Als de wereld kleiner wordt

Die keer dat ik niet meer kon autorijden.

14 september 2018

Ik heb afgesproken met een goede vriendin voor een lunch. We wonen ver van elkaar en we besloten elkaar halverwege te ontmoeten. De hele week al keek ik uit naar dit moment voor mezelf waarvan ik wist dat ik er ongelooflijk van zou genieten. Me-time, vriendinnentijd, opladen. Het zou zo’n deugd doen om bij te praten en niet zelf te moeten bezig zijn met koken en dienen. Gewoon bestellen, bediend worden, genieten. Ik was op dat moment aan het herstellen van een ziekenhuisopname en wilde niet teveel hooi ineens op mijn vork nemen. Ik had er zin in om haar te zien, de zon scheen, de kinderen alledrie gezond naar school, kortom alle voorwaarden waren voldaan om er een heerlijke namiddag van te maken. En van rusten en genieten, kan je sneller genezen en herstellen.

Maar het ging niet. Het ging echt niet. De hele ochtend liep ik te zoeken naar een mogelijkheid om er te geraken, maar ik liep éigenlijk weg van mijn gevoel en van mijn lichaam die me al dagenlang probeerden te zeggen: ik geraak er niet. Het lukt niet. Ik bel mijn vriendin op. Ze neemt op en ik begin te huilen. Het voelt alsof ik nooit meer ga kunnen stoppen. ‘Het gaat niet, ik kan niet… ‘, snik ik, ‘het lukt me niet om te rijden, het spijt me zo…’ waarop zij antwoordt met wat ik in mijn stoutste dromen niet had kunnen dromen: ‘ik kom naar jou!’. Nog meer tranen. Ze komt. Dat houdt me recht. Terwijl ik op haar wacht en uitsnotter, check ik gedachteloos mijn mail. Mijn baas stuurde me een to-do-lijst voor de rest van de maand en daarbij de vraag om duidelijkheid te geven over wanneer ik terugkom uit ziekteverlof. Nog meer gehuil. Op dat moment belt de buurman aan met de vraag om iets te lenen. Maar hij ziet mijn weggeveegde wanhopig weggeduwde tranen, en dat is genoeg opnieuw in huilen uit te barsten. Er volgt een stroom tranen die nooit meer lijkt op te houden. Ik kan niet meer. Ik besefte die dag: ik heb tijd en rust nodig. Het voelt als falen. Sterke Joba is gebroken.

Die keer dat ik naar het ziekenhuis moest

Eén maand eerder kon ik ook al niet meer autorijden.  Ik liep al weken met een zere keel en een vreemde hoest. Onze zoon werd 4 en dat werd gevierd met veel te veel familiefeestjes. Ik negeerde mijn fysieke en vooral mijn emotionele grenzen compleet. Ik overschreed ze radicaal. In naam van ‘de rust’. Tais toi en soi belle, dacht ik. In de buitenwereld lijkt Joba zo sterk. In mijn binnenste schreeuwde ik van woede en verdriet. Mijn keel deed inmiddels zoveel pijn dat mijn inmiddels jarenlange ‘koorts van onbekende oorsprong’ onvermijdelijk begon te stijgen. Ik spendeerde de hele zondag in mijn bed met 39 graden koorts. Ik droomde van een kuuroord waar ik mocht verblijven, waar ik verzorgd werd, waar ik bediend werd, waar de zon scheen, waar rust is. ‘Ik moet uitzieken en morgen genezen zijn, want morgen moet ik gaan werken.‘ Dat dacht ik.

De volgende dag word ik wakker en ik besef dat er van werken geen sprake is. Ik voel me te ziek om zelf naar de huisarts te rijden. Ik vraag aan mijn man om mij te voeren omdat ik het zelf niet meer kan. Het gaat niet meer, ik huil om deze ellende. Ik merk dat ik op een rare manier spreek. Mijn keel is zo gezwollen dat ik moeilijk kan praten, en al helemaal niet meer kan slikken. De huisarts wijst me meteen op de feiten: ‘Joba, ik heb je nog nooit zo ziek gezien. Ik denk dat we je beter laten opnemen.’ Ik huil, ik heb geen weerstand meer, ik weet dat een opname nu echt nodig is. Een vreemde droom die uitkomt ook: ik verblijf een week in het mooiste ziekenhuis van Vlaanderen. Het is er gloednieuw, proper, muisstil, met een inloopdouche, drie maaltijden per dag aan bed, geen rommel om op te ruimen, alleen maar ik en de rust en een fantastisch goed bed en het zonlicht op de ramen. Ik krijg mijn medicatie en pijnstilling intraveneus. De eerste dagen lijkt het alleen maar erger te worden, en de gezwollen klier wordt net geen abces. Op zaterdag kon ik weer slikken en besloot ik naar huis te gaan, omdat ik mijn kinderen zo hard miste.

Proberen genezen

Het is evident, dat ik te vroeg naar huis gekomen ben. Een moederhart zet steeds haar kinderen eerst. Ik kwam thuis nog steeds met keelpijn, die gelukkig veel verminderd was, maar ik breng ook bronchitis en sinusitis mee. De infectie is gezakt van mijn keel naar mijn longen. Ik hoest me te pletter. Na enkele dagen merk ik ook oorsuizen op aan mijn linkeroor. Ik word er helemaal gek van. De hoofdpijn is verschrikkelijk. Ik kom de dag door op neurofen, dafalgan en ontstekingsremmers. Ik probeer zo goed en zo kwaad als het gaat te rusten. We hebben drie schatten van kinderen maar nooit eerder snakte ik zo naar 1 september als dit jaar. Ik voel me schuldig dat ik dat denk: mijn kinderen zijn nu klein, het is nu dat ze me nodig hebben. Maar het gaat niet. De tijd vliegt voorbij. Ik heb het gevoel dat ik faal ten opzichte van iedereen: mijn man, mijn kinderen, mijn werk, mijn familie, mijn vriendinnen, en niet in het minst: mezelf. Iedere wens en iedere verwachting waar ik niet kan aan voldoen, doet me pijn in het diepste van mijn hart: ik doe mijn kinderen en mijn man tekort, ik laat mijn baas in de steek, ik denk niet meer aan mijn familie en mijn vriendinnen, en ik geef mezelf alleen nog maar op mijn kop. Het is door te schrijven, door deze tekst te schrijven dat ik me bewust word dat ik dit laatste zélf doe. En vooral: hoe onnodig. Stop, Joba, stop. Ik ben ziek, maar ik geef er niet aan toe. Ik wil genezen en maak een plan. Problemen moet je aanpakken bij de oorzaak, dat zeg ik zo vaak. En dat is wat mij te doen staat. Ik ga zoeken naar de oorzaak en vervolgens naar de oplossing. Koortsachtig ga ik aan de slag. Wat heeft mij hier gebracht? Hoe is het zover kunnen komen?

De oorzaak

De neus-keel-oor specialist vroeg me deze zomer naar de oorzaak van mijn uit de kluiten gewassen angine. Vermoeidheid door de vele warme zomernachten? Misschien. Zorgen en familiale problemen? Dat zeker. Ik ga met hem in gesprek van mens tot mens, in plaats van patiënt-arts. Door gelijkaardige omstandigheden voel ik me door hem begrepen en dat blijkt voor mijn keel een belangrijke factor om te verbeteren. Hij adviseert me om me te focussen op mezelf en mijn gezondheid. Het verwijderen van mijn amandelen is te overwegen waard, zegt hij, maar er zijn geen garanties als de oorzaak niet wordt aangepakt. Met andere woorden, zijn het wel mijn amandelen die het probleem zijn? ‘Bovendien’, zegt hij, ‘moeders worden vaak pas ziek als hun jongste kind 4 jaar geworden is’. Pardon, wat zegt u? Hij herhaalt dat moeders precies niet ziek mógen worden, tot hun jongste kind hen niet meer zo intens nodig heeft.  Dus als het jongste kind 4 geworden is, dan vraagt het lichaam dat de rekening betaald wordt. Ik kan me er wel iets bij voorstellen, en tegelijk denk ik: en wat moet ik daar nu mee? Ik voel me verschrikkelijk, ik wil weer blaken van gezondheid en energie! Mijn kinderen van 9, 7 en 4 hebben mij nog steeds nodig! Mijn gedachten protesteren en interpreteren deze stelling als volgt: is de oorzaak mijn derde kind? Eigen schuld, dikke bult? Dat kan toch helemaal niet?

Als ik rustiger word, en vervolgens terugdenk, zie ik wel een aantal situaties die een enorme impact op mij hebben gehad sinds mijn jongste kind. Maar daar heeft hijzelf helemaal niks mee te maken. Tijdens mijn zwangerschap kreeg mijn moeder kanker. Had ik ernstig bloedverlies na mijn bevalling. Kon ik mijn baby niet volledig borstvoeding geven. Voelde ik me gefaald als moeder. Werd ik weggeschoven op mijn werk. Vond ik ander werk. Van voltijds verderop naar halftijds bij de deur. Van goedbetaald naar net wel/net niet rondkomen. Worstelde ik met gezondheidsproblemen van mezelf (die koorts), mijn kinderen (de gewone dingen, niks ernstigs maar wel monsterlijk vermoeiend, dat is evident), mijn moeder (inmiddels bijna genezen verklaard!), mijn man (evenveel ziektebriefjes op zes maand als in de tien jaar die daaraan vooraf gingen), en tot slot familiale problemen in het voorjaar. Als ik het nu zo lees, was het veel, heel veel.

Maar… wat héb ik eigenlijk?

De angine-sinusitis is inmiddels onder controle, maar de bronchitis-tinnitus is nog steeds niet beter. Vandaag ben ik nog steeds niet klachtenvrij. Daarnaast is er ook die koorts van onbekende oorsprong. Sinds 2016 ervaar ik verschillende keren per dag dat mijn lichaamstemperatuur stijgt. Mijn normale temperatuur is 36,7 en stijgt dagelijks naar 37,8.  Het putte me zo erg uit dat ik op een bepaald moment huilend bij de huisarts stond: wat heb ik nu toch!? In juni 2017 belandde ik bij een longarts die op basis van mijn bloedanalyse vaststelde dat ik mycoplasma doormaakte. Een beetje rust in de zomervakantie zou me deugd doen, zei de specialist. Sprakeloos was ik. Met jonge kinderen is ‘vakantie’ een zeer relatief begrip als het doel uitrusten is. Maar oké, de zomerzon deed zoals altijd deugd en ik slaagde erin om ook de herfst door te komen. Ik blijf echter moe en ik ben ten einde raad. Via een collega kom ik bij een natuurarts terecht en zij schrijft me ravintsara voor. Dat is een etherische olie waarvan ik elke ochtend enkele druppels oraal inneem. Ik was zo wanhopig dat ik tot alles in staat was. Toeval of niet, ik voelde me een tijdlang weer helemaal de oude. Na de winter en in het voorjaar van 2018 sleep ik mezelf en mijn man door loodzware maanden heen. Ik voelde niet meer hoe erg mijn lichamelijke en emotionele grenzen overschreden werden. Na mijn ziekenhuisopname vertelt mijn huisarts me dat mycoplasma chronische vermoeidheid indiceert. Ik voel weerstand bij dit etiket. Ik heb drie kinderen, een man, een job, familie en vrienden, een never-ending-verbouwing. Ja, natuurlijk ben ik chronisch vermoeid, dat is toch evident! Ik zoek verder op het internet en tot mijn ontsteltenis lijk ik al die ziekten wel te hebben: CVS, fibromyalgie, maar vooral ook vage ziekten als lekkende darm syndroom en bijnieruitputting. En elke internet-test over burn-out is positief. Toch voelt het allemaal niet juist. Voor de koorts werd ik doorverwezen naar het UZ in Gent bij de dienst infectieziekten. Ik hoop op een diagnose waarvoor een pilletje bestaat en dat me weer de oude maakt. Maar de huisarts zette me met mijn voeten terug op de grond en zei de weinig hoopgevende woorden: ‘Bereid je erop voor dat ze niks gaan vinden.’ Wat daar al vastgesteld werd: dat ik bronchiolitis doormaakte in plaats van bronchitis, wat een groot verschil is én dat ik een allergie heb voor huisdieren en huisstofmijt.  Op basis van mijn verhaal en mijn symptomen wordt ook gedacht aan een stofje ‘interleukinen 8‘ die mijn hypofyse afgeeft omdat die als het ware denkt dat mijn lichaam ontsteekt en waardoor ik dus koorts krijg. Een alternatieve antibioticakuur werd opgestart en dat wordt nu verder opgevolgd. Een duidelijke diagnose, laat staan een bijbehorend pilletje, is er niet. In de afgelopen jaren heeft mijn huisarts vaak gezegd dat ik ‘gesurmenageerd’ was. Internetonderzoek leert me dat ‘surmenage‘ betekent dat ik zweef tussen overspannenheid en burn-out. Ook vertelt hij me dat er wellicht geen enkel labeltje perfect zal plakken op wat het is dat ik heb. En moet dat ook wel? What’s in a name? We categoriseren zo graag om mensen vervolgens weg te zetten. Het zou zo fijn zijn om te kunnen zeggen: “’t is een burn-out! ’t is de schuld van mijn werkgever!”. Maar zo is het niet. De waarheid is dat het is wat het is: het is veel te veel geweest om te dragen, en ik heb tijd nodig om te herstellen, fysiek én emotioneel.

Op weg naar een gezond en gelukkig leven

Elk nieuwjaar komen we aan de kant van mijn moeder samen met alle tantes, nonkels, neven en nichten en mijn grootmoeder van nu al bijna 96 winters. Ze woont nog steeds thuis, in haar eigen huis. Elk jaar opnieuw wensen we elkaar allemaal een goede gezondheid toe, want van die gezondheid hangt alles vanaf. Het lijkt een standaardzinnetje dat wordt afgerammeld, zeker omdat we met zovelen zijn. Maar dat is het werkelijk niet. Iedereen die geconfronteerd wordt met grote en kleine gezondheidskwalen beseft heel goed de diepe waarheid van het belang van een goede gezondheid. Van fysiek sterk zijn. En ook emotioneel gezond zijn. Geluk te kunnen vinden en ervaren. De vraag die ik me stel: wat maakt dat een leven gezond én gelukkig is? Je kan ziek zijn en toch gelukkig zijn, je kan gezond zijn en toch ongelukkig zijn, en uiteraard ook ziek én ongelukkig.

Toen ik als 18-jarige studiekeuze moest maken, koos ik voor sociaal werk. Velen kozen het om ‘mensen te helpen’, wat ik ook wel wou. Maar meer specifiek ging het er bij mij over dat ik de wereld wou verbeteren. En dan bedoel ik dat ik echt, zoals veel jongvolwassenen vol dromen en idealen, naïef geloofde dat me dat zou lukken. Nog eens 18 jaar later sta ik opnieuw voor een keuze: voortdoen zoals ik bezig was, of resoluut kiezen voor een gezond en gelukkig leven? Ik kies het tweede. Ik kan niet anders meer. Pas als ik mijn eigen wereld verbeter, kan ik bijdragen om ook de rest van de wereld misschien een klein beetje te veranderen. Ik begin bij mezelf, waar anders? Mijn wereld is nu wel heel klein geworden. Ik werk voorlopig niet. Nochtans ‘werk’ ik hard aan mijn herstel. Alleen gaat dat niet onder druk. Ik kan niet meer versnellen. Herstellen en genezen kan ik niet sneller doen dan het gaat. Mezelf fysiek en emotioneel op een goede manier voeden. Elke dag probeer ik de moed uit mijn schoenen te halen. Mijn wereld is vaak donker en koud. Als het goed gaat, glimlach ik en beantwoord ik de vraag ‘hoe is’t’ steevast met ‘goed!’ ook al is het niet waar. Als het niet goed gaat, kom ik eenvoudigweg de deur niet uit. Elke dag probeer ik de zon en andere lichtpunten te zien. En die zijn er, elke dag opnieuw. Mijn tranen vallen op de lege bodem van mijn hart en mijn ziel. Op een dag zal dit vruchtbaar werk blijken te zijn. Een klein groen sprietje zal langzaam groeien. Misschien wordt het een bloemetje, misschien een bloemenveld. Langzaamaan zal de wereld weer een beetje groter worden.

Posten of niet posten.

Nu deze tekst klaar is om misschien online te zetten, twijfel ik. Wat gaan de mensen denken? Wat gaat de ziekenbond denken? Wat gaat mijn werkgever denken? Wat gaat mijn familie en schoonfamilie denken? Het is mijn waarheid. Ik deel ze omdat het soms te veel geworden is om allemaal te vertellen. En hierboven staat uiteraard ook niet alles, omdat het teveel is, te persoonlijk, of omdat het kruist met de waarheden van anderen. Het voelt vreselijk kwetsbaar om dit te delen. Het voor mezelf houden, is alsof ik weer moet slikken en niet mag spreken. Het is mijn waarheid en mijn verhaal en hier op mijn blog heeft het volledig bestaansrecht. Het mag er gewoon helemaal zijn.

 

Advertenties

6 gedachtes over “Als de wereld kleiner wordt

  1. Het is confronterend, maar vooral heel moedig. In jouw kwetsbaarheid zullen velen, ook ik, hun eigen kwetsbaarheid herkennen waar ze het niet durven over hebben.
    Dikke, dikke knuffel en veel liefs lieve Joba.
    P.S. Na regen komt zonneschijn, ook al lijkt de bui gigantisch.

    Liked by 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s