Mijn liefde voor de kikker ontmaskerd

Eén van mijn favoriete metaforen blijkt onwaar: als je een kikker in een pan kokend water gooit, springt die eruit. Maar leg je hem in koud water, en breng je dat langzaam aan de kook, dan zal de kikker uiteindelijk sterven. Dat blijkt een mythe, een kikker zou tóch het water uit springen zodra het hem te warm wordt. Oké, aanvankelijk was ik teleurgesteld, maar nu ik er verder over nadenk is het zo, maar echt zo heerlijk hoopgevend.

Waar gaat die metafoor eigenlijk over?

De gekookte kikker is een metafoor voor onze samenleving, ons bedrijf, onze gemeente, in feite zelfs onze familie, onze vrienden, kortom overal waar we deel uitmaken van ‘een gemeenschap’. Als veranderingen in die gemeenschap langzaam gaan, dan ondergaan we die kikkergewijs en uiterst lijdzaam. We pruttelen wat tegen, we morren een beetje, maar uiteindelijk is toch allemaal zo erg niet, en zo sussen we elkaar terwijl we zachtjes gaar gekookt worden. Net als de kikker gaan we ten onder.

Ook wij zijn kikkers?

Ik voel me ook zo’n kikker. Nooit eerder werkte ik onder een minister die zo’n diepdonkerblauw, keihard en ijskoud beleid voert. Ik werk godzijdank niet voor haar rechtstreeks, zelfs niet in de buurt, maar uiteindelijk hebben we allemaal een minister verantwoordelijk voor bepaalde prioritaire levensgebieden, ministers die ons rechtstreeks raken, op welke manier dan ook. Maar ‘mijn’ minister dus. Ze kookt ons allen langzaam, beetje voor beetje voert ze de ene na de andere besparingsmaatregel door. Van de meeste hebben we niet eens last omdat het eerst onderaan de pan warmer wordt.

Maar de druk wordt steeds groter, de grenzen worden steeds opnieuw en opnieuw en opnieuw verlegd, elke keer een beetje verder. En niet alleen zij. Ook haar collega’s peuteren hier 50 euro en daar 300 euro, en slaan dit op met 50 cent en dat op met 5 euro. En nog, en nog, en nog, en nog. Het is om depressief van te worden, maar ook een pilletje om het verder vol te houden in dat steeds warmer wordende water krijgen we ook niet meer. Misschien is dat nog positief, dat we daardoor héél goed voelen hoe warm of hoe heet het aan onze voeten en in feite al voorbij ons bekken wordt. We kunnen al niet meer bewegen, we zitten vast in het hete water. We pletsen nog wat met onze armen maar ik voel me zielig weggelachen. Langzaam gaan we ten onder.

Kikker’s ideale wereld

Wat hebben we nog meer nodig om eruit te springen? Hoe heet moet het worden? Wachten we op de kikkers die meteen het kokend water ingegooid worden? Het Trump-/Wilders-effect? Hebben wij dat ook écht nodig? Ik duim en hoop en bid en stuur liefde de wereld in dat het allemaal zover niet mag komen, dat we allemaal samen eruit springen, nee of stop zeggen. Hart in plaats van hard, ja, en ook dat we allemaal wonen op dezelfde plek, de aarde, dat we allemaal geloven in hetzelfde, de liefde. Noem mij wollig, newage of whatever, maar zoals het nu is, is het toch écht te gek voor woorden? Ik wil eruit springen, ik ben er klaar voor, ik weet alleen nog niet waarheen. Wie springt er met me mee?

boiling-frog-donkey-hotey

Foto: Donkey Hotey

Advertenties

7 gedachtes over “Mijn liefde voor de kikker ontmaskerd

  1. Wat een krachtige metafoor, zo duidelijk, zo echt.
    Arme kikker maar niet arme wij! Want gelukkig zijn er mensen die het voor ons onder woorden kunnen brengen in welk warm, woelig water we ons bevinden.En dat geeft hoop. Dank voor deze verfrissende gedachte.

    Liked by 1 persoon

  2. Pingback: Uitnodiging om te springen | Joba's ideale wereld

  3. Pingback: Ik ben een vlinder, jij ook? | Joba's Ideale Wereld

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s