Vive la Tourette! Hoe zot ben jij?

Mijn 16e verjaardag. Net oud genoeg voor mijn eerste vakantiejob. De zomervakantie was warm en bruiste van spanning. Ik zou iets nieuws gaan doen! Voor de eerste keer zou ik echt werken en daarvoor betaald worden. Zeven zomers werkte ik met hart en ziel op de huishoudelijke dienst van een psychiatrisch verzorgingstehuis (PVT).

Eindstation of vagevuur

Het was mijn eerste kleine bijdrage om een wezenlijk verschil te kunnen betekenen voor een groep mensen en de wereld waarin ze leven. Hoe klein mijn verschil ook betekende en hoe weinig ideaal hun situatie ook was (alhoewel, wie ben ik om dat te zeggen?). Een psychiatrisch verzorgingstehuis is het rusthuis van de zotten. Het eindstation voor wie in dat circuit zit. Als je hier terecht komt, geraak je hier nooit meer weg. Tot de dood.

Toen ik er begon, was het tehuis nog voorbehouden voor vrouwelijke patiënten. Die waren zoals je verwacht in een rusthuis oud, ouder en oudst. Ik zag dat op zeven jaar tijd veranderen: de vrijgekomen plaatsen van overleden patiënten werden ingenomen door nieuwe patiënten, vrouwen én mannen. En die werden steeds jonger.

Het greep me bij de keel. Stel je voor. Dat je veertig jaar bent. Dat ze met jou geen weg meer kunnen. Dat ze de hoop opgeven. Dat je daar belandt. Dat je gewassen en gevoed wordt, weliswaar met de allerbeste zorgen van uitstekend personeel. Stel je voor, dat jij zo bent. Dat ze je elke nacht isoleren, fixeren, medicineren. Platspuiten. Doorligwonden. Pijn. Daarvoor verzorgd worden. En weer opnieuw. Tot de dood.

Dat gebeurde niet met alle patiënten, zeker niet. Maar het zijn wel situaties van mensen die zo ziek zijn dat het me raakte tot in het diepste van mijn ziel.

Voor de veiligheid

Mijn werkdag begon met het verzamelen van alle waszakken op alle gangen. Grote gemeenschappelijke zakken was, gesorteerd volgens kookwas of gewone was. De karren vol vuile was buiten zetten en de karren propere naar binnen.  Als alle patiënten naar beneden waren, mochten ze voor de rest van de dag niet meer naar hun slaapkamer. Zo kreeg ik de tijd om de propere was te sorteren en ordenen en  alles in de kasten van de patiënten te leggen. Alle kamers zijn allemaal precies hetzelfde, slechts sporadisch was er een persoonlijk element op de kamer zichtbaar. Een kaartje. Of een Mariabeeldje. Sommige kasten waren op slot en dan had ik een loper. Patiënten kunnen niet zonder toestemming aan hun eigen spullen. Soms hadden ze die niet eens. Voor hun eigen veiligheid.

Meer dan eens werd ik er op de gang overweldigd door de penetrante walm van doorligwonden, de indringende geur van oude mensen en ontsmettingsalcohol. Soms paniek ook bij de gedachte dat ik hier zelf ooit zou belanden om nooit meer weg te geraken. Het gevoel van nutteloosheid en doelloosheid, van wachten op het einde. Het is als palliatieve zorgen krijgen terwijl je nog twintig jaar te leven hebt. Of meer.

Tijd en boterhammen

Het grootste deel van de tijd bracht ik door in de keuken. Patiënten leven er van maaltijd naar maaltijd. Om half zeven ’s ochtends en om vier uur ’s middags verzamelde ik tien broden, het broodmes, smeermes, boter, confituur, en afhankelijk van de dag ook kaas of charcuterie. Door de week bruin brood, alleen op zondag koekenbrood. Altijd hetzelfde brood van dezelfde bakker. En smeren maar. Nooit sandwichen of pistolets. Ik zorgde voor gesmeerde boterhammen, , met of zonder confituur, dieet of gewoon, met of zonder korsten, in stukjes gesneden of heel gelaten. Ondertussen zette ik 10 liter koffie, dat deed ik ’s ochtends twee keer, ’s middags en ook nog ’s avonds. De avond begint in een PVT al om 16u30. Verder deed ik er de afwas.

Vive la Tourette

Soms mocht één van de goeie patiënten komen helpen. Het was een voorrecht voor wie braaf was, goed kon werken en niet lastig deed. Jill (*) was 84 jaar en leed onder andere het syndroom van Gilles de la Tourette. Ze maakte me vaak aan het lachen maar even vaak stond ik met mijn mond vol tanden, sprakeloos. Als jong en naïef meisje sprak ze me aan met “schuun peird” . Ook wist ze me samen met de andere patiënten te verbazen toen ze allemaal en zonder uitzondering op 21 juli uit volle borst het integrale Belgisch Volkslied woord voor woord meezongen. Ik was getuige van een samenhorigheid en trots voor onze natie zoals ik het nooit eerder en ook nooit meer elders heb gezien. En dat Koning Albert toch niet Boudewijn was. Opnieuw en opnieuw. En opnieuw.

Jill vertelde me tijdens het afwassen sappige verhalen over haar jonge jaren toen ze van bil ging in de struiken met haar favoriete schlagerzanger. Als ze tekeer ging tegen de andere bewoners gebeurde het wel eens dat iemand iets terugriep. Zo stond ze in het deurgat van de keuken toen een patiënte tegen haar siste: “Gij. Gij zijt zot, gij.”

Uitzinnig van woede keerde ze zich naar mij en tierde: “Zot! Zot! Ikke zot!? Ik ben niet zot! Gulder zijt allemaal zot! Iedereen is zot!!! Behalve ik!”

Toen, sindsdien en nu nog, als ik overweldigd word door de miserie van de grote wereld en de worstelingen en strubbelingen in onze eigen kleine wereldjes, vraag ik mij af:

Misschien had ze wel gelijk?

tourette

Advertenties

3 gedachtes over “Vive la Tourette! Hoe zot ben jij?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s