er wellicht geen enkel labeltje perfect zal plakken op wat het is dat ik heb. En moet dat ook wel? What’s in a name? We categoriseren zo graag om mensen vervolgens weg te zetten. Het zou zo fijn zijn om te kunnen zeggen: “’t is een burn-out! ’t is de schuld van mijn werkgever!”. Maar zo is het niet. De waarheid is dat het is wat het is: het is veel te veel geweest om te dragen, en ik heb tijd nodig om te herstellen, fysiek én emotioneel.

Op weg naar een gezond en gelukkig leven

Elk nieuwjaar komen we aan de kant van mijn moeder samen met alle tantes, nonkels, neven en nichten en mijn grootmoeder van nu al bijna 96 winters. Ze woont nog steeds thuis, in haar eigen huis. Elk jaar opnieuw wensen we elkaar allemaal een goede gezondheid toe, want van die gezondheid hangt alles vanaf. Het lijkt een standaardzinnetje dat wordt afgerammeld, zeker omdat we met zovelen zijn. Maar dat is het werkelijk niet. Iedereen die geconfronteerd wordt met grote en kleine gezondheidskwalen beseft heel goed de diepe waarheid van het belang van een goede gezondheid. Van fysiek sterk zijn. En ook emotioneel gezond zijn. Geluk te kunnen vinden en ervaren. De vraag die ik me stel: wat maakt dat een leven gezond én gelukkig is? Je kan ziek zijn en toch gelukkig zijn, je kan gezond zijn en toch ongelukkig zijn, en uiteraard ook ziek én ongelukkig.

Toen ik als 18-jarige studiekeuze moest maken, koos ik voor sociaal werk. Velen kozen het om ‘mensen te helpen’, wat ik ook wel wou. Maar meer specifiek ging het er bij mij over dat ik de wereld wou verbeteren. En dan bedoel ik dat ik echt, zoals veel jongvolwassenen vol dromen en idealen, naïef geloofde dat me dat zou lukken. Nog eens 18 jaar later sta ik opnieuw voor een keuze: voortdoen zoals ik bezig was, of resoluut kiezen voor een gezond en gelukkig leven? Ik kies het tweede. Ik kan niet anders meer. Pas als ik mijn eigen wereld verbeter, kan ik bijdragen om ook de rest van de wereld misschien een klein beetje te veranderen. Ik begin bij mezelf, waar anders? Mijn wereld is nu wel heel klein geworden. Ik werk voorlopig niet. Nochtans ‘werk’ ik hard aan mijn herstel. Alleen gaat dat niet onder druk. Ik kan niet meer versnellen. Herstellen en genezen kan ik niet sneller doen dan het gaat. Mezelf fysiek en emotioneel op een goede manier voeden. Elke dag probeer ik de moed uit mijn schoenen te halen. Mijn wereld is vaak donker en koud. Als het goed gaat, glimlach ik en beantwoord ik de vraag ‘hoe is’t’ steevast met ‘goed!’ ook al is het niet waar. Als het niet goed gaat, kom ik eenvoudigweg de deur niet uit. Elke dag probeer ik de zon en andere lichtpunten te zien. En die zijn er, elke dag opnieuw. Mijn tranen vallen op de lege bodem van mijn hart en mijn ziel. Op een dag zal dit vruchtbaar werk blijken te zijn. Een klein groen sprietje zal langzaam groeien. Misschien wordt het een bloemetje, misschien een bloemenveld. Langzaamaan zal de wereld weer een beetje groter worden.

Posten of niet posten.

Nu deze tekst klaar is om misschien online te zetten, twijfel ik. Wat gaan de mensen denken? Wat gaat de ziekenbond denken? Wat gaat mijn werkgever denken? Wat gaat mijn familie en schoonfamilie denken? Het is mijn waarheid. Ik deel ze omdat het soms te veel geworden is om allemaal te vertellen. En hierboven staat uiteraard ook niet alles, omdat het teveel is, te persoonlijk, of omdat het kruist met de waarheden van anderen. Het voelt vreselijk kwetsbaar om dit te delen. Het voor mezelf houden, is alsof ik weer moet slikken en niet mag spreken. Het is mijn waarheid en mijn verhaal en hier op mijn blog heeft het volledig bestaansrecht. Het mag er gewoon helemaal zijn.

 

Nieuwjaarsvoornemens in juli

Het is de gewoonte om met nieuwjaar het voorbije jaar te overschouwen en enkele goede voornemens te formuleren. Meestal zijn mijn voornemens een variant op: minder eten, meer bewegen, minder smartphone, meer kwali-tijd met mijn gezin én meer bloggen. Vervolgens, misschien herken je dit, zijn die voornemens halverwege januari (februari als ik echt volhardend ben) alweer gesneuveld. Wegens de lat te hoog, de doelen te onrealistisch, en de bewoordingen te streng geformuleerd.

Deze maand was ik jarig, 36 zomers inmiddels! Ik ben dankbaar voor elke verjaardag die ik vieren mag. De ochtend dat ik jarig was, bleef ik verplicht in bed terwijl man en kinderen mijn verjaardagsontbijt voorbereidden. Lucky lucky me! Wat ik vervolgens deed, was niet anders dan elke andere ochtend: ik schreef mijn ochtendpagina’s in mijn notitieschrift. Hoe vreemd was het, toen ik vaststelde dat mijn hand het afgelopen jaar beschouwde. Het jaaroverzicht van mijn 35ste verscheen op papier.

Achterom kijken

35 was het jaar dat ik de opleiding tot kindertolk startte en afmaakte met grote vreugde en verwondering, mijn eerste boek schreef (als ghost-writer) en veel minder (bijna niet eigenlijk) blogde dan de vorige jaren. Ook privé werd ik flink uitgedaagd en beleefde ik vele hoge ups maar minstens zoveel donkerdiepe dalen. Het is de rode draad doorheen het afgelopen jaar. Zweven hoog in de lucht en keihard zinken tot de bodem, en weer terug. Een emotionele rollercoaster, dat is het leven soms. Meerdere malen en op allerlei vlakken werden grote blokkades opengebroken of opgeworpen, bedoeld om ook weer af te breken. Ik zou mijn 35ste jaar graag samenvatten voor jou in één woord maar dat woord is ongrijpbaar. Of misschien was het gewoon te veel voor één woord. Ik zoek een woord voor: boeiend, confronterend, heftig, intens, hard, zwaar, opluchtend, mooi.

En nu vooruit!

36 wordt het jaar waarin alles weer in balans mag komen. Wat minder rollercoaster-gevoel. Alhoewel, is dat niet de definitie van het leven? Ik start mijn praktijk als kindertolk & coach en ik ga trainingen geven over het boek. Over dit alles volgt later nog meer info en nieuws. O ja, uiteraard wordt dit óók het jaar van minder eten (één-bord-dieet), meer bewegen (zwemmen? yoga?), minder smartphone (check dat: ik practice wat ik preach tijdens mijn voordrachten over sociale media – moet ik dringend ook eens over bloggen), en meer kwali-tijd met mijn gezin (alhoewel, dat zit inmiddels echt wel goed). En hopelijk ook weer tijd om te schrijven op mijn blog.

Tot later!

Rebelse meisjes

Vandaag is het vrouwendag. De uitstekende gelegenheid om een zeer bijzonder boek aan te prijzen. ‘Bedtijdverhalen voor Rebelse meisjes’. (*)

Bij ons is het de gewoonte dat ik ’s avonds een verhaal voorlees voor de kindjes. Eerst voor onze zoon Bas van 3,5 jaar, daarna voor de dochters van 9 en bijna 7. Ooit las 1-minuut-sprookjes voor. Omdat ik vond dat ik dat ‘moest’ doen, maar eigenlijk geen zin in had. Omdat ik verlangde naar ploffen in de zetel en wat tijd met mijn man. Het was écht verschrikkelijk hoe je een verhaal kunt ontdoen van alle lagen: ‘Er was eens een prinses, haar stiefmoeder was boos, ze vluchtte naar de zeven dwergen, ze at van de appel, ze ging dood, toen kwam een prins die haar kuste, en ze leefde nog lang en gelukkig.

Het kon echt niet meer zijn, met die belachelijk korte verhaaltjes, ontdaan van alle essentie. De sprookjesbundels van Thé Tjong Khing kwamen in de plaats: 6 à 8 pagina’s per sprookje! Na meer dan vier jaar zijn de boeken van deze schrijver nog steeds de favorieten van onze dochters. Maar ondanks de gelaagdheid en de engheid van die verhalen, het blijven verhalen die oud zijn. Over prinsen en prinsessen, en weinig inspirerend en toepasbaar voor hun eigen leven. Ik wens mijn dochters geen passief prinsessenleven toe.

Tot ik dus online ‘Bedtijdverhalen voor Rebelse meisjes’ tegen kwam. Ik heb lang getwijfeld om het te kopen want het was nog niet verkrijgbaar in de boekhandel. Ik kon het toen nog niet vastgrijpen en erin bladeren en objectief vaststellen dat het de moeite zou zijn om dit kopen. Dus het was toch wat een risico om dit te kopen, want ik kende niemand die het ook had gekocht. Maar nu ken jij mij en ik zeg jou: Maar mensen, wat een AANRADER!

Moderne sprookjes over échte meisjes en vrouwen, van over de hele wereld en over allerlei thema’s en sectoren. Het verhaal van Astrid Lindgren, Maya Angelou, maar ook over Coco Chanel, en Malala Yousafzaï. Dat laatste las ik gisterenavond voor. De monden van onze dochters vielen open van verbazing: mocht Malala niet naar school!? Omdat ze een méisje is? Overleefde ze een kogel in haar hoofd? En ze won al een Nobelprijs! We lazen ook het verhaal over Brenda Chapman. Zij is een tekenares die overal geweigerd werd, maar bleef doorzetten. Uiteindelijk maakte ze de film ‘Brave’. Dat is dé lievelingsfilm van onze tweede dochter Noor. En Noor houdt ongelooflijk veel van tekenen. Dat was zo fijn om te lezen en te ontdekken!

Maar liefst 100 verhalen over bijzondere meisjes en vrouwen. Vlot geschreven en bij elk verhaal geef ik mijn dochters de onderliggende inspirerende boodschap mee: als je ervan kan dromen dat je het doet, dan kan je het! Mijn dochters hoeven geen nobelprijs te winnen en ook niet zelf ooit in zo’n boek te verschijnen. Maar wat ik wel graag voor ze wil is dat ze hun dromen achterna gaan.

Oké, eerlijk is eerlijk: soms hebben de verhalen wat teveel 1-minuut-gehalte. De kritische lezer zou daarover kunnen vallen. Maar deze verhalen zijn zo verfrissend. De passieve prinsessen die dromen van een prins, daar heb ik het wel even mee gehad. En bovendien, dan lezen we er gewoon 5 op een avond. Het mooiste is hoe mijn dochters elke avond in koor vragen om deze verhalen. ‘Toe mama, nog één! Toe, toe, toe, nog ééntje!’

Aan alle ouders met dochters: koop dit boek!

Rebelse meisjes

(*) Ik krijg geen geld voor het aanprijzen van boeken. Dit boek is gewoon zo fantastisch en een écht “moet-je-hebben” voor in je bibliotheek. Dat is de enige reden waarom ik er hier over schrijf. En omdat het boek meehelpt om meisjes te doen dromen én die dromen waar te maken. Zo realiseren ze voor zichzelf hun ideale wereld.

Invidia (nijd – jaloezie – afgunst) #ouderzonden

Wat zou je direct overnemen van een andere ouder mocht je kunnen?

Whoa, open en eerlijk moet ik zijn! Want dat is best wel veel…

  • Energie hebben voor duizend man.
  • Een bakprinses zijn in de keuken, én het nog graag doen.
  • De kennis, ervaring en goesting om zelf een huis te verbouwen.
  • Tijd over hebben om te genieten van een sportclub.
  • De kracht om van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat te blijven gaan.

Zo van die vrouwen die alles hebben en alles kunnen. Een goedbetaalde topjob, een auto van het werk, en de ballen aan mijn lijf om thuis ook nog eens huishouden met drie kinderen én verbouwingen te realiseren én verjaardagsfeestjes én zelfgemaakte taarten bakken. Soms zijn er van die dagen dat ik denk: het zou toch handig zijn als ik zo’n supermoeder was. Of zo’n supermoeder ook de max is voor haar partner, dat weet ik niet. Ge kunt toch niet ALLES fantastisch doen? Of wel? Zo ja, dan neem ik dat graag over.

Maar nee dus. Ik sukkel nog met de naweeën van tijdelijk langdurige moeheid, ik ben geen keukenprinses, een handige harriëtte ook al niet. Sportief dan? Totaaaaal niet. Blijven gaan? Ook niet. Mijn bed ziet mij veel te graag. Vandaar! Het diploma om in het onderwijs te staan lijkt ook wel iets om onmiddellijk over te nemen van een andere ouder. Nu ik drie kinderen heb besef wat een gouden job dat is. Ik besef tegelijk dat het onderwijs zoveel meer is dan veel vakantie. Dankbaar ben ik, voor al die uren en uren die leerkrachten bijdragen in de opvoeding van onze kinderen. Ik vermoed dat ik het niet zou kunnen, veel te veel zou geven aan al die lieve kinderhartjes, ten koste van mezelf. Waardoor mijn eigen hart uiteindelijk hard zou worden wegens veel te veel dweilen met de kraan open. Ik zou al mijn liefde weggeven aan de kinderen van mijn klas. Nog eens zwanger zijn, zou ik ook overnemen voor een andere ouder. Zwanger zijn, dat kan ik goed en doe ik graag, echt waar! Maar dat kan niet zonder dat ik me zou hechten aan het kind in mijn buik. Toch beter niet doen. Mijn achterbank zit vol, mijn hart ook, genoeg kinderen hier die veel deugd hebben van mijn ouderzonden!

Luxuria (onkuisheid – lust – wellust) #ouderzonden

Oh mijn ouderzonden. Misschien is mijn grootste ouderzonde wel dat ik teveel hooi op mijn vork neem en de vork vervolgens niet meer kan dragen. Zoals beloven om elke week een stukje online zetten. Het lukte me voorheen niet en nu zeker niet. Maar zachtheid en compassie, in eerste instantie voor mezelf, zijn de toverwoorden! Dus daarom veel later dan voorzien, toch nog iets over luxuria. Het voelt alsof Acedia (traagheid) nu beter zou aan bod komen maar dat is pas voor binnen twee weken. En zo is het ook nooit goed in Joba’s reële wereld. Hopla, onkuisheid, hier ga ik!

Wat doe je om jezelf graag te blijven zien en dit over te brengen aan je partner nu je in de eerste plaats vooral ‘ouder van …’ bent? 

Er was eens een keigoed boek en een bijhorende fantastische training die me erop wezen dat de natuur inderdaad voorziet dat ik bij elke baby in het begin inderdaad in de eerste plaats ‘ouder van…’ ben. Ik ben dan in de eerste plaats moeder. Niet Joba, niet vrouw van Lieven, maar MOEDER. Punt. In functie van het overleven van het kind is dat tijdelijk de weg. Maar daarna, daarna mag ik weer in de éérste plaats JOBA zijn, op de tweede plaats vrouw van Lieven, en dan pas moeder. Het klinkt gek in mijn oren dat het ooit anders voelde. Natuurlijk zijn onze kinderen cruciaal in ons leven en nemen mijn man en ik allebei de volle verantwoordelijkheid om onszelf en onze kinderen gezond en gelukkig te laten zijn. En daarin is exclusiviTIJD voor hem en mij de basis. Die basis is immers waar onze schatten uit voortkomen, dus het is in ons en hun belang dat die basis goed gevoed blijft.

Ik verkoop het aan de kinderen als papa&mama-dag maar op zo’n dagen zijn wij dan vooral Lieven & Joba, en geen papa en mama. We noemen elkaar ook niet papa en mama, nooit. We hebben ook de tv bewust niet afgeschaft. Want soms, ja soms, is dat écht de beste babysit. Denk aan koken, maar ook aan papa-mama-tijd. Ik moet er geen tekeningske bij maken, toch? 🙂 Het zou een onkuis tekeningetje zijn.

Naast het boek en de training en bergen boeken die ik over het onderwerp verslonden heb, volg ik nu ook een opleiding tot kindertolk en daarin wordt dit idee alleen maar bevestigd. Dat de natuur voorziet dat ik inderdaad bij de geboorte van elk nieuw kindje helemaal gefocust ben op dat wondertje. Om de overleving te waarborgen is dat zo door tienduizenden jaren heen gegroeid. Noem het instinct, de genen, whatever, het is zo. Maar op een bepaald moment moet die focus weer veranderen naar me en my hubby. De zogenaamde onkuisheid is eigenlijk het onderhouden van het uiten van de liefde tussen man en vrouw.

In mijn ideale wereld bestaat de heilige drie-eenheid niet uit drie generaties mannen – de vader, de zoon en dan een onstoffelijk wezen. Nee, de heilige drie-eenheid bestaat uit vader-moeder-kind. Het kind komt voort uit de liefde – of uit “onkuisheid” om precies te zijn. Onkuis vind ik dat niet, integendeel. Het is heilig! Als die focus en die verbinding goed is, dan heeft het kind alles mee dat het nodig heeft om zelf tot een gegronde gezonde gelukkige volwassene uit te groeien. Dus ja, ik ben drie keer al een hele tijd vooral ‘ouder van…’ geweest. Maar na negen jaar ervaring in het ouderschap leerde ik de essentie terug te zien. Ik ben vooral en in de eerste plaats Joba, partner van Lieven, en ook moeder. Als het goed gaat met mij, en vervolgens goed met mij en mijn man, dan gaat het goed met onze kinderen. Dan stroomt de liefde hier eindeloos over. Eerst me-time, dan us-time met mijn man, dan together-time met het hele gezin.

Er is ook us-time één op één met elk kind. Prioriteit is de me-time. Dat is vooral een enorme uitdaging. Maar dat hou ik voor een andere blogpost.

 

Avaritia (hebzucht – gierigheid) #ouderzonden

Wat zou je nooit delen met je kinderen? Of kind? 

Ik kan werkelijk niks bedenken. Niks. Behalve uit mijn bord eten. Daar kan ik niet tegen. Ieder kijkt in zijn eigen bord. Maar uit elkaar bord pikken, nee. Mijn eten delen daarentegen, ja. Tuurlijk wel. Als ze het eerst mooi vragen. Maar verder? Ca va.

Is dat niet de essentie van ouderschap, dat je alles wie je bent, alles wat je hebt, deelt met je kinderen? Ik heb liefde te delen, een huis om te delen, een man om te delen (als hun papa dan). Ik neem wel af en toe een joba-dag, een mama-moment, een papa-&-mama-dag. Maar zelfs dan, als ze dat nu echt zouden willen en vooral nodig hebben, dan deel ik dat met hen. Dan mogen ze er bij zijn. Niet te vergeten, er zijn ook ‘mama-dagjes’ met elk kind. Daar genieten ze heel, heel erg van. Alhoewel ik moet toegeven dat het met drie kinderen inmiddels mama-uurtjes geworden zijn. Momenten van exclusieve aandacht van mij voor elk kind afzonderlijk. Familiegeheimen, dramatiek, de dingen die voor volwassenen zijn, die deel ik nu niet met hen maar dat komt nog, naar mate ze groter worden. Dat is een kwestie van tijd. Ik ben benieuwd naar de andere blogs over deze deugd. Ik vraag me af of ik hier op een grote blinde vlek gestoten ben wat betreft deze ouderzonde, maar ik zie het echt niet.

Aha!

Ik zou wel nooit mijn kinderen willen delen. Ík ben de mama. Niemand anders. Ieder ander betrokken in de opvoeding van onze kinderen heeft zijn eigen rol. Hun papa op de eerste plaats, en verder nog de grootouders, tantes en nonkels, peters en meters, leerkrachten, babysits, noem maar op. Waarvoor ik hen allen ongelooflijk dankbaar ben, want alleen zijn zou ik het niet kunnen. Maar ik ben de mama. Mijn mama-zijn delen? Nee. Misschien is dat wel een ouderzonde, dat ik mijn moederschap alleen wil dragen. Terwijl het eigenlijk niet hoeft. Ik ben de moeder, ik kan die rol niet delen zelfs al zou ik het willen.

Dubbele aha

Deze blogpost raakte niet op tijd online. En toen werd duidelijk waarom. Dit weekend waren twee van drie kindjes ziek (griep) en begrijpelijkerwijs hangerig en met nood aan extra moederliefde. Dat ik dan ook graag geef: knuffelen en op mijn schoot en lang in de zetel blijven zitten. Allemaal geen probleem. Maar dan. Toen kwam het moment waarop ik aan tafel neer zijg (is dat een woord? Zijgen?) om te eten. Dat moment. Het moment dat ik vijf minuten in alle rust voedsel tot mij wil nemen, brandstof en energie om nog eens een paar uur verder te kunnen. ‘Mamaaaaaaaaaaaa!!! Ik wil NUUUUU knuffeluhhhn!’. Dat moment is mijn schoot niet beschikbaar voor knuffels en kussen. Dan moet iedereen even van mij blijven en mij. gewoon. laten. ETEN.

Gevoelig blind vlekje van mij!

 

Volgende week: Luxuria (onkuisheid – lust – wellust) 

Meeschrijven aan #ouderzonden doe je hier.