Het is toch zo erg niet.

Ik zit in een aantal vrouwennetwerken, levensechte maar ook online community’s. Regelmatig worden daar vragen gesteld als: ‘De feiten zijn verjaard. Hoe kan ik toch grenzen stellen?‘, ‘Kan ik dit naar buiten brengen en willen jullie me hierbij ondersteunen?‘, ‘Die klootzak moet boeten!’.

Wat ruik jij lekker!

Deze week zei ik spontaan en oprecht en zonder bijbedoelingen tegen een man die niet de mijne is: ‘Wat ruik jij weer heerlijk!‘. Ik weet niet of het echt zo was maar ik merkte dat hij een beetje schrok. Ik voegde eraan toe dat het fijn is om zoiets te kunnen zeggen zonder meer en zonder bijbedoelingen, juist omdat die man veilig voelde voor mij om het te kunnen zeggen. Punt. Meer niet. Maar hij schrok. Denk ik. Misschien overschreed ik wel een grens. Misschien was het voor deze man om wat voor reden dan ook, echt niet comfortabel om te horen wat ik zei. Hoe onschuldig het ook was.

Voor mij begint het hele #metoo debat daarover: waar liggen mijn grenzen en die van een ander? Wat is de ruimte die ik mag innemen en wat is de ruimte van de ander? Mogen we in elkaars persoonlijke bubble komen en hoever? Of net niet? En dat zou betekenen, dat uit zoiets eenvoudigs als een onschuldig compliment een gesprek zou kunnen volgen over diepere onderliggende behoeften en gevoelens over persoonlijke en intieme grenzen. Een gesprek tussen mij en die man. Maar hoe doe je dat? Over zoiets onschuldigs als een gemeend compliment? En wil ik dat wel met die man met wie ik verder niets heb? Is dat niet een hoop tijdverspilling? En jij denkt misschien: ‘Allee joba, dat is toch niet erg, waar jij nu over begint.’. Ja, dat denk ik soms ook. Maar ik wil niemand doen schrikken of ongemakkelijk doen voelen. Dat wil ik echt niet. En als we het over de kleine dingen niet kunnen hebben, hoe moeten we dan de grote grenzen aangeven?

Onze eerste grenzen

Als een blanco blad wordt een kind op deze wereldbol geboren. Een baby heeft geen idee van goed of slecht, juist of fout, zwart of wit. Dat moet het van ons, volwassenen, leren. En zoals elk van ons ervaart een kind op één of andere manier ‘pijn’. En pijn kan heel erg pijn doen. En dan huilt een kind, soms heel hard, want het was heel erg. Voor het kind. En dan zeggen wij om hen te kalmeren de magische toverwoorden: ‘het is niet erg‘.

Stel je de schok voor die een kind ervaart als het die woorden hoort. ‘Wat ik voel en ervaar doet pijn… het is de ergste pijn want ik ken geen ergere pijn want dat heb ik nooit eerder andere pijn ervaren. Hoe kan het dan dat wat ik voel zo pijn doet, en dat dat niét erg is?‘ Maar dat is het wel. Dat is het écht wel. Voor het kind. Wanneer volwassenen (diegenen aan wie de zorg voor dit kind is toevertrouwd) die pijn niet erkennen en proberen weg te wuiven,  dan leert een kind dat het zichzelf en de ervaringen die het heeft (pijn) niet kan vertrouwen. Alsof het niet echt is. Er niet mag zijn. Minimaal is. Het leert van ons dat het niet erg is. Maar dat was het wel. Wanneer we dan als volwassene een (naar ons gevoel ongepast) compliment krijgen, of (naar ons gevoel ongewenst) aangeraakt worden door iemand van wie we dat niet willen, dan is er een stem in ons die die magische vloekwoorden weer opnieuw uitspreekt: ‘het is niet erg‘. We slikken het gevoel weg en slaan het op in ons lijf. We zwijgen onszelf emotioneel dood. We glimlachen en huilen diep vanbinnen ongekende, onbeminde ziekmakende tranen.

Ik geloof dat ik 8 was, toen ik een volstrekt onschuldige situatie van verstoppertje spelen door een oudere jongen ineens in mijn onderbroek betast werd. Niks ergs. Objectief gezien. En toch heel erg. Emotioneel dan. Want ik bevroor van angst, omdat ik dacht: het is niet erg. Gelukkig werden we op dat moment gevonden en verdween die hand zo snel als hij gekomen was. Dus het was ook echt niet erg.

Het is wel erg. Het is heel erg.

Als een volwassen man mij vandaag aanraakt op een manier die ik niet wil, ook al is die manier onschuldig, dan verstijf ik nog steeds. Het gesprek aangaan over mijn grenzen wordt steeds overruled door dat innerlijke gonzen in mijn hoofd: ‘Het is niet erg. Stel je niet aan.

Maar als ik die kleine nee’s niet kan aangeven, hoe moet dat dan met de grote nee’s? Laat ik dan nu toch minstens voor mezelf erkennen: ja, het is erg. Ja, het was inderdaad echt wél erg. Voor dat kleine kindje in mezelf was het erg. En als die tranen geheeld en gedroogd zijn, en een alternatief is aangeboden van hoe het wel zou moeten, ja dan, dan kunnen we naar de ander stappen. Niet voor schuld en onschuld, niet voor zwart en wit, en goed en fout. Maar voor nog meer heling. Van alle partijen.

Is dat geen onmogelijke opdracht?

In onze maatschappij is het beter om slachtoffer te zijn dan dader. Vele daders durven zich niet te outen. Begrijpelijk ook. In een wereld die zwart-wit denkt en handelt. Dat is waar het hele #metoo debat over struikelt. Zolang we daders afschilderen als monsters geraken we geen stap verder. Zou ik het durven schrijven: dat een dader ook alleen maar de andere kant is van de medaille? Als kind van 8 en betast door een jongen niet veel ouder dan ik was ik ‘slachtoffer’ (ik zet het tussen aanhalingstekens want het was inderdaad niet zo erg en ik voel me hierover allang geen slachtoffer meer) en durfde ik mijn grenzen niet aan te geven, durfde ik niet te zeggen: ‘stop daarmee, dat vind ik absoluut niet leuk’. Ik wist niet hoe.

Maar als dader heeft die jongen ergens op één of andere manier niet geleerd hoe hij de grenzen van een ander kan respecteren, bijvoorbeeld door ze te bevragen. Ook hij moet ergens geweten en gevoeld hebben: ‘wat ik doe, is niet oké‘. Er was niemand die mij toonde hoe ik nee kon zeggen, er was niemand die hem toonde wat hij wel en niet mocht doen. We zwegen allebei. We hebben er nooit met een woord over gesproken. en niet omdat we slechts kinderen waren. Het ‘hoe’ ontbrak. We willen allemaal dat onze persoonlijke en intieme grenzen niet overschreden worden. En daarbij de dubbelzinnige boodschap dat het niet erg is. We leerden niet hoe we daarover moeten praten, over wat we niét willen. Doodeng is dat, voor mij ook. En misschien zijn we ook wel vergeten wat daaronder zit, datgene dat wél willen. Zou het verbinding en liefde en erkenning kunnen zijn?

Dat heling en vergeving een aartsmoeilijke opdracht is, ja dat weet ik. En ik weet ook dat het kan, door diezelfde vrouwennetwerken bijvoorbeeld. Omdat daar gelukkig ook de mooie verhalen zijn. Het is mogelijk. Er is de waanzinnig moedige en inspirerende TedTalk van Thordis Elva en Tom Stranger. Over hoe zij, slachtoffer en dader, na een verkrachting tot heling en vergeving zijn kunnen komen van zichzelf en elkaar. Geen zwart-wit, geen wegduwen van wat er is, maar wel erkenning: ja, het was erg. Heel erg. En we zorgen er samen voor dat het nooit meer opnieuw zal gebeuren, dan is het tenminste niet voor niks geweest.

 

Advertenties

Over liefde en geweld

Deze morgen onderweg naar de bakker hoorde ik zo’n vijf minuten radio. Zo hoorde ik toevallig een stukje van de zondagse preek, die op zondag uitgezonden wordt op Radio 1. Het ging over barmhartigheid. Dat het menselijk is om te haten. Om diegene die je kwaad doet of pijn gedaan heeft, te haten. ‘Het is des mensen om te haten. Wie dat niet herkent, is blind voor zijn eigen zielenroerselen.‘ De priester had mijn aandacht volledig te pakken. Hij noemde vele herkenbare voorbeelden. En ik herken ook de mijne. Ik ben er niet trots op.

Geweld

Maar die priester stelde me gerust door te zeggen wat ik de afgelopen jaren leerde in therapie en in quasi ieder zelfhulpboek: ‘Haten is een deel van het menselijk afweermechanisme, het zit in onze natuur‘. Dat wat zo’n pijn deed, willen we nooit meer voelen, we weren ons, en dan doen we op gewelddadige wijze. Geweld betekent niet alleen fysiek de ander pijn doen. Geweld is ook: oordelen, kwaad spreken, roddelen. Geweld kan ook zijn: negeren, je gezicht draaien, je schouders ophalen. Geweld kan naar de ander zijn, maar evengoed ook naar jezelf: opgaan in de illusie dat je gelijk hebt om te wijzen naar de ander. Zodat je jezelf kan verliezen in het waanbeeld dat je zelf niks te doen hebt en geen verantwoordelijkheid te nemen hebt.

Liefde

De priester ging verder en zei: ‘God is onder de mensen als een mens zijn haat kan overstijgen. Heb je vijand lief. Daar waar liefde is, daar is de wereld god’s’. En dan: ‘Laten we bidden’. Ik weet dat de priester gelijk heeft. Ik weet hoe het voelt en welke wonderen er gebeuren wanneer ik de haat naast me neerleg en met andere ogen kijk naar de situaties die zich in mijn leven voordoen. Zoveel goeroe’s, therapeuten, en priesters vertellen hetzelfde verhaal. Liefde is het antwoord. Wat ik miste bij de priester was het antwoord op het hoe. Met bidden alleen verander je de wereld niet. Het helpt wel. Maar het is niet genoeg. Zoals mijn grootmoeder (96 jaar) onlangs nog zei: ‘Ieder huisje heeft zijn kruisje, en het ene is te dragen, en het ander bijna niet.’ Het lijkt me dat het leven één grote kruistocht is naar het ‘hoe’. Van haat en geweld naar liefde en mededogen. Wat een mooie wereld zou dit kunnen zijn.

Amen.

Balans in het bos

Regelmatig trek ik met mijn kinderen naar het bos. Om te bosbaden, een mooier woord voor opladen van de innerlijke batterij. Na de wandeling eindigen we in het speelbos en daar is de wip hun favoriet. Met hun drieën zijn ze een hele tijd zoet en dat geeft me de mogelijkheid om hen uitgebreid te fotograferen en te genieten van hun samenspel. Heerlijk vind ik dat.

fb_d20190109_0064

Na een tijdje trekken mijn dochters verder naar de andere speeltuigen, maar mijn zoon van vier jaar weet van geen ophouden. Hij vindt dat ding écht fantastisch.

‘Mama! Kijk!’, roept hij hier op deze foto. ‘Ik ben in balans!’.

fb_t20190109_0127

Ik lach, om zijn woordgebruik dat zo treffend juist omschrijft wat hij bedoelt. Ik vind ‘balans’ best een moeilijk woord voor een kind van vier! En ik lachte ook omdat ik mezelf op dat moment in het bos met mijn kinderen ook echt in balans voelde. Missie geslaagd!

De foto die ik maakte is een herinnering aan dat gevoel. Straks trek ik weer mijn wandelschoenen aan en wie weet, ga ik op mijn eentje op de wip gaan staan.

Konijn

Gezien ik al een tijdje thuis ben nu, en ik heel hard en snel wil genezen maar dat dat niet zo goed lukt, stelde ik ‘gezondheid’ als mijn prioriteit voor 2019. Begin deze week was er die volle superbloedwolf maan, en misschien ligt het daaraan maar ik had het de afgelopen dagen zeer moeilijk. Veel drama, veel verdriet, veel moeheid en weeral keelpijn en die verdomde tinnitus, en daar bovenop dan dat stemmetje dat alles nog erger maakt: ‘Je moét beter worden! En snel!’ . Echt helpen doet dat stemmetje niet, integendeel, het was een dag van veel tranen en verdriet. Vandaag is een nieuwe dag en een positiever stemmetje in mezelf moedigde me aan: ‘Kom op! Vandaag doe ik het anders!’ En zo gebeurde.

Elisabeth Gilbert, schrijfster van Eat, Pray, Love, schreef vorig jaar ergens op haar instagramaccount over haar ritueel op nieuwjaarsdag. Op de eerste dag van het nieuwe jaar gaat ze wandelen, en het eerste dier dat ze dan tegenkomt, brengt haar een boodschap voor het komende jaar. Ze zoekt dan de spirituele boodschap op van het dier. Vorig jaar heb ik dat gedaan, en de fazant bracht me de boodschap dat het een vruchtbaar jaar zou zijn. Geen baby’s meer voor mij, maar wel een boek. De uiteindelijke bevalling is uitgesteld en komt eraan in maart 2019. Meer nieuws daarover later!

Dit jaar was ik dit ritueel vergeten tot ik ineens dit mooie konijn zag bij goede vrienden op de tweede nieuwjaarsdag:

Het is een prachtig groot konijn, en het zat er zo wijs naar mij te kijken alsof het zei: ‘Hier ben ik met mijn boodschap! Zoek maar op!’ Ik moest denken aan die post van Gilbert en nam me voor om de betekenis van het konijn op te zoeken zodra ik thuiskwam. Wat ik dan vergeten ben. Tot vanmorgen. Voor wat het waard is, vind ik de betekenis van zo’n dier telkens zo treffend voor de situatie waarin ik zit. Ook nu weer.

Een konijn graaft een holletje en zorgt goed voor zichzelf, laat niemand binnen die niet goed voor haar is, en vraagt me uitdrukkelijk om beide hersenhelften te gebruiken. Konijn vertelt me dat het goed geweest is, dat ik mag loslaten en vertrouwen en even helemaal mag focussen op mezelf.

Klinkt als een goed plan!

Deze blogpost is er eentje in de reeks dieren. Ik schreef eerder al over de koede kikkerde olifant en de vlinder.

Drie vragen om met een fijn gevoel terug te blikken

Ik merkte de afgelopen weken dat ik nogal negatief terugkeek op het voorbije jaar. Dat dat rotjaar maar snel voorbij mag zijn. Maar niks is ooit alleen maar negatief, of donker of zwart. Dat is het maar omdat er altijd ook een andere kant is: positief, en licht en wit. Drie eenvoudige maar bijzonder interessante vragen kwamen op mijn pad om het afgelopen jaar ook van een andere kant te bekijken. Conclusie: ja, het glas was halfleeg, én het was ook halfvol!

1. Wat heb je het afgelopen jaar verwezenlijkt waar je het meest trots op bent?

In juni ben ik afgestudeerd als kindertolk. Daar ben ik heel erg trots op. Als kindertolk werk ik met ouders en heel veel wat ik graag doe komt erin samen: schrijven, spiegelen, inspireren, tot inzicht brengen en het verbeteren van de relatie tussen ouder en kind. Ik maakte ook grotendeels zelf mijn eigen website, die ik door mijn ziekteperiode nog niet kon lanceren. Maar ze is er wel! En ook daar ben ik heel trots op. Tot slot diende ik ook mijn eerste boek in, als ghostwriter. Het verschijnt eind februari, begin maart ’19.

2. Welke fout heb je het afgelopen jaar gemaakt en welke les heb je eruit geleerd?

Op een bepaald moment dit jaar ben ik vergeten om voor mezelf te zorgen. Ik dacht nochtans dat ik dat deed. Maar achteraf gezien heb ik alles en iedereen hoger op de prioriteiten- en to-do-lijst gezet dan mijn eigen noden en behoeften. Dat kan even, maar een elastiek is ook maar zo sterk tot hij springt. Als het stretchen té lang duurt, dan heeft dat grote consequenties. De les die ik leerde is dus om onvoorwaardelijk eerst te zorgen voor mezelf en mijn gezondheid. Het is mijn hoogste prioriteit voor 2019: gezond worden en weer bruisen van energie!

3. Wat wil je nu graag loslaten?

Dat stemmetje in mijn hoofd dat als een kapotte grammofoonplaat eindeloos ‘moeten moeten moeten’ zingt. Haal de moet eruit, hou de moed erin is niet voor niets de baseline van mijn blog. Tijd voor wat ik werkelijk wil en écht nodig heb. Dus nee, ik ‘moet’ niet zo snel mogelijk weer gaan werken, ik wil wél snel beter, gezond en sterk worden.

Het voelt stukken beter om op deze manier terug te blikken en ook weer vooruit te kijken naar het jaar dat komt.

Razend benieuwd ook naar hoe jij deze vragen zou beantwoorden!

Ik wens jullie allen een goede gezondheid toe in 2019!

Ik werd geïnspireerd voor deze blogpost door Marie Forleo:

Verlenging

‘Hoe is’t?’, een eenvoudige vraag, gemakkelijk gesteld, vaak ook onbewust voorwaardelijk. Want wil een mens wel werkelijk weten hoe het echt met de ander is? Bleek en vermoeid weiger ik ‘goed’ te antwoorden wanneer dat zo niet is. Maar ik merk de ongemakkelijkheid bij de ander als ik zeg: ‘niet goed’. Ik voel een plotse angst opduiken bij die ander, dat ik mijn miserie bij hem of haar zou afgeven, en dat die er dan mee zit opgescheept. Ach, was het maar zo simpel. Dus ik hou het meestal op varianten: ‘Vandaag? Goed!’ of ‘Niet goed, maar ik praat er liever niet over.’ Die laatste is een vrijgeleide voor de andere om te reageren met waarheden als koeien: alles komt goed, na regen komt zonneschijn, lalala.

Al een aantal weken kreeg ik de melding van mijn blogaccount dat ik mijn domein diende te verlengen. Anders zou deze blog verdwijnen. Ik twijfelde en twijfelde. Iemand zegt: als je twijfelt, beslis dan niet. Iemand anders zegt: als je twijfelt, kies dan voor datgene waar je meest weerstand voor voelt. Nog meer twijfel. Ik heb helemaal niet zoveel geschreven dit jaar. Zal ik meer schrijven in 2019? Misschien wel. Misschien niet. Vandaag gaat het goed. Dus ik besloot op het laatste nippertje om mijn blogdomein met nog een jaar te verlengen. Vandaag voelt als een écht goede dag!

Steek je verdriet in een pot

Wanneer mensen me aan de kassa, bij de kapper of na een toevallige ontmoeting met een collega prettige feesten toewensen, dan krimpt mijn maag flink samen. Ik heb dit jaar geen zin in hoera en gezellig samenzijn. Als er een gat geslagen is in je hart, is het een bijna onmogelijke uitdaging om dat gat terug op te vullen. En toch kan het. Er is zoveel om dankbaar voor te zijn. Gezonde en gelukkige kinderen, een warm huis en een warme douche, het feit dat ik hier geboren ben en niet in pakweg Aleppo. Het lijstje wordt makkelijk langer. En toch. En toch. Het gat dat geslagen werd, wil toch ook erkend worden, niet weggemoffeld of weggelachen worden. Ik stak daarom mijn verdriet (en al mijn andere niet-blije emoties) in een pot. Geen doofpot, maar een kijk-dit-is-er-óók-pot. Of ik de moed heb om de pot op kerstavond ook óp de tafel te zetten in plaats van eronder, weet ik nog niet. Het lijkt aangenamer voor mezelf en voor iedereen om de pot te negeren. Maar eigenlijk wordt die pot dan alleen maar groter. Merkwaardig hoe iets groeit als je het negeert. En hoe fijn is dat, voor mezelf en iedereen? Dus er is geen andere optie dan de pot mee te nemen, een plek te geven en te hopen op iemand die een mopje maakt, zo droog en flauw, dat ik kan huilen van het lachen de hele avond lang.

Fijne feesten, ik wens je veel moed om niks te moeten.

Een belangeloze aanrader: dit is toch echt een hele mooie instagrammer om te volgen: Eva Mouton en dan vooral deze post waarop deze blogpost geïnspireerd is.