Kind van het universum

Kind van de duivel. Mijn kinderen zijn 8, 6 en 3, en ware engeltjes op aarde, net te jong om al écht bezig te zijn met deze muziek. De hetze over het nummer even geleden ontging me niet maar ik liet het wel aan mij voorbij gaan na het lezen van de tekst. Mijn oudste dochter is er ook niet echt mee bezig dus de wind waaide en het kind van de duivel vloog voorbij en weer ver weg:

Ik ben een kind van de duivel
Mama jij hoeft niet te huilen
Feesten alsof elke dag hier mijn laatste is 
Hoop dat je deze draait op mijn begrafenis

Ik hoef geen speech (speech)
Ik hoef geen bloemen (bloemen)
Gooi drank en drugs over mijn kist (kist)
Alles wat ik wou in het leven was dit
Fack it

Tot zij, mijn dochter van 8, vertelde over “swallalala”. Dat het een youtube-video is die ze zag met een vriendinnetje en waar ze niet naar wou kijken wegens “blote borsten” en “seksen!”. Hola, dacht ik. Swallalalla, waar gaat dit over? En zo trok ik nog eens naar youtube. Ik was onthutst. Kijk maar.  Wat ik zag, zette me weer netjes met mijn voeten terug op de realiteit. Namelijk een niet zo ideale wereld van dubbelzinnige boodschappen die wij vrouwen en onze dochters meekrijgen uit een hardnekkig patrialistische trumpiaanse zwijnerij van tekortgedane mannetjes. Ja, mannetjes! Want dit zijn geen mannen, dit zijn vieze enge mannetjes. Jaja, en de meisjes doen gewillig mee. Hoe zou dat toch gekomen zijn? Jakkes.

Vertel me, ligt het aan mij? Overdrijf ik? Of heb jij dat ook? Dat mijn dochter van 8 hier naar kijkt. Welke boodschap krijgt zij mee? Gelukkig begrijpt ze de tekst niet, want eigenlijk vind ik die (denk ik) nog erger dan de beelden.

Love in a thousand different flavors
I wish that I could taste them all tonight
No, I ain’t got no dinner plans
So you should bring all your friends
I swear that-a-all y’all my type
All you girls in here, if you’re feeling thirsty
Come on take a sip ‘cause you know what I’m servin’, ooh
Shimmy shimmy yay, shimmy yay, shimmy ya (drank)
Swalla-la-la (drank)
Swalla-la-la (swalla-la-la)
Swalla-la-la

Daar op mijn bureaustoel voor het scherm aan de grond genageld door een stomme videoclip, dacht ik ineens terug aan ‘Kind van de duivel’. Misschien moest ik die videoclip dan beter ook maar eens bekijken.  Het begint voor mij als een opstandig jongetje dat pubert, dat grenzen opzoekt, geen grenzen krijgt, en ze uiteindelijk totaal overschrijdt op – qua beeld – shockerende wijze. Een boodschap die ik mijn zoon niet wil meegeven. Zeker niet. Ik begreep ineens de hetze. De niet-hetze, rond de overvloed van swallalala en al die overvloedige aanverwanten, dat begreep ik niet. Het is walgelijk subtiel, dubbelzinnig, overdreven, en ik word oh zo snel flauw en fout en braaf genoemd. Maar stel je voor dat dit je dochter, je zus, je moeder is. Dit is geen boodschap die ik mijn dochters, laat staan mijn zoon, mee wil geven. Absoluut. Zeker. NIET.

Youtube werd hier al enige tijd geleden van de tablet gesmeten. Enkel te bekijken met fysiek ouderlijk toezicht, allemaal samen op mama’s schoot op de pc. Gezellige boel wel! Goeie Youtube tips voor kinderen van 8, 6 en 3 zijn meer dan welkom!

jobasidealewereld kind universum

 

 

Ideaal Eeklo!

Ik ben van Eeklo. Ik week al lang geleden uit naar een andere gemeente, ons huis ligt op minder dan 1 kilometer van de Eeklose grens om bijna precies te zijn. Ik ben er geboren, opgegroeid en gegrond(*). Ik ging er naar school, ik was krapuul van ‘tattenee, ik vond er mijn eerste lief en nog een paar daarna. Het klinkt als een bekentenis die ik probeer goed te praten, maar dat is het verre van. Ik ben niet meer van Eeklo, ook al voel ik mij daar niet weg, ik blijf het min of meer volgen: mijn geboortedorp. Sorry, stad!

Wat een gedoe over Eeklo. De marginalenstad met wie geen enkele gemeente samen wil. De doorrijstad waar niemand stopt. De parkeerproblemen op piekmomenten en de stenen leegte in de daluren, de auto’s als sardientjes geparkeerd op de markt. “Dat dat toch schoon is om naar te kijken als ge op’t terras zit, en goed dat dat riekt. Maak maar dat hij gewassen is, want iedereen in Eeklo zal het weten als gij ne vuilaard zijt en naar uwen auto niet kijkt. Kunde gij u dienen otto wel permitteren feitelijk? Kijkt den dienen daar rijden met zijne ouw kraam. Allee jongne, dat hij hem geen deftigen vélo koopt. Of nen otto. Gelijk iedereen.”

Eeklonaren zijn goed in het spitsvondig voorzien van commentaar op alles en iedereen die daar niet om vraagt, en vooral van die die er om vragen. Die krijgen vele porties extra commentaar. In Eeklo wonen niet alleen marginalen maar ook pseudo-bourgoisie, én alle zelfverklaarde rangen en standen daartussenin. Iedereen is hier welkom, ook al zeggen sommigen van niet.

Eeklo (3)

Weer zo’n gedoe over Eeklo. Over de autovrije markt gedurende de zomer. De ietwat late beslissing om de markt parkeervrij te maken wordt in Eeklo ook onthaald met het nodige commentaar. Gelukkig is geen enkel probleem écht een probleem in Eeklo (als je niet teveel luistert naar de eindeloze stroom aan commentaren en meningen) maar wel een uitdaging, een kans, een opportuniteit. De lege vlakte van de markt werd dinsdagavond gezellig goed gevuld met een hoop iedereen-kent-iedereen voor een particulier initiatief, de open repetitie van de Evil Pony’s.

Eeklo (2)

Mijn zoon danste op de kasseien waar hij anders tussen de auto’s stevig aan mijn hand moet blijven. Mijn dochters genoten van de ondergaande zon. Ze kregen elk een onverantwoorde suikerbom aan Fanta, want hoera, wat waren we blij dat we voor het eerst met alledrie onze kinderen ’s avonds eens zomaar en spontaan naar buiten trokken, zónder wandelwagen en zónder pampers. Feest! Mijn man en ik dronken een exporken en sloegen praatjes met oude en jonge bekenden. Dat het fijn was, die autovrije markt! En we parkeerden zo goed als op de dichtst mogelijke plaats. Ha! Welke parkeerproblemen?

Hieronder: drie blije kindjes en mama die de letter E van Eeklo maakt met de verkeerde hand.

Eeklo leeft! Vive Eeklo!

Eeklo (1)

 

(*) Gronden in Eeklo. Deed ik ‘bekakt’ dan werd ik door ‘marginalen’ met mijn voeten op de grond gezet, deed ik marginaal dan werd ik door zelfverklaarde bourgeoisie met de rug aangekeken tot ik me voelde wegzinken in de grond. En al die mogelijkheden daar tussenin. In Eeklo mag je in de boot zitten en ver weg varen, velen komen uiteindelijk toch weer terug. In Eeklo mag je uit de boot vallen en soms geven ze je nog een duwtje bij, maar vanuit de greppe (de goot – want dat is waar de bootjes in Eeklo varen) geraak je heel snel weer op het rechte pad, al is het maar voor even, en dan kan je steeds weer terecht, in Eeklo.

 

Hoe ik controle hou over mijn smartphonehonger

Ik ben boulimisch wat mijn telefoon betreft. Meerdere malen per dag heb ik smartphone-vreetbuien en vervolgens kots ik de rommel die ik tot mezelf nam weer uit in eindeloze stromen zelfkritiek: ‘wat doe je toch op dat ding’, ‘maak je nuttig’, ‘schaf het af’, ‘koop een noka 3310’, ‘schrijf een post over je afscheid van je telefoon’, ‘stop. er. mee.!’

Maar die discussie? Daar ben ik al zo lang doorheen. Fuck my inner critic. Ik kan en wil mijn smartphone niet missen. Vijf zeer goede redenen waarom niet:

  1. Spotify: Muziek. Altijd en overal mijn complete muziekbibliotheek in mijn ene hand. Zijn er boxen in de buurt met bluetooth of een aux-kabeltje? Daar luister ik. Voornamelijk thuis en in de auto en als ik wandel naar mijn werk. Met muziek herbron ik. Leef ik.
  2. Headspace: Mediteren. Altijd en overal de mogelijkheid om even op adem te komen, tot mezelf te komen. Van mijn dagelijks ochtendritueel tot het wandelen naar mijn werk (ja, soms kan ik niet kiezen tussen Spotify of Headspace, meestal wissel ik af), tot een SOS-sessie van één minuut. Met meditatie kom ik tot rust. Voel ik. Ben ik.
  3. Evernote: Noteren. Ideeën komen niet op het moment dat ik wil dat ze komen. Of als ik er tijd voor heb, noch als ik vraag ‘allee, kom op, nu!’. Nee, hoor, dat doen ze niet. Ideeën hebben een geheel eigen planning die ik niet ken. Als ze komen, dan moet ik ze onmiddellijk kunnen opschrijven, want anders zijn ze weg. Hoewel ik grote fan ben van keurige notitieboekjes en mooie pennen, bij voorkeur a sorti, blijft Evernote mijn beste vriend in nood voor het vangen en vasthouden van mijn ideeën ter verwerking op gepaste tijd. Zoals deze blogpost, bijvoorbeeld.
  4. Google Maps: Ergens geraken! De GPS-functie van mijn telefoon stuurt me op de juiste weg en brengt me weer veilig langs de kortste weg thuis. Yes.
  5. Mijn bankzaken: Betalingen doen via mijn telefoon, wat een uitvinding. Nooit meer openstaande (vergeten) facturen wegens bedolven onder de kindertekeningen op mijn bureau.

Danku. Smartphone, dankjewel. Dankuwel, voor zoveel gemak en vreugd!

Ik wil mijn telefoon niet voor facebook, instagram of twitter, pinterest, linkedIn of mail. Wat een fijne ontdekking! Als ik mijn smartphone gebruik beperk tot de vijf goede redenen hierboven, dan zakt het tijdverlies spectaculair. Ik besluit afscheid te nemen van mijn telefoon en deze apps op de tablet van de kindjes te installeren. Yihaaa!

Ahum.

Botste ik daar toch wel op een portie flinke weerstand, zeker? Diezelfde innerlijke criticus weer. Die sociale media zijn ook wel mijn werk op dit moment. En soms is het toch fijn. En leuk. En ik zou niet iets willen missen (fomo). Aja, en er is ook nog whatsapp, en de privéberichten van facebook, en signal, en gmail, en de weerbericht app die ik elke dag check, de boodschappen-app van de colruyt, en bol.com voor een paar boeken op tijd en stond. En niet te vergeten de wordpress app voor mijn blog!

De oplossing

Ik las  ergens -ik weet niet meer waar- dat we niet de smartphone moeten afschaffen, maar dat we ons gedrag moeten aanpassen, met andere woorden de manier waarop we met onze smartphone omgaan. Het is zoals met de auto. Wie weet nog de tijden dat een gordel niet verplicht was? Ik werd als baby in een rieten mand op de achterbank van de wagen vervoerd, zonder gordel. 35 jaar later bestaat er niet alleen wetgeving maar zelfs een complete commerce aan maxi-cosi’s. Gelukkig maar, dat de auto kwam, dat ik er als baby in kon en dat ik er nu zelf mijn eigen kinderen mee vervoeren kan. Maar het had toch ook enige gedragsregels nodig. Zo zal het ook zijn met die smartphone van mij. Maar in afwachting van wetgeving (och spaar ons!) deel ik graag de tips die mij ongelooflijk helpen in het spectaculair doen stijgen van mijn dagelijkse rust.

Deze tips helpen mij alvast:

  1. Geef je smartphone een vaste plaats, zijn eigen plek. De mijne ligt thuis altijd op te laden in de versterker. Daar blijft hij.
  2. Zet alle geluidssignalen af. Allemaal! Een avondje in de zetel verloopt meteen zoveel rustiger zonder pings en pongs en tuuts en drings en pops. Vraag je huisgenoten om hetzelfde te doen. Geniet. (Of kick af?)
  3. Behalve van bellen en sms’en. Alleen uitzonderingen bevestigen de regel, nietwaar? Geluidssignalen van het ‘gewone’ bellen en sms’en staan nog steeds aan. Dat is namelijk voor de echt belangrijke dingen. Laat dat ook weten aan je familie en vrienden en collega’s. Is het écht belangrijk? Bel mij. Doorgaans kom je toch op mijn voicemail terecht want ik geraak met drie kinderen aan mijn benen niet tijdig bij mijn telefoon.
  4. Zet alle notificaties af. Notificaties? Die rode bolletjes die verschijnen rechtsboven elke app met het aantal dingen die je al zou gemist hebben. Heb je al eens voorgehad dat je facebookapp een rood bolletje kleurt, dat je snel even kijkt, en dat het dan een bericht blijkt te zijn dat je eigenlijk niet interessant vindt? Zet het af. Kijk naar facebook, je mail of whatever, enkel en alleen wanneer jij het zelf wil. Niet wanneer dat rode dwingende bolletje met dat cijfertje erin dat wil.
  5. Reageer op mensen, niet op robots.  Robots ‘denken’ dat het voor jou interessant is, en geven je dan ongewenste notificaties. Zet ze dus af. Behalve als de notificatie van een persoon komt. Bij mij verschijnen alleen nog rode bolletjes bij berichtjes van mensen via whatsapp, messenger en signal. Alleen bolletjes, geen geluidjes.
  6. Kies bewust om even tijd te verdrijven op social media. Zet alle apps die tijd vreten in een apart mapje. Als ik mijn telefoon nu open zie ik op mijn beginscherm enkel de redenen waarom ik mijn smartphone nog heb: Spotify, headspace, google maps, evernote en mijn bankapp. Ah, en de weerbericht app. En bellen en sms’en, maar daarin verschilt dat ding niet met een gewone telefoon. Al de rest zit in mapjes of op een veld ernaast. In het mapje ‘kies bewust’ zitten facebook, instagram, LinkedIN, Pinterest.
  7. Installeer de Moment app. Hou bij hoeveel tijd je per dag besteedt op je telefoon. Val omver. (Ik zat aan 3,5u – iedereen die nu zegt, ‘whaaat?’ daag ik uit. Hou het eens bij en vertel het mij.) Beperk je limiet. (Innerlijke criticus gooide met een bijl en beperkte me naar max. 1u.). Voel je lichter en vrijer! (Hallelujah!)

Infobesitas, een zwaar woord voor mijn honger naar luchtigheid en lichtheid. Na een tweetal maanden van infodieet in plaats van infobesitaties ben ik opgelucht met de lichtheid in hoofd! Hoe doe jij het? Heb jij nog meer tips voor mij en mijn lezers?

Prettige vakantie!

Een karrenvracht aan opgevulde manden (van pasta met alles erop en eraan, tot bier, champagne, fruit, you name it, I saw it) zag ik vandaag sommige leerkrachten naar hun auto slepen. Oh god, dacht ik, dat is voor mij 50 euro maal drie kinderen. Ik heb het nooit eerder gedaan en ik zal het nooit niet doen ook. Ik gun het ze volledig die leerkrachten, maar goh man, stel je voor dat ik naar huis kom vlak voor elk verlof, met een stuk of vijftien a twintig manden… dat is goed voor minimum twee manden per week tot eind augustus. Liefste leerkrachten, ik vraag mij af, hoe blij zijn jullie daarmee? Is het nodig ook? Moet ik overstag gaan voor de groepsdruk en wil u ook van mij een mand met, hm, in mijn geval vermoedelijk koffie, thee en koekjes? Een mama zei dat ze elk jaar een grote pot zelfgemaakte confituur geeft. Oh waauw, zei ik, en ik dacht: dat zou ik ook moeten doen. Willen doen. Maar ik ben niet zo’n homemade selfmade mama. Alhoewel. Toch wel. Op mijn manier! Elk jaar maak ik een foto van onze schoolgaande kinderen, vorig jaar enkel van de meisjes, nu staat ook Bas erbij! En die foto laat ik printen op iets zwaarder papier dan gewoonlijk. Op de achterzijde schrijf ik dan een persoonlijk dankwoord voor de meester en/of juf. De kindjes delen vervolgens zelf exemplaren uit aan wie ze willen. Ze staan erop dat ook de poetsvrouwen van de school er eentje krijgen, en de extra juffen en meesters, de kinderverzorgster, de opvangmoeder, de directie, de juf van zedenleer, en “ook die van godsdienst, mama! Want die is zo lief!” De harten van mijn kinderen zijn zo groot. Wat denkt u, lieve juf en meester, zou dat niet volstaan? Voor eeuwig gebeiteld in het hart en in de herinneringen van onze kinderen, dat klinkt toch al behoorlijk ideaal.

 

prettige vakantie 2017

Juf Sara, de eerste liefde van Bas (na mij dan, uiteraard)

Juf Anda, waar Noor voor altijd een beetje klein mag zijn

Meester Rieno, dat schrijf je zoals Reina maar dan met ‘ei’ in plaats van ‘ie’ en een ‘o’ in plaats van een ‘a’

Dank jullie wel voor jullie goede zorgen en jullie voorbeeld voor onze kinderen.

Geniet van een welverdiende vakantie!

’t Kot alleen!

Mijn man en kinderen vertrokken vrijdag zonder mij op familieweekend. Hij drong aan dat ik zou thuisblijven omdat ik zo moe ben, en nadat ik eerst hevig protesteerde, knikte ik dankbaar dat het goed was. Mijn mogelijkheden naar rust liggen 48 uur lang helemaal open! Het is ondertussen 12 jaar geleden dat ik langer dan één nacht zonder man of zonder kinderen was. Ik lag drie keer meerdere nachten in het ziekenhuis, zonder man, maar mét pasgeboren kind. Twee nachten trok ik naar Parijs, zonder kinderen, maar met man. Eén keer overnachtte ik in Brussel met een vriendin, een paar keer maar overnachtte ik ergens voor het werk. Maar nooit eerder was ik langer dan een nacht gescheiden van mijn dierbaarste schatten. Tot nu.

Hoe overleefde ik 48u met mezelf?

  • Alleen eten

Vrijdagavond at ik alleen. Ik trok naar de afhaal-Indiër en terug thuis dekte ik de tafel, voor mezelf, ik schonk een glas lekkere wijn uit, van een goeie fles, ik legde muziek op én ik stak een kaarsje aan. Na een drukke vrijdag genoot ik van deze heerlijke diner met mezelf. Weinig afwas ook, zo voor één persoon. Snel kroop ik nog even in de zetel, even maar want…

  • Vroeg slapen

… ik had niet alleen het kot alleen, maar ook het bed alleen! Hoe zalig was dat! Ik rolde van de ene naar de andere kant en weer terug. Ik lag schuin. Ik sliep met de gordijnen open en er waren geen kindjes die me wakker maakten. Tien uren heb ik geslapen! Tien! Hallelujah!

  • Doen zoals anders

Zaterdag deed ik zoals anders, maar dan gedeeltelijk trager en gedeeltelijk sneller. Het ochtendritueel in de badkamer ging trager, maar gezien het alleen om mezelf ging was ik toch vroeger dan anders beneden, ontbijten ging trager, keuken opruimen sneller, soldekes halen ging véél trager want ik kon op mijn gemak kijken en kiezen voor onze kinderen zonder dat ze aan mijn benen ‘mama ik wil dit!’ en ‘mama ik wil dat!’ concerten geven, boodschappen doen ging veel sneller om diezelfde reden. Dankbaar ook voor het korte bezoek aan een vriendin waar ik een karrevracht mooi en degelijk speelgoed mocht ophalen voor onze kinderen, wat zullen ze blij zijn als ze morgen thuiskomen! ’s Avonds alleen eten vond ik nu minder zalig dan gisteren, dus dat ging sneller. Naar een film kijken ’s avonds ging trager: ik keek niet naar één maar twéé films. Ik had ook het ‘baksken’ voor mij alleen en koos chic-flics just for me, myself and I.

  • Aftellen

Confronterend wel, die tijd alleen. Ik miste mijn man in ons bed en het geluid van onze kinderen in ons huis. Nu tel ik af naar hun thuiskomst. Het speelgoed staat klaar in de speelhoek en de vondsten van de solden liggen klaar als verrassing op hun bedjes, straks maak ik verse frietjes en vol-au-vent. De laatste opruimsessie van de meisjeskamer boven bezorgde me terug lichte koorts en mijn lichaam schreeuwt om rust.

Oké, lief lijf, ik rust. Omdat ik écht rusten toch zo moeilijk vind, schrijf ik een blogpost. Dan voel ik me nuttig, geen luilak, maar productief, geen lamzak. Mijn lichaam voelt dan zeer gelukkig, terwijl ik in de zetel zit en geniet van het gevoel en het geluid van mijn vingers die over de toetsen dansen. Ze zijn bijna thuis!

jobasidealewereld

Nog eens over moe, moet en moed

Voortdoen, niet neuten, ’t is niet erg, ’t gaat wel gaan. Nog efkes, bijna naar huis, bijna weekend, bijna vakantie. Moe kom ik thuis, leeg loop ik in het weekend en verlangen blijf ik naar die vakantie, maar ik blijk het niet halen. Ik leg me neer, ik rust, en dan gaat het beter, even, want vervolgens opstaan en in actie treden, maakt me weer duizelig.

Met mijn moeheid in mijn lijf en mijn moed in mijn schoenen moet ik naar de dokter. Uitgebreid bloedonderzoek wijst op mycoplasma en sluimerende klierkoorts, de combinatie van de twee is een rationele verklaring van wat ik ondertussen alweer weken, maanden voel: moe, zo zo moe.

‘Dat maakt u kapot’, zei de dokter.

Ik voelde me dankbaar voor de erkenning, dat het blijkbaar wel normaal is dat ik me zo vreselijk ellendig voel, dat ik geen aansteller of een plantrekker ben. Mijn hoofd denkt die bekritiserende gedachten. Mijn lichaam voelt iets anders en vecht en maakt koorts zodat ik eindelijk zou luisteren, en eindelijk zou geven wat het nodig heeft: liefde, rust en warmte. Maar zelfs dan klinkt de stem in mijn hoofd luid door. Van moe zijn, ben je niet ziek. En wie niet ziek is, moet werken! Mijn lichaam denkt er even anders over. Waar arbeid vroeger vrij maakte, voel ik me gevangen door het geldsysteem dat er tegenover staat. Vooral door de wanverhouding en het spanningsveld, van wat je geeft en wat je krijgt. Niet zozeer van mezelf ten opzichte van de werkgever, want die heeft evenzeer te lijden. Het gaat hem om een belastingske daar, een opslagske ginder (niet van mijn loon, helaas), vijftig euro hier geven, en nog eens vijftig erbij daar geven. En zo geraakt het op. Er is geen geld om uit te rusten, geen tijd om beter te worden. Met moed vind ik de oplossingen die nodig zijn.

‘Dat maakt je heel’, las ik ergens.

Te beginnen met mijn lichaam laten rusten en het goed verzorgen.