Drie vragen om met een fijn gevoel terug te blikken

Ik merkte de afgelopen weken dat ik nogal negatief terugkeek op het voorbije jaar. Dat dat rotjaar maar snel voorbij mag zijn. Maar niks is ooit alleen maar negatief, of donker of zwart. Dat is het maar omdat er altijd ook een andere kant is: positief, en licht en wit. Drie eenvoudige maar bijzonder interessante vragen kwamen op mijn pad om het afgelopen jaar ook van een andere kant te bekijken. Conclusie: ja, het glas was halfleeg, én het was ook halfvol!

1. Wat heb je het afgelopen jaar verwezenlijkt waar je het meest trots op bent?

In juni ben ik afgestudeerd als kindertolk. Daar ben ik heel erg trots op. Als kindertolk werk ik met ouders en heel veel wat ik graag doe komt erin samen: schrijven, spiegelen, inspireren, tot inzicht brengen en het verbeteren van de relatie tussen ouder en kind. Ik maakte ook grotendeels zelf mijn eigen website, die ik door mijn ziekteperiode nog niet kon lanceren. Maar ze is er wel! En ook daar ben ik heel trots op. Tot slot diende ik ook mijn eerste boek in, als ghostwriter. Het verschijnt eind februari, begin maart ’19.

2. Welke fout heb je het afgelopen jaar gemaakt en welke les heb je eruit geleerd?

Op een bepaald moment dit jaar ben ik vergeten om voor mezelf te zorgen. Ik dacht nochtans dat ik dat deed. Maar achteraf gezien heb ik alles en iedereen hoger op de prioriteiten- en to-do-lijst gezet dan mijn eigen noden en behoeften. Dat kan even, maar een elastiek is ook maar zo sterk tot hij springt. Als het stretchen té lang duurt, dan heeft dat grote consequenties. De les die ik leerde is dus om onvoorwaardelijk eerst te zorgen voor mezelf en mijn gezondheid. Het is mijn hoogste prioriteit voor 2019: gezond worden en weer bruisen van energie!

3. Wat wil je nu graag loslaten?

Dat stemmetje in mijn hoofd dat als een kapotte grammofoonplaat eindeloos ‘moeten moeten moeten’ zingt. Haal de moet eruit, hou de moed erin is niet voor niets de baseline van mijn blog. Tijd voor wat ik werkelijk wil en écht nodig heb. Dus nee, ik ‘moet’ niet zo snel mogelijk weer gaan werken, ik wil wél snel beter, gezond en sterk worden.

Het voelt stukken beter om op deze manier terug te blikken en ook weer vooruit te kijken naar het jaar dat komt.

Razend benieuwd ook naar hoe jij deze vragen zou beantwoorden!

Ik wens jullie allen een goede gezondheid toe in 2019!

Ik werd geïnspireerd voor deze blogpost door Marie Forleo:

Advertenties

Verlenging

‘Hoe is’t?’, een eenvoudige vraag, gemakkelijk gesteld, vaak ook onbewust voorwaardelijk. Want wil een mens wel werkelijk weten hoe het echt met de ander is? Bleek en vermoeid weiger ik ‘goed’ te antwoorden wanneer dat zo niet is. Maar ik merk de ongemakkelijkheid bij de ander als ik zeg: ‘niet goed’. Ik voel een plotse angst opduiken bij die ander, dat ik mijn miserie bij hem of haar zou afgeven, en dat die er dan mee zit opgescheept. Ach, was het maar zo simpel. Dus ik hou het meestal op varianten: ‘Vandaag? Goed!’ of ‘Niet goed, maar ik praat er liever niet over.’ Die laatste is een vrijgeleide voor de andere om te reageren met waarheden als koeien: alles komt goed, na regen komt zonneschijn, lalala.

Al een aantal weken kreeg ik de melding van mijn blogaccount dat ik mijn domein diende te verlengen. Anders zou deze blog verdwijnen. Ik twijfelde en twijfelde. Iemand zegt: als je twijfelt, beslis dan niet. Iemand anders zegt: als je twijfelt, kies dan voor datgene waar je meest weerstand voor voelt. Nog meer twijfel. Ik heb helemaal niet zoveel geschreven dit jaar. Zal ik meer schrijven in 2019? Misschien wel. Misschien niet. Vandaag gaat het goed. Dus ik besloot op het laatste nippertje om mijn blogdomein met nog een jaar te verlengen. Vandaag voelt als een écht goede dag!

Steek je verdriet in een pot

Wanneer mensen me aan de kassa, bij de kapper of na een toevallige ontmoeting met een collega prettige feesten toewensen, dan krimpt mijn maag flink samen. Ik heb dit jaar geen zin in hoera en gezellig samenzijn. Als er een gat geslagen is in je hart, is het een bijna onmogelijke uitdaging om dat gat terug op te vullen. En toch kan het. Er is zoveel om dankbaar voor te zijn. Gezonde en gelukkige kinderen, een warm huis en een warme douche, het feit dat ik hier geboren ben en niet in pakweg Aleppo. Het lijstje wordt makkelijk langer. En toch. En toch. Het gat dat geslagen werd, wil toch ook erkend worden, niet weggemoffeld of weggelachen worden. Ik stak daarom mijn verdriet (en al mijn andere niet-blije emoties) in een pot. Geen doofpot, maar een kijk-dit-is-er-óók-pot. Of ik de moed heb om de pot op kerstavond ook óp de tafel te zetten in plaats van eronder, weet ik nog niet. Het lijkt aangenamer voor mezelf en voor iedereen om de pot te negeren. Maar eigenlijk wordt die pot dan alleen maar groter. Merkwaardig hoe iets groeit als je het negeert. En hoe fijn is dat, voor mezelf en iedereen? Dus er is geen andere optie dan de pot mee te nemen, een plek te geven en te hopen op iemand die een mopje maakt, zo droog en flauw, dat ik kan huilen van het lachen de hele avond lang.

Fijne feesten, ik wens je veel moed om niks te moeten.

Een belangeloze aanrader: dit is toch echt een hele mooie instagrammer om te volgen: Eva Mouton en dan vooral deze post waarop deze blogpost geïnspireerd is.

Als de wereld kleiner wordt

Die keer dat ik niet meer kon autorijden.

14 september 2018

Ik heb afgesproken met een goede vriendin voor een lunch. We wonen ver van elkaar en we besloten elkaar halverwege te ontmoeten. De hele week al keek ik uit naar dit moment voor mezelf waarvan ik wist dat ik er ongelooflijk van zou genieten. Me-time, vriendinnentijd, opladen. Het zou zo’n deugd doen om bij te praten en niet zelf te moeten bezig zijn met koken en dienen. Gewoon bestellen, bediend worden, genieten. Ik was op dat moment aan het herstellen van een ziekenhuisopname en wilde niet teveel hooi ineens op mijn vork nemen. Ik had er zin in om haar te zien, de zon scheen, de kinderen alledrie gezond naar school, kortom alle voorwaarden waren voldaan om er een heerlijke namiddag van te maken. En van rusten en genieten, kan je sneller genezen en herstellen.

Maar het ging niet. Het ging echt niet. De hele ochtend liep ik te zoeken naar een mogelijkheid om er te geraken, maar ik liep éigenlijk weg van mijn gevoel en van mijn lichaam die me al dagenlang probeerden te zeggen: ik geraak er niet. Het lukt niet. Ik bel mijn vriendin op. Ze neemt op en ik begin te huilen. Het voelt alsof ik nooit meer ga kunnen stoppen. ‘Het gaat niet, ik kan niet… ‘, snik ik, ‘het lukt me niet om te rijden, het spijt me zo…’ waarop zij antwoordt met wat ik in mijn stoutste dromen niet had kunnen dromen: ‘ik kom naar jou!’. Nog meer tranen. Ze komt. Dat houdt me recht. Terwijl ik op haar wacht en uitsnotter, check ik gedachteloos mijn mail. Mijn baas stuurde me een to-do-lijst voor de rest van de maand en daarbij de vraag om duidelijkheid te geven over wanneer ik terugkom uit ziekteverlof. Nog meer gehuil. Op dat moment belt de buurman aan met de vraag om iets te lenen. Maar hij ziet mijn weggeveegde wanhopig weggeduwde tranen, en dat is genoeg opnieuw in huilen uit te barsten. Er volgt een stroom tranen die nooit meer lijkt op te houden. Ik kan niet meer. Ik besefte die dag: ik heb tijd en rust nodig. Het voelt als falen. Sterke Joba is gebroken.

Die keer dat ik naar het ziekenhuis moest

Eén maand eerder kon ik ook al niet meer autorijden.  Ik liep al weken met een zere keel en een vreemde hoest. Onze zoon werd 4 en dat werd gevierd met veel te veel familiefeestjes. Ik negeerde mijn fysieke en vooral mijn emotionele grenzen compleet. Ik overschreed ze radicaal. In naam van ‘de rust’. Tais toi en soi belle, dacht ik. In de buitenwereld lijkt Joba zo sterk. In mijn binnenste schreeuwde ik van woede en verdriet. Mijn keel deed inmiddels zoveel pijn dat mijn inmiddels jarenlange ‘koorts van onbekende oorsprong’ onvermijdelijk begon te stijgen. Ik spendeerde de hele zondag in mijn bed met 39 graden koorts. Ik droomde van een kuuroord waar ik mocht verblijven, waar ik verzorgd werd, waar ik bediend werd, waar de zon scheen, waar rust is. ‘Ik moet uitzieken en morgen genezen zijn, want morgen moet ik gaan werken.‘ Dat dacht ik.

De volgende dag word ik wakker en ik besef dat er van werken geen sprake is. Ik voel me te ziek om zelf naar de huisarts te rijden. Ik vraag aan mijn man om mij te voeren omdat ik het zelf niet meer kan. Het gaat niet meer, ik huil om deze ellende. Ik merk dat ik op een rare manier spreek. Mijn keel is zo gezwollen dat ik moeilijk kan praten, en al helemaal niet meer kan slikken. De huisarts wijst me meteen op de feiten: ‘Joba, ik heb je nog nooit zo ziek gezien. Ik denk dat we je beter laten opnemen.’ Ik huil, ik heb geen weerstand meer, ik weet dat een opname nu echt nodig is. Een vreemde droom die uitkomt ook: ik verblijf een week in het mooiste ziekenhuis van Vlaanderen. Het is er gloednieuw, proper, muisstil, met een inloopdouche, drie maaltijden per dag aan bed, geen rommel om op te ruimen, alleen maar ik en de rust en een fantastisch goed bed en het zonlicht op de ramen. Ik krijg mijn medicatie en pijnstilling intraveneus. De eerste dagen lijkt het alleen maar erger te worden, en de gezwollen klier wordt net geen abces. Op zaterdag kon ik weer slikken en besloot ik naar huis te gaan, omdat ik mijn kinderen zo hard miste.

Proberen genezen

Het is evident, dat ik te vroeg naar huis gekomen ben. Een moederhart zet steeds haar kinderen eerst. Ik kwam thuis nog steeds met keelpijn, die gelukkig veel verminderd was, maar ik breng ook bronchitis en sinusitis mee. De infectie is gezakt van mijn keel naar mijn longen. Ik hoest me te pletter. Na enkele dagen merk ik ook oorsuizen op aan mijn linkeroor. Ik word er helemaal gek van. De hoofdpijn is verschrikkelijk. Ik kom de dag door op neurofen, dafalgan en ontstekingsremmers. Ik probeer zo goed en zo kwaad als het gaat te rusten. We hebben drie schatten van kinderen maar nooit eerder snakte ik zo naar 1 september als dit jaar. Ik voel me schuldig dat ik dat denk: mijn kinderen zijn nu klein, het is nu dat ze me nodig hebben. Maar het gaat niet. De tijd vliegt voorbij. Ik heb het gevoel dat ik faal ten opzichte van iedereen: mijn man, mijn kinderen, mijn werk, mijn familie, mijn vriendinnen, en niet in het minst: mezelf. Iedere wens en iedere verwachting waar ik niet kan aan voldoen, doet me pijn in het diepste van mijn hart: ik doe mijn kinderen en mijn man tekort, ik laat mijn baas in de steek, ik denk niet meer aan mijn familie en mijn vriendinnen, en ik geef mezelf alleen nog maar op mijn kop. Het is door te schrijven, door deze tekst te schrijven dat ik me bewust word dat ik dit laatste zélf doe. En vooral: hoe onnodig. Stop, Joba, stop. Ik ben ziek, maar ik geef er niet aan toe. Ik wil genezen en maak een plan. Problemen moet je aanpakken bij de oorzaak, dat zeg ik zo vaak. En dat is wat mij te doen staat. Ik ga zoeken naar de oorzaak en vervolgens naar de oplossing. Koortsachtig ga ik aan de slag. Wat heeft mij hier gebracht? Hoe is het zover kunnen komen?

De oorzaak

De neus-keel-oor specialist vroeg me deze zomer naar de oorzaak van mijn uit de kluiten gewassen angine. Vermoeidheid door de vele warme zomernachten? Misschien. Zorgen en familiale problemen? Dat zeker. Ik ga met hem in gesprek van mens tot mens, in plaats van patiënt-arts. Door gelijkaardige omstandigheden voel ik me door hem begrepen en dat blijkt voor mijn keel een belangrijke factor om te verbeteren. Hij adviseert me om me te focussen op mezelf en mijn gezondheid. Het verwijderen van mijn amandelen is te overwegen waard, zegt hij, maar er zijn geen garanties als de oorzaak niet wordt aangepakt. Met andere woorden, zijn het wel mijn amandelen die het probleem zijn? ‘Bovendien’, zegt hij, ‘moeders worden vaak pas ziek als hun jongste kind 4 jaar geworden is’. Pardon, wat zegt u? Hij herhaalt dat moeders precies niet ziek mógen worden, tot hun jongste kind hen niet meer zo intens nodig heeft.  Dus als het jongste kind 4 geworden is, dan vraagt het lichaam dat de rekening betaald wordt. Ik kan me er wel iets bij voorstellen, en tegelijk denk ik: en wat moet ik daar nu mee? Ik voel me verschrikkelijk, ik wil weer blaken van gezondheid en energie! Mijn kinderen van 9, 7 en 4 hebben mij nog steeds nodig! Mijn gedachten protesteren en interpreteren deze stelling als volgt: is de oorzaak mijn derde kind? Eigen schuld, dikke bult? Dat kan toch helemaal niet?

Als ik rustiger word, en vervolgens terugdenk, zie ik wel een aantal situaties die een enorme impact op mij hebben gehad sinds mijn jongste kind. Maar daar heeft hijzelf helemaal niks mee te maken. Tijdens mijn zwangerschap kreeg mijn moeder kanker. Had ik ernstig bloedverlies na mijn bevalling. Kon ik mijn baby niet volledig borstvoeding geven. Voelde ik me gefaald als moeder. Werd ik weggeschoven op mijn werk. Vond ik ander werk. Van voltijds verderop naar halftijds bij de deur. Van goedbetaald naar net wel/net niet rondkomen. Worstelde ik met gezondheidsproblemen van mezelf (die koorts), mijn kinderen (de gewone dingen, niks ernstigs maar wel monsterlijk vermoeiend, dat is evident), mijn moeder (inmiddels bijna genezen verklaard!), mijn man (evenveel ziektebriefjes op zes maand als in de tien jaar die daaraan vooraf gingen), en tot slot familiale problemen in het voorjaar. Als ik het nu zo lees, was het veel, heel veel.

Maar… wat héb ik eigenlijk?

De angine-sinusitis is inmiddels onder controle, maar de bronchitis-tinnitus is nog steeds niet beter. Vandaag ben ik nog steeds niet klachtenvrij. Daarnaast is er ook die koorts van onbekende oorsprong. Sinds 2016 ervaar ik verschillende keren per dag dat mijn lichaamstemperatuur stijgt. Mijn normale temperatuur is 36,7 en stijgt dagelijks naar 37,8.  Het putte me zo erg uit dat ik op een bepaald moment huilend bij de huisarts stond: wat heb ik nu toch!? In juni 2017 belandde ik bij een longarts die op basis van mijn bloedanalyse vaststelde dat ik mycoplasma doormaakte. Een beetje rust in de zomervakantie zou me deugd doen, zei de specialist. Sprakeloos was ik. Met jonge kinderen is ‘vakantie’ een zeer relatief begrip als het doel uitrusten is. Maar oké, de zomerzon deed zoals altijd deugd en ik slaagde erin om ook de herfst door te komen. Ik blijf echter moe en ik ben ten einde raad. Via een collega kom ik bij een natuurarts terecht en zij schrijft me ravintsara voor. Dat is een etherische olie waarvan ik elke ochtend enkele druppels oraal inneem. Ik was zo wanhopig dat ik tot alles in staat was. Toeval of niet, ik voelde me een tijdlang weer helemaal de oude. Na de winter en in het voorjaar van 2018 sleep ik mezelf en mijn man door loodzware maanden heen. Ik voelde niet meer hoe erg mijn lichamelijke en emotionele grenzen overschreden werden. Na mijn ziekenhuisopname vertelt mijn huisarts me dat mycoplasma chronische vermoeidheid indiceert. Ik voel weerstand bij dit etiket. Ik heb drie kinderen, een man, een job, familie en vrienden, een never-ending-verbouwing. Ja, natuurlijk ben ik chronisch vermoeid, dat is toch evident! Ik zoek verder op het internet en tot mijn ontsteltenis lijk ik al die ziekten wel te hebben: CVS, fibromyalgie, maar vooral ook vage ziekten als lekkende darm syndroom en bijnieruitputting. En elke internet-test over burn-out is positief. Toch voelt het allemaal niet juist. Voor de koorts werd ik doorverwezen naar het UZ in Gent bij de dienst infectieziekten. Ik hoop op een diagnose waarvoor een pilletje bestaat en dat me weer de oude maakt. Maar de huisarts zette me met mijn voeten terug op de grond en zei de weinig hoopgevende woorden: ‘Bereid je erop voor dat ze niks gaan vinden.’ Wat daar al vastgesteld werd: dat ik bronchiolitis doormaakte in plaats van bronchitis, wat een groot verschil is én dat ik een allergie heb voor huisdieren en huisstofmijt.  Op basis van mijn verhaal en mijn symptomen wordt ook gedacht aan een stofje ‘interleukinen 8‘ die mijn hypofyse afgeeft omdat die als het ware denkt dat mijn lichaam ontsteekt en waardoor ik dus koorts krijg. Een alternatieve antibioticakuur werd opgestart en dat wordt nu verder opgevolgd. Een duidelijke diagnose, laat staan een bijbehorend pilletje, is er niet. In de afgelopen jaren heeft mijn huisarts vaak gezegd dat ik ‘gesurmenageerd’ was. Internetonderzoek leert me dat ‘surmenage‘ betekent dat ik zweef tussen overspannenheid en burn-out. Ook vertelt hij me dat er wellicht geen enkel labeltje perfect zal plakken op wat het is dat ik heb. En moet dat ook wel? What’s in a name? We categoriseren zo graag om mensen vervolgens weg te zetten. Het zou zo fijn zijn om te kunnen zeggen: “’t is een burn-out! ’t is de schuld van mijn werkgever!”. Maar zo is het niet. De waarheid is dat het is wat het is: het is veel te veel geweest om te dragen, en ik heb tijd nodig om te herstellen, fysiek én emotioneel.

Op weg naar een gezond en gelukkig leven

Elk nieuwjaar komen we aan de kant van mijn moeder samen met alle tantes, nonkels, neven en nichten en mijn grootmoeder van nu al bijna 96 winters. Ze woont nog steeds thuis, in haar eigen huis. Elk jaar opnieuw wensen we elkaar allemaal een goede gezondheid toe, want van die gezondheid hangt alles vanaf. Het lijkt een standaardzinnetje dat wordt afgerammeld, zeker omdat we met zovelen zijn. Maar dat is het werkelijk niet. Iedereen die geconfronteerd wordt met grote en kleine gezondheidskwalen beseft heel goed de diepe waarheid van het belang van een goede gezondheid. Van fysiek sterk zijn. En ook emotioneel gezond zijn. Geluk te kunnen vinden en ervaren. De vraag die ik me stel: wat maakt dat een leven gezond én gelukkig is? Je kan ziek zijn en toch gelukkig zijn, je kan gezond zijn en toch ongelukkig zijn, en uiteraard ook ziek én ongelukkig.

Toen ik als 18-jarige studiekeuze moest maken, koos ik voor sociaal werk. Velen kozen het om ‘mensen te helpen’, wat ik ook wel wou. Maar meer specifiek ging het er bij mij over dat ik de wereld wou verbeteren. En dan bedoel ik dat ik echt, zoals veel jongvolwassenen vol dromen en idealen, naïef geloofde dat me dat zou lukken. Nog eens 18 jaar later sta ik opnieuw voor een keuze: voortdoen zoals ik bezig was, of resoluut kiezen voor een gezond en gelukkig leven? Ik kies het tweede. Ik kan niet anders meer. Pas als ik mijn eigen wereld verbeter, kan ik bijdragen om ook de rest van de wereld misschien een klein beetje te veranderen. Ik begin bij mezelf, waar anders? Mijn wereld is nu wel heel klein geworden. Ik werk voorlopig niet. Nochtans ‘werk’ ik hard aan mijn herstel. Alleen gaat dat niet onder druk. Ik kan niet meer versnellen. Herstellen en genezen kan ik niet sneller doen dan het gaat. Mezelf fysiek en emotioneel op een goede manier voeden. Elke dag probeer ik de moed uit mijn schoenen te halen. Mijn wereld is vaak donker en koud. Als het goed gaat, glimlach ik en beantwoord ik de vraag ‘hoe is’t’ steevast met ‘goed!’ ook al is het niet waar. Als het niet goed gaat, kom ik eenvoudigweg de deur niet uit. Elke dag probeer ik de zon en andere lichtpunten te zien. En die zijn er, elke dag opnieuw. Mijn tranen vallen op de lege bodem van mijn hart en mijn ziel. Op een dag zal dit vruchtbaar werk blijken te zijn. Een klein groen sprietje zal langzaam groeien. Misschien wordt het een bloemetje, misschien een bloemenveld. Langzaamaan zal de wereld weer een beetje groter worden.

Posten of niet posten.

Nu deze tekst klaar is om misschien online te zetten, twijfel ik. Wat gaan de mensen denken? Wat gaat de ziekenbond denken? Wat gaat mijn werkgever denken? Wat gaat mijn familie en schoonfamilie denken? Het is mijn waarheid. Ik deel ze omdat het soms te veel geworden is om allemaal te vertellen. En hierboven staat uiteraard ook niet alles, omdat het teveel is, te persoonlijk, of omdat het kruist met de waarheden van anderen. Het voelt vreselijk kwetsbaar om dit te delen. Het voor mezelf houden, is alsof ik weer moet slikken en niet mag spreken. Het is mijn waarheid en mijn verhaal en hier op mijn blog heeft het volledig bestaansrecht. Het mag er gewoon helemaal zijn.

 

Nieuwjaarsvoornemens in juli

Het is de gewoonte om met nieuwjaar het voorbije jaar te overschouwen en enkele goede voornemens te formuleren. Meestal zijn mijn voornemens een variant op: minder eten, meer bewegen, minder smartphone, meer kwali-tijd met mijn gezin én meer bloggen. Vervolgens, misschien herken je dit, zijn die voornemens halverwege januari (februari als ik echt volhardend ben) alweer gesneuveld. Wegens de lat te hoog, de doelen te onrealistisch, en de bewoordingen te streng geformuleerd.

Deze maand was ik jarig, 36 zomers inmiddels! Ik ben dankbaar voor elke verjaardag die ik vieren mag. De ochtend dat ik jarig was, bleef ik verplicht in bed terwijl man en kinderen mijn verjaardagsontbijt voorbereidden. Lucky lucky me! Wat ik vervolgens deed, was niet anders dan elke andere ochtend: ik schreef mijn ochtendpagina’s in mijn notitieschrift. Hoe vreemd was het, toen ik vaststelde dat mijn hand het afgelopen jaar beschouwde. Het jaaroverzicht van mijn 35ste verscheen op papier.

Achterom kijken

35 was het jaar dat ik de opleiding tot kindertolk startte en afmaakte met grote vreugde en verwondering, mijn eerste boek schreef (als ghost-writer) en veel minder (bijna niet eigenlijk) blogde dan de vorige jaren. Ook privé werd ik flink uitgedaagd en beleefde ik vele hoge ups maar minstens zoveel donkerdiepe dalen. Het is de rode draad doorheen het afgelopen jaar. Zweven hoog in de lucht en keihard zinken tot de bodem, en weer terug. Een emotionele rollercoaster, dat is het leven soms. Meerdere malen en op allerlei vlakken werden grote blokkades opengebroken of opgeworpen, bedoeld om ook weer af te breken. Ik zou mijn 35ste jaar graag samenvatten voor jou in één woord maar dat woord is ongrijpbaar. Of misschien was het gewoon te veel voor één woord. Ik zoek een woord voor: boeiend, confronterend, heftig, intens, hard, zwaar, opluchtend, mooi.

En nu vooruit!

36 wordt het jaar waarin alles weer in balans mag komen. Wat minder rollercoaster-gevoel. Alhoewel, is dat niet de definitie van het leven? Ik start mijn praktijk als kindertolk & coach en ik ga trainingen geven over het boek. Over dit alles volgt later nog meer info en nieuws. O ja, uiteraard wordt dit óók het jaar van minder eten (één-bord-dieet), meer bewegen (zwemmen? yoga?), minder smartphone (check dat: ik practice wat ik preach tijdens mijn voordrachten over sociale media – moet ik dringend ook eens over bloggen), en meer kwali-tijd met mijn gezin (alhoewel, dat zit inmiddels echt wel goed). En hopelijk ook weer tijd om te schrijven op mijn blog.

Tot later!

Rebelse meisjes

Vandaag is het vrouwendag. De uitstekende gelegenheid om een zeer bijzonder boek aan te prijzen. ‘Bedtijdverhalen voor Rebelse meisjes’. (*)

Bij ons is het de gewoonte dat ik ’s avonds een verhaal voorlees voor de kindjes. Eerst voor onze zoon Bas van 3,5 jaar, daarna voor de dochters van 9 en bijna 7. Ooit las 1-minuut-sprookjes voor. Omdat ik vond dat ik dat ‘moest’ doen, maar eigenlijk geen zin in had. Omdat ik verlangde naar ploffen in de zetel en wat tijd met mijn man. Het was écht verschrikkelijk hoe je een verhaal kunt ontdoen van alle lagen: ‘Er was eens een prinses, haar stiefmoeder was boos, ze vluchtte naar de zeven dwergen, ze at van de appel, ze ging dood, toen kwam een prins die haar kuste, en ze leefde nog lang en gelukkig.

Het kon echt niet meer zijn, met die belachelijk korte verhaaltjes, ontdaan van alle essentie. De sprookjesbundels van Thé Tjong Khing kwamen in de plaats: 6 à 8 pagina’s per sprookje! Na meer dan vier jaar zijn de boeken van deze schrijver nog steeds de favorieten van onze dochters. Maar ondanks de gelaagdheid en de engheid van die verhalen, het blijven verhalen die oud zijn. Over prinsen en prinsessen, en weinig inspirerend en toepasbaar voor hun eigen leven. Ik wens mijn dochters geen passief prinsessenleven toe.

Tot ik dus online ‘Bedtijdverhalen voor Rebelse meisjes’ tegen kwam. Ik heb lang getwijfeld om het te kopen want het was nog niet verkrijgbaar in de boekhandel. Ik kon het toen nog niet vastgrijpen en erin bladeren en objectief vaststellen dat het de moeite zou zijn om dit kopen. Dus het was toch wat een risico om dit te kopen, want ik kende niemand die het ook had gekocht. Maar nu ken jij mij en ik zeg jou: Maar mensen, wat een AANRADER!

Moderne sprookjes over échte meisjes en vrouwen, van over de hele wereld en over allerlei thema’s en sectoren. Het verhaal van Astrid Lindgren, Maya Angelou, maar ook over Coco Chanel, en Malala Yousafzaï. Dat laatste las ik gisterenavond voor. De monden van onze dochters vielen open van verbazing: mocht Malala niet naar school!? Omdat ze een méisje is? Overleefde ze een kogel in haar hoofd? En ze won al een Nobelprijs! We lazen ook het verhaal over Brenda Chapman. Zij is een tekenares die overal geweigerd werd, maar bleef doorzetten. Uiteindelijk maakte ze de film ‘Brave’. Dat is dé lievelingsfilm van onze tweede dochter Noor. En Noor houdt ongelooflijk veel van tekenen. Dat was zo fijn om te lezen en te ontdekken!

Maar liefst 100 verhalen over bijzondere meisjes en vrouwen. Vlot geschreven en bij elk verhaal geef ik mijn dochters de onderliggende inspirerende boodschap mee: als je ervan kan dromen dat je het doet, dan kan je het! Mijn dochters hoeven geen nobelprijs te winnen en ook niet zelf ooit in zo’n boek te verschijnen. Maar wat ik wel graag voor ze wil is dat ze hun dromen achterna gaan.

Oké, eerlijk is eerlijk: soms hebben de verhalen wat teveel 1-minuut-gehalte. De kritische lezer zou daarover kunnen vallen. Maar deze verhalen zijn zo verfrissend. De passieve prinsessen die dromen van een prins, daar heb ik het wel even mee gehad. En bovendien, dan lezen we er gewoon 5 op een avond. Het mooiste is hoe mijn dochters elke avond in koor vragen om deze verhalen. ‘Toe mama, nog één! Toe, toe, toe, nog ééntje!’

Aan alle ouders met dochters: koop dit boek!

Rebelse meisjes

(*) Ik krijg geen geld voor het aanprijzen van boeken. Dit boek is gewoon zo fantastisch en een écht “moet-je-hebben” voor in je bibliotheek. Dat is de enige reden waarom ik er hier over schrijf. En omdat het boek meehelpt om meisjes te doen dromen én die dromen waar te maken. Zo realiseren ze voor zichzelf hun ideale wereld.

Invidia (nijd – jaloezie – afgunst) #ouderzonden

Wat zou je direct overnemen van een andere ouder mocht je kunnen?

Whoa, open en eerlijk moet ik zijn! Want dat is best wel veel…

  • Energie hebben voor duizend man.
  • Een bakprinses zijn in de keuken, én het nog graag doen.
  • De kennis, ervaring en goesting om zelf een huis te verbouwen.
  • Tijd over hebben om te genieten van een sportclub.
  • De kracht om van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat te blijven gaan.

Zo van die vrouwen die alles hebben en alles kunnen. Een goedbetaalde topjob, een auto van het werk, en de ballen aan mijn lijf om thuis ook nog eens huishouden met drie kinderen én verbouwingen te realiseren én verjaardagsfeestjes én zelfgemaakte taarten bakken. Soms zijn er van die dagen dat ik denk: het zou toch handig zijn als ik zo’n supermoeder was. Of zo’n supermoeder ook de max is voor haar partner, dat weet ik niet. Ge kunt toch niet ALLES fantastisch doen? Of wel? Zo ja, dan neem ik dat graag over.

Maar nee dus. Ik sukkel nog met de naweeën van tijdelijk langdurige moeheid, ik ben geen keukenprinses, een handige harriëtte ook al niet. Sportief dan? Totaaaaal niet. Blijven gaan? Ook niet. Mijn bed ziet mij veel te graag. Vandaar! Het diploma om in het onderwijs te staan lijkt ook wel iets om onmiddellijk over te nemen van een andere ouder. Nu ik drie kinderen heb besef wat een gouden job dat is. Ik besef tegelijk dat het onderwijs zoveel meer is dan veel vakantie. Dankbaar ben ik, voor al die uren en uren die leerkrachten bijdragen in de opvoeding van onze kinderen. Ik vermoed dat ik het niet zou kunnen, veel te veel zou geven aan al die lieve kinderhartjes, ten koste van mezelf. Waardoor mijn eigen hart uiteindelijk hard zou worden wegens veel te veel dweilen met de kraan open. Ik zou al mijn liefde weggeven aan de kinderen van mijn klas. Nog eens zwanger zijn, zou ik ook overnemen voor een andere ouder. Zwanger zijn, dat kan ik goed en doe ik graag, echt waar! Maar dat kan niet zonder dat ik me zou hechten aan het kind in mijn buik. Toch beter niet doen. Mijn achterbank zit vol, mijn hart ook, genoeg kinderen hier die veel deugd hebben van mijn ouderzonden!